“Dat is niet eerlijk!”: 4 spelletjes die ervoor zorgen dat je dat nooit meer hoort

  • door Mamabaas

Kinderen vinden zichzelf het allerbelangrijkste. Daardoor wordt verschillende kinderen opvoeden een heuse uitdaging, want wat als ze alledrie op het knopje van de bus/lift/bel/verkeerslichten willen duwen? Je moet al een sterk geheugen hebben om bij te houden wie de laatste keer aan de beurt was, dus is het vaak gewoon de snelste die wint.

Survival of the fittest… maar dat gaat niet zonder slag of stoot, want de ‘minder fitte’ (niet zelden iemand die gewoon te laat de race startte en/of de jongste is) laten dat niet zomaar gebeuren. Ze hebben twee wapens: decibels en de oneerlijkheidskaart. En die gebruiken ze ook.

“DAT IS NIET EEEERLIJK! MAMAAAAAAAAAA”.

Wat je ook probeert

Of je nu probeert de kerk in het midden te houden, de ouderen leert om rekening te houden met de jongere of ze het zelf laat uitvechten: uiteindelijk komt er altijd een punt dat je tussenbeide moet komen. Voor futiele dingen, terwijl je zware boodschappen draagt of bedenkt hoe je zoveel mogelijk taken kan combineren om tijd te winnen.  Je hebt veel zin om gewoon te roepen “Ja, het leven is gewoon oneerlijk.” Maar kinderen begrijpen geen snars van die boodschap, hoe waar ook … en het probleem raakt niet opgelost.

Rechtvaardigheid

Kinderen ontwikkelen al heel vroeg de wens om eerlijk behandeld te worden, en die wens werkt zelfs in twee richtingen (in sociale settings althans): kinderen hebben gemiddeld gesproken ook niet graag heel veel méér dan de rest.

Maar hoe doé je dat in hemelsnaam, zonder voor elke beslissing ergens een lijst te moeten hebben van wie aan de beurt is? Speltheorie kan daarbij helpen, zo wordt uiteengezet in een blog op de New York Times waarbij enkele tactieken uit het boek ‘The Game Theorist’s Guide to Parenting’ van Paul Raeburn worden uiteengezet.. Zo wordt de kans op ‘oneerlijk’ geminimaliseerd, om niet te zeggen weggewerkt in bepaalde situaties. Wie de ‘dat is niet eerlijk, whaaaah’ beu is, kan deze tactieken proberen:

1) Ik snij, jij kiest

Dit is een strategie die simpele dingen leert verdelen, zoals bijvoorbeeld taart. Een kind verdeelt het gewenste goed, het andere kind mag als eerste een stuk kiezen. De kans op ‘valsspelen’ door een te groot stuk te snijden wordt geminimaliseerd door het feit dat het andere kind eerst mag kiezen. Het kind dat snijdt heeft dus een motivatie om het goed zo goed en zo kwaad als mogelijk in exact de helft de verdelen, zodanig dat het andere kind wel de eerste keuze heeft, maar in elk geval niet ‘meer’ kan kiezen.

2) Jij één, ik één

Bij dit spelletje is het de bedoeling dat de kinderen samenwerken door elk om beurt iets te doen, bijvoorbeeld op te ruimen of af te drogen. Het werkt alvast goed als je dit als ouder toepast bij je kleuter (en soms kom je ermee weg om ze toch meer te laten doen), maar bij kinderen moet je dit superviseren tot ze beide oud genoeg zijn… of je krijgt de situatie dat de oudere broer of zus de resultaten ook ‘manipuleert’.

3) Willekeurige dictator

Dit is een perfecte tactiek om een beslissing te maken over iets dat effect heeft op het hele gezin. Welk restaurant kiezen we deze keer, welke film, welke koek? Ieder lid mag zijn voorkeur opgeven en uiteindelijk wordt één antwoord ‘getrokken’. (Wie de trekking doet, kan bij beurtrol worden afgesproken). Eén persoon kiest, maar de winnaar is willekeurig.

4) Veiling

Hoe kies je wie het eerst de iPad of dvd-speler mag in de auto, welke serie gekeken wordt? Een gegeerd goed: dat is het waard om iets voor op te geven! Wie het meest ‘biedt’ (en je kan zelf bepalen in wat er wordt betaald: zakgeld, snoep, diensten in huis, andere beloningen), wint. En dat kan een belangrijke les zijn voor kinderen: ze overwaarderen gemakkelijk iets, en zitten dan met een zware prijs. Daaruit kunnen ze leren. Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen, kunnen ouders in het begin toezien op de limieten van de veiling (en het nakomen van de beloften).

Nooit helemaal

“Het gevoel ‘oneerlijk’ behandeld te worden, zal sowieso nooit vermeden kunnen worden. Hoe hard je ook je best doet, sommige dingen zullen oneerlijk zijn. Probeer dat niet te verdedigen, maar probeer wél het gevoel van het kind te begrijpen. Uiteindelijk is het belangrijker dat de noden van elk kind individueel tegemoet gekomen worden, dan dat ieder exact evenveel krijgt”, argumenteert dr Laura Markham. Ook al is het ‘niet eerlijk’, kinderen zullen mettertijd wel begrijpen dat sommige kinderen meer hulp nodig hebben dan anderen.

Bron: New York Times.