10 gewoontes van kinderen die ons grijs haar bezorgen

Vorige week gingen we indoorskiën met de kleintjes. Voor de jongste was het de allereerste keer. Tijdens het omkleden hoorde ik een moeder opgelucht ademhalen. “Ah! Daar ben je eindelijk, Fay! Ik heb je overal lopen zoeken. Ik heb je nochtans geroepen. Waarom antwoordde je niet? Doe dat nooit meer. Foei hoor, mama zo laten schrikken!”. En het deed me een beetje glimlachen. Zo herkenbaar. Ook mijn jongens zijn al ontelbare keren weggelopen. Op vakantie, maar ook gewoon thuis. En ooit zag ik 2 jongens in een pretpark met volgeschreven armen. Twee telefoonnummers, in koeien van cijfers. Dat deed me meteen de volgende bedenking maken: Eigenlijk hebben kinderen heel wat vervelende gewoontes die ons vaak grijs haar bezorgen. En die wennen nooit. Ook niet na 3 jaar. Verdwijnen is daar zeker 1 van.

Gewoonte 1: Verdwijnen

Je hebt het ongetwijfeld al eens meegemaakt. Waar is onze Seppe? Waar is Fien plots naartoe?! De eerste seconden denk je nog “Och, het zal wel niets zijn. Wellicht een beetje verderop in de speeltuin”. Maar even later begint het toch te knagen, dat verantwoordelijkheidsbesef. En dan komen die duiveltjes op je schouder in je oor fluisteren. “Er zal toch niets gebeurd zijn?”. Dan breekt het angstzweet pas écht uit. Je hart gaat als een wilde tekeer. En je loopt sneller dan Nafi Thiam.

Tot je je kleintje eindelijk terugvindt. Ergens achteraan in de supermarkt. Of in de kleedhokjes. Je weet eerst niet of je nu boos of blij moet zijn. Uiteindelijk geef je toch maar een dankbare knuffel. Eindelijk verenigd! Maar die hartkloppingen, die blijven nog een tijdje. En dat happen naar adem ook. En je blouse? Die plakt ondertussen zowat tegen je rug van al dat zweet…

Gewoonte 2: Schreeuwen bij een telefoongesprek

Het lijkt wel of kinderen dat bij de geboorte van de ooievaar meekrijgen: “Je hoort het goed! Zodra je de telefoon hoort rinkelen, haal je alles uit de kast om zo hard mogelijk te schreeuwen. Of huilen. Ruzie maken met broer of zus? Ja, dat mag ook. Maar liefst met alles erop en eraan dan. Met speelgoed gooien. Of op de muur slaan. Zoiets”.

Heb je het ook al gemerkt? Een uurtje gezellig babbelen met je vriendin aan telefoon, met de kinderen in de buurt? Neen jong, Dat bestaat gewoon niet! Hoeveel keer moet jij geen “sjjjjtttt! Mama is aan het bellen” fluisteren? Tevergeefs. Of je ander oor met je vinger dichtproppen? Ook tevergeefs... “Goed, ik bel je nog wel een keertje terug, als de kinderen in bed liggen, okay?”. En zelfs dat komt er niet meer van. Ah neen, want dan lig je zelf al lang te slapen op de sofa.

Gewoonte 3: Onderbreken bij je favoriete nummer

Iedereen heeft wel zo’n favoriet nummer. Eentje waarbij je de volumeknop meteen een beetje hoger zet zodra het op de radio wordt gespeeld. Yes! Mijn nummer! En op dat moment ben je er helemaal klaar voor! Want jij kent uiteraard die lyrics vanbuiten. En wat werkt er nu meer ontspannend dan zo eens lekker meekwelen met de muziek?

Euhhh. Wacht even. Dat is buiten je kinderen gerekend. Want uitgerekend p dát moment heeft er eentje juist een héél prangende vraag. Echt zo’n vraag waarvan het antwoord niet te lang op zich mag laten wachten. “Mamaaaa, mamááááááá!”. Of eentje heeft zich net bezeerd. Al dan niet met krokodillentranen. Forget the song, mum. Get over it.

Gewoonte 4: Onderbreken tijdens een persoonlijk gesprek

In dezelfde categorie als hierboven. Onderbreken als je een praatje doet met de buurvrouw. Net op het moment dat je buurvrouw een sappige roddel weet. Of net op het ogenblik dat jij ab-so-luut een leuke anekdote wil vertellen over je kleine bengel “Mamaaaa, ik moet plassen. Echt. Héél dringend”. “Mamaaaa, ik heb honger. Gaan we dan NU naar binnen?”. “Mamaaaaa, ik vind Kobe Konijn niet meer”. Oké, afronden dan maar?

