10 tips voor slechte slapers

Een kindje dat slecht (in)slaapt kan je soms ten einde raad brengen... Het kan nooit kwaad om eventuele medische redenen voor het slecht (in)slapen uit te sluiten, maar als er niets anders aan de hand is, kunnen de onderstaande tips van orthopedagoge Janneke misschien een beetje helpen...

10 tips voor slechte slapers

  1. Zorg ervoor dat je kind overdag voldoende beweging heeft en veel drinkt.
     
  2. Zorg voor een vast ritueel bij het slapengaan. Leg op voorhand het uur vast en wijk daar niet van af. Bijvoorbeeld: het kindje neemt zijn/haar knuffelbeer, geeft iedereen een zoen, poetst de tandjes, gaat in bedje, luistert nog naar een verhaaltje, krijgt een kus van mama/papa ...
     
  3. Zorg voor een warme (niet te warm of te koud), geruststellende kinderkamer. Laat je (oudere) kind hier in de mate van het mogelijke ook keuzes in maken: waar zou jij graag hebben dat je bedje staat? Waar wil je je knuffeltjes? Wat vind jij gezellig in je kamertje?
     
  4. Als het kind roept om één van de ouders: ga er niet te snel op in. Je mag hem of haar gerust even laten roepen/huilen (ook bij hele kleine kinderen). Als je meteen je kind gaat troosten, lijk je je kind voor zijn gedrag te belonen. Je kind wordt het gewoon en denkt al snel dat mama komt zodra het roept of huilt. Maak evengoed geen gewoonte van je kind bij je in het grote bed te laten slapen (tenzij je dat als ouder natuurlijk wilt of graag hebt): op een dag zal hij/zij toch alleen moeten leren slapen).
     
  5. Als het kind terug naar beneden komt: reageer zo weinig mogelijk en probeer er niet te veel op in te gaan. Breng je kind met zo weinig mogelijk discussie terug naar boven, steek het weer in bed, zeg ‘slaapwel’ en uit je verwachtingen: ‘Ik vind het fijn als je nu je oogjes sluit en gaat slapen.’
     
  6. Als je (iets oudere) kind vaak klaagt over dorst kun je een bekertje met water zetten.
     
  7. Je kunt beloningen koppelen aan het slapengaan. Slapen laten samenhangen met straffen maakt het wat beladen, terwijl het missen van een mogelijke beloning al iets kan teweegbrengen. Bijvoorbeeld: als je kind constant naar beneden komt of mama roept, zeggen: ‘Als je slechts één keer naar beneden komt of mama roept, mag je de volgende dag 5 minuten langer opblijven.’ OF: ‘Als je niet roept of niet naar beneden komt, mag je de volgende dag 10 minuten langer opblijven.’ Maak dat ook visueel op een schema duidelijk, bijvoorbeeld met een smiley of een maantje die of dat ze dan als symbool 's ochtends kunnen verdienen.
     
  8. Je kunt dat belonen ook op het ochtendritueel toepassen door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Als je tot een bepaald moment (bv. als mama/papa je komt halen) of uur in je bedje blijft en niet roept, krijg je een extra verhaaltje voor het slapengaan.’ Zorg dan ook dat je kind zich even kan bezighouden in zijn/haar kamer als hij/zij echt al klaarwakker is (door bijvoorbeeld enkele knuffelberen in bed te leggen om mee te spelen).
     
  9. Wees duidelijk en transparant in je communicatie: zeg wat je verwachtingen zijn, wat de reden daarvoor is en wat de gevolgen zijn. Onderhandelen kan, maar ga er niet te veel op in.
     
  10. Jonge kleuters zijn erg gevoelig voor fantasie. Ze verlangen naar sprookjes, denken dat er een monster onder hun bed zit, zien spoken in de badjas of de gordijnen... Fantasie en realiteit onderscheiden kan soms nog moeilijk zijn, wat heel wat angst kan veroorzaken. Je kunt daar als ouder op inspelen door de realiteit te bevestigen en de fantasie een plaats te geven. Er bestaan heel wat boekjes rond het slapengaan (bijvoorbeeld het welombekende 'Er ligt een krokodil onder mijn bed'). Ga overdag samen eens kijken op de kamer en toon het verschil van een voorwerp in het licht en in het donker (de badjas of het gordijn kan lijken als een spook, maar blijft een badjas of een gordijn). Zorg eventueel ook voor een geruststellend lichtje, een dromenvangertje, een 'magische' teddybeer (die alle boze dromen weghoudt).

Jannekes gouden tip:

Zeg na een overlijden of een verlies van iemand die het kind kent niet: ‘Oma is nu voor altijd aan het slapen.’ Een kind kan op die manier bang zijn om te gaan slapen, omdat hij/zij kan denken dat hij/zij nooit meer wakker wordt.

Meer weten?