blij meisje

Verrassende tip voor ouders: ‘Maak jezelf irrelevant’

12/01/2026
Mamabaas
Door Mamabaas

Wat als goed ouderschap niet betekent dat je onmisbaar bent, maar juist dat je leert loslaten? In een openhartig gesprek voor Super Soul gaan Oprah Winfrey en klinisch psycholoog Dr. Shefali Tsabary in op een idee dat voor veel ouders schuurt: het doel van bewust ouderschap is niet om centraal te blijven staan in het leven van je kind, maar om net langzaam naar de achtergrond te verdwijnen.

Het gesprek raakt een gevoelige snaar. Want wie wil zich nu irrelevant voelen—zeker tegenover zijn of haar eigen kinderen? Toch laat Dr. Shefali zien dat juist daarin de sleutel ligt tot het opvoeden van zelfzekere, veerkrachtige kinderen én tot innerlijke groei van de ouder zelf.

Oprah Winfrey: ‘Je zegt dat één van de doelstellingen van bewust ouderschap is om irrelevant te worden. Wat bedoel je daar precies mee? Irrelevant voor je kinderen. Ik weet dat dit voor veel mensen moeilijk is, want niemand wil zich irrelevant voelen.

Dr. Shefali: ‘Integendeel. We willen juist de belangrijkste persoon zijn in het leven van onze kinderen. Met een tattoo van onze naam op hun borst—we zouden het geweldig vinden als onze kinderen dat deden. Maar als het onze bedoeling is om kinderen te hebben die niet in staat zijn om naar hun eigen stem te luisteren, dan maken we onszelf relevant.’

Als we echter kinderen willen opvoeden die zelfzeker zijn, die veerkrachtig zijn, die doorzettingsvermogen hebben en die weten hoe ze kunnen terugvallen op zichzelf voor kracht, moed en inspiratie, dan voeden we kinderen op die ons niet meer nodig hebben. En wat doen we meestal? We doen het tegenovergestelde. We voeden onze kinderen op om ons nodig te hebben, omdat dat ons het gevoel geeft dat we ertoe doen. Het geeft ons betekenis.’

Oprah Winfrey: ‘En het zorgt ervoor dat we relevant blijven.

Dr. Shefali: ‘Precies. Het zorgt ervoor dat we relevant blijven. Ik kom je te hulp. Ik hou ervan als mijn dochter me roept. Echt waar, mijn ego houdt daarvan. Maar mijn ziel weet wel beter. Mijn ziel weet dat ze haar weg wel zal vinden. En dat ik me op de achtergrond moet houden. Dat ik mijn ego moet toestaan om achterover te leunen. En dat is lastig. Het is een voortdurende oefening, want we hebben allemaal die dorst naar betekenis. Maar ik zal mijn dochter nu niet—of in elk geval minder—gebruiken om die dorst naar betekenis te vervullen.’