Gewoonte 5: Plassen tijdens de maaltijd

Jij bent prima voorbereid. Deze keer gaan je bengels je niet liggen hebben! Altijd die wc-bezoekjes zodra het eten op tafel staat, of dat nu thuis is of op restaurant… Zodra je die geur van die lekkere zeetong of steak met knapperige frietjes hebt geroken, heb jij geen zin meer om die aroma’s om te ruilen voor een vieze toiletgeur. Om dat te vermijden, laat je zoon- of dochterlief voor het eten nog eens naar het kleinste kamertje gaan. Maar je bent eraan voor de moeite. Want dat toiletbezoek, dat komt er. Op voorhand geweest of niet: dat telt niet. Het lijkt wel alsof je sloeber een ingebouwd alarm heeft dat afgaat zodra jij, met een hongerige maag, dat eten wil aanvallen.

Dat alarm durft vaak ook af te gaan als je aan het aanschuiven bent voor een attractie van een pretpark. En dat gebeurt natuurlijk niet vlakbij het toilet, of aan het begin van de wachtrij. Nope! Op het einde, als je bijna aan de beurt bent. Jep. DAN pas.

Gewoonte 6: Herhalen, herhalen en nog eens herhalen

Op sommige momenten lijken kinderen wel doof. En raar maar waar, dat lijkt vaak het geval te zijn bij dezelfde verzoekjes. Probeer maar eens een zinnetje als “Ga jij dan nu je speelgoed opruimen?”. Of “Kom, we gaan je jasje aantrekken”. Of: “Schoentjes aandoen?”. Nope. Geen reactie. Je krijgt zelfs de indruk dat die doofheid een beetje selectief is. Want als je direct erna zou vragen: “Koekje?” … dan zullen die oogjes meteen opkijken. Wedden?

Gewoonte 7: Sensor bij stiekem snoepen

Hoewel kindjes dus op bepaalde momenten doof kunnen zijn, hebben ze op andere momenten een waan-zin-nig goed gehoor. Probeer maar eens om heel stil een papiertje van een praline open te prutsen. Of een zakje chips open te trekken. Of een blikje cola. 3 … 2 … 1 …. Bezoek! Je bent eraan voor de moeite, mama. Je zal zelfs mogen delen. Foei! Zo stiekem willen snoepen. Wat dacht je wel! Dat je kleintje dat niet zou horen?

Gewoonte 8: Legohandjes

Je bent het zeker. Jouw kind heeft aan elke hand 5 vingertjes. Dus 10 in totaal. En die kunnen prima openen en sluiten. Maar soms, heel soms, denk je toch dat je kleintje legohandjes heeft. Je weet wel, van die handjes die blijven openstaan. Want hoe vaak valt er gewoon iets los door die vingertjes? Een boterham met choco, een kom met cornflakes, een glas melk, een knuffeldier, … Je bent het ondertussen al gewoon: schrobben op de vloer, glasscherven sprokkelen, knuffeldieren oprapen, …

Gewoonte 9: Drank omstoten

Pas op van dat glas!”. “Zet je blikje een beetje verder”. “Wacht even, je beker staat op de rand van de tafel”. DOE. GEEN. MOEITE. Want je weet het: straks zit jij toch met je mouwen in de fruitsap, de melk of het water. Want dat glas, dat wordt omver gestampt. Het MOET en ZAL gebeuren. Hou de servetten maar bij de hand, moeder.

Gewoonte 10: 1.001 vragen als het bedtijd is

Kinderen stellen altijd wel vragen. En dat is goed. Zo leren ze. Maar zodra het bedtijd is, lijkt het wel alsof dat aantal vragen met 10 vermenigvuldigd wordt. Ze worden ook minder evident. Soms te ver gezocht zelfs. Kan je lopen op de maan? Hoeveel sterren zijn er in de hemel? Wat is een planeet? Bestaan spoken echt? Wat is een skelet? Enfin. Je krijgt zo stilaan de indruk dat jouw lieverd het slaapritueel een beetje probeert te rekken. En eerlijk gezegd, heb jij eigenlijk écht geen zin meer in dat vragenuurtje. Want die batterij van jou … die is stilaan leeg en moet dringend opgeladen worden!