9 spelletjes voor onderweg

  • door Mamabaas

Uitspraken als: ‘Wanneer zijn we er?, ‘Ik wil niet blijven zitten!’, ‘Moeten we nog vè-hèèèr? veranderen in: ‘Zijn we er nu al?’, ‘Ik wil nog blijven zitten!’, ‘Kunnen we niet wat vè-hèèèrder? met deze spelletjes!

1. High five

Noem 5 dingen van één categorie. Bijvoorbeeld:

  • 5 soorten fruit
  • 5 drankjes
  • 5 dingen met wielen
  • 5 jongensnamen
  • 5 spelletjes

Oudere kinderen spelen vast graag de variant waarbij je je moet beperken tot woorden met een bepaalde letter van het alfabet.

2. De minuut

Noem (of schrijf) zo veel mogelijk dingen van één soort (bv. Dieren, groente, kleuren, spelletjes, namen, landen…) op binnen 1 minuut. Wie wint?

3. Zwaaien naar de andere chauffeurs of passagiers

Never change a winning team.

4. Rugtekenen

Teken met je vinger iets op de rug van de andere. Die moet dan raden wat je tekent. Hoe kleiner het kind, hoe eenvoudiger de figuren. Voor grote kinderen mag er al eens een letter of cijfer tussen zitten.

5. Papier, steen, schaar

Dit speel je met z’n tweeën. Maak allebei een vuist en tel 1, 2, 3. Op drie verander je je vuist:

  • In een vlakke hand = ‘papier’
  • In een vuist met gestrekte wijs- en middenvinger = ‘schaar’
  • Niet (vuist) = ‘steen’

Vergelijk met de vorm van je tegenspeler:

Papier blijft liggen op een steen         > papier wint.

Schaar knipt papier                           > schaar wint.

Steen maakt een schaar stuk            > steen wint.

Allebei dezelfde vorm                        > opnieuw spelen.

6. Tik-oranje-auto

De regels van dit spel zijn even eenvoudig als geestig: wie als eerste een oranje auto in het vizier krijgt, mag een medepassagier naar keuze tikken.

7. Olleke bolleke rebusolleke

Deze variant op ‘deze duim op deze duim’ speel je zo. Alle spelers steken beide duimen in de lucht. Vouw je vuist rond de duim van een tegenspeler en ‘stapel’ zo een toren van vuisten op elkaar. Terwijl je dit doet, zing je:

‘Olleke, bolleke

Rebusolleke

Olleke, bolleke

KNOL’

Dan schud je een beetje omhoog en omlaag met de vuistentoren.

‘Al wie zijn handen of zijn tanden laat zien.

Krijgt tien pitsen* of een klets**’

Dan verstop je razendsnel je handen achter je rug. Je mond moet je ook dichthouden, anders zien je tegenspelers je tanden. De speler die het eerst een hand of tand laat zien, heeft verloren!

*pitsen of knepen of iets anders
**klets of tik of djoefopuwmule

8. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

… en het is rood en jij hebt het aan.

… en het is geel met zwarte strepen en het staat op straat.

… en het is een geweldig spel!

9. Puntenspotters

Een variant op ‘tik-oranje-auto’, maar dan met een puntentelling. Noteer de afspraken en scores om drama’s te vermijden.

Werk met kleuren… (de grijze, blauwe en zwarte auto’s doen het best niet mee):

  • Rode auto = 10 punten
  • Gele auto = 20 punten
  • Paarse auto =100 punten

… of ga voor types van vervoersmiddelen:

  • Fiets = 10 punten
  • Bakfiets = 20 punten
  • Trein = 30 punten
  • Politiecombi = 40 punten
  • Brandweerwagen = 50 punten
  • Tractor = 60 punten
  • Enz.
cover van het boek mijn kind verveelt zich nooit

Meer lezen? Koop het boek!

Uit het boek ‘Mijn kind verveelt zich nooit’ van Sarah Devos met illustraties van Emma Thyssen.

Dit artikel kun je terugvinden op pagina 106 - 109

Wil je meer informatie over het boek of wil je het kopen, klik dan hier.

 

Meer artikels?