11 (kleine) verschilletjes tussen een vakantie met versus zonder kids

  • door Mamabaas

Als je kinderen hebt, ziet ‘vakantie’ er toch een beetje anders uit dan voorheen. Een paar verschilletjes.

De autorit heen, en de autorit terug

  1. Het begint allemaal met de autorit naar de vakantiebestemming. Ken je dat: je stopt elke twee uur om jezelf en de kinderen te verluchten. Bij elk vertrek check je nog eens: ‘Moet er nog iemand pipi doen?’ En krijg je een duidelijk antwoord: ‘Neeuu!’. 5 minuten later, je bent net weer in de rij-flow, klinkt het op de achterbank: ‘Kaka doen.’ Juist, dat hadden we natuurlijk niet expliciet gevraagd.
     
  2. Of deze: Je staat in de file. Verdorie zeg, ook dat nog! En dan vraagt een piepstemmetje: ‘pipi doen’. ‘Oei schatje, we staan in de file! Kan je nog even wachten?’ ‘Neeeee’. Gelukkig is een driejarige niet te beschaamd om pipi te doen met de billetjes bloot op de pechstrook.
     
  3. Als het allemaal meezit, start je de rit met een geordend voertuig: achteraan wat speelgoed voor de kindjes. Vooraan, voor je voeten gepropt, wat eten en drinken voor onderweg, een noodtutje, ... Na een uurtje is de zogenaamde orde omgeschapen tot absolute chaos. Eten, drinken, speelgoed, jassen, rommel … het ligt gewoon overal. O.V.E.R.A.L.
     
  4. Heb je trouwens nodig als moeder: elastieken armen die overal even gemakkelijk aan kunnen. En een hoofd dat 180 graden kan draaien . Zeker als je dus al eventjes onderweg bent, en de zoektocht naar een of ander speelgoedje de nodige flexibiliteit vereist.
     
  5. O ja, en je heb gegarandeerd tegen het einde van de rit alle kabouter plopliedjes en consorten opgefrist.

Ter plaatse

  1. Ah. Vakantie. Lekker lang uitslapen. Naar de klok kijken, en je terug omdraaien. Want nu hoeft het niet. We staan niet op uur, hoera! ‘Mama, ik ben wakker!’ Euh, wat? Wie?
     
  2. Jammer wel, dat niet kunnen uitslapen. Maar anderzijds: plotseling (b)lijkt de dag een pak langer te zijn. Voor 9u. s’ ochtends hebben we al ontbeten, en kunnen we nog een uitstapje doen voor het middageten. Toen we met z’n tweeën op vakantie gingen, begon de dag eigenlijk pas net voor de middag zo ongeveer.
     
  3. De avond daarentegen, die duurde indertijd wel wat langer. Nu slapen we meestal met de kindjes op de kamer. En bestaat ‘doorzakken op vakantie’ uit een glas cava drinken in bed, fluisterend. Waarbij mijn glas ongelofelijk maar waar niet helemaal leeg geraakt wegens in slaap gevallen met halfopen mond.
     
  4. Het is een cliché, maar weeral eentje dat zo waar is: zijn de kindjes gelukkig, zijn de ouders gelukkig. Het heeft geen zin om je kleuters mee te sleuren naar een of ander museum als ze daar zelf absoluut geen zin in hebben. Zij gaan zich niet amuseren, en jij bijgevolg al helemaal niet. Uiteraard moeten ze ook wel eens iets doen dat mama graag doet (eigenlijk is dat één ding: 15 minuten stil op een stoel zitten op een terrasje, zodat mama eventjes een koffie kan slurpen in de zon). Maar de dag staat toch vooral in teken van wat zij graag willen. Dat betekent dus dat mijn puzzel- en kleurskills weer volledig bijgeschaafd zijn.

De thuiskomst

  1. Alweder terug thuis, wacht er gegarandeerd een berg was. Een berg is eigenlijk een understatement. Een atoombom klinkt beter. En bij het sorteren, opruimen, wegleggen van de bagage krijg ik gegarandeerd euh … hulp. ‘Hulp’ die mijn hoopjes gesorteerde was door elkaar haalt. Of het speelgoed dat ik net heb weggelegd weer uithaalt en verspreidt over het tapijt. Zen!

De conclusie

  1. We hebben gespeeld, gedanst, gehuild, gelachen, ons boos gemaakt, gebabbeld. Veel tijd gehad voor elkaar. Ik heb er echt van genoten. Wat ik nu wel nog eventjes zou kunnen gebruiken is een tweedaagse (meer moet echt niet) waarbij ik aan niemand anders moet denken dan aan mezelf. Gewoon ik en mijn hoofdkussen ;-). Ah, en de zon!