Alles over de griep

Wanneer kun je zeker zijn dat je echt de griep hebt en niet een gewone verkoudheid? Onze huisarts Sofie Vanderoost schept een beetje duidelijkheid en geeft een aantal tips hoe je besmetting kunt voorkomen.

Vaccineren: aanrader of niet?

Eerst en vooral: vaccineren heeft zeker zin, maar het moet vroeg genoeg gebeuren, zolang het griepseizoen niet gestart is (ideaal is tussen 15 oktober en 15 november). Het is de enige manier om griep te voorkomen en vooral het aantal complicaties en sterftes te zien dalen. De kans dat een patiënt griep krijgt, is na vaccinatie veel kleiner naarmate hij jonger is. Je kunt dus (zeker op latere leeftijd) nog griep krijgen na een griepvaccinatie, maar je zal veel minder ernstig ziek zijn. 

Spijtig genoeg helpt de vaccinatie niet tegen alle griepvarianten, zoals de Amerikaanse variant in de winter van 2014-2015. De vaccinaties zijn slechts een samenstelling van een aantal stammen van het influenzavirus, namelijk de stammen die het meest in opmars zijn in onze streken en de meeste schade aanrichten. Dat Amerika ons met een extraatje zou opzadelen, kon niemand toen voorspellen...

Griep of verkoudheid?

Er bestaat nogal wat verwarring rond het begrip ‘griep’. Griep, griepaal syndroom, viraal syndroom, virus, buikgriep… Alles wordt door elkaar gebruikt. De griep is een virus (veroorzaakt door één van de stammen van het Influenzavirus), maar niet elk virus veroorzaakt griep. Griepvaccinatie helpt alleen tegen een aantal stammen van het Influenzavirus. Al de andere virussen die circuleren (adenovirussen, enterovirussen, norovirussen…)  krijgen nog altijd vrij spel. 

Kan je je bed niet uit, heb je hoge (ril)koorts (tot 40 graden) en voelt je lichaam aan alsof er net een vrachtwagen overgereden is? Dan heb je al een grote kans dat je griep hebt.

Reken maar op een gemiddelde van 1 week arbeidsongeschiktheid, indien er zich geen complicaties voordoen zoals bronchitis, longontsteking, oorontsteking (vooral bij kindjes)... Griep is geen banale aandoening! Jaarlijks sterven er 1500 tot 2000 personen aan griep.

Influenza komt het meest voor in de leeftijdsgroep van 0-5 jaar. Het aantal kinderen dat ziek wordt varieert van 20-30 tot 50 procent. De infectie kan vervolgens op de andere gezinsleden worden overgedragen. De hoogste besmettingsgraad (vooral van het type A H1N1) wordt aangetroffen bij kinderen en jongvolwassenen. Hoe ernstiger de ziekte, hoe besmettelijker je bent.

Een verkoudheid geeft gelijkaardige symptomen zoals neusloop, hoofdpijn, hoesten, niezen, maagdarmlast, wat spierpijnen, vermoeidheid en mogelijk koorts, maar in beperkte mate. Na een paar dagen voel je je vaak al veel beter. Arbeidsongeschiktheid kan in sommige gevallen, maar veel mensen kunnen gewoon gaan werken, ook al is het hun meest productieve dagje niet.

Hoe besmetting voorkomen

  1. De kans op besmetting is het grootst in besloten, drukbezochte ruimtes (kantoor, openbaar vervoer, school, werkplaats, winkelcentra…). In de openlucht wordt het virus snel verdund, waardoor de kans op besmetting afneemt. Verluchten is dus de boodschap!
     
  2. Vooral meerdere malen per dag je handen wassen met water en zeep verkleint de kans op besmetting. Wrijf goed terwijl je tot 30 telt. Spoel daarna goed af en droog ze af. Bij gebrek aan stromend water kun je een alcoholische handgel gebruiken. Reinigende doekjes met alcohol zijn ook doeltreffend.
     
  3. Raak zo weinig mogelijk je mond, neus of ogen aan. Als je moet niezen of hoesten, doe dat dan in de ellenboog. Gebruik altijd papieren zakdoeken of tissues bij hoesten, niezen of snuiten en gebruik ze maar één keer. Gooi ze daarna in een afgesloten vuilnisbak en was dan de handen met water en zeep (of wrijf ze in met handalcohol). 
     
  4. Maak regelmatig schoon. Maak harde oppervlakken en voorwerpen (zoals het aanrecht, keukengerei, kranen, deurklinken, trapleuningen en telefoons) regelmatig schoon. Doe dat met een normaal schoonmaakmiddel. 

Risicogroepen die het best vaccineren

  • Zwangere vrouwen in het tweede en derde trimester van de zwangerschap (vanaf 14 weken). 
     
  • Zwangere vrouwen die tijdens hun derde trimester worden gevaccineerd, beschermen hun kindje nog gedeeltelijk verder na geboorte doordat zij antistoffen doorgeven.
     
  • Alle patiënten vanaf de leeftijd van 6 maanden die lijden aan een onderliggende chronische aandoening van de longen (bv. astma), het hart, de lever, de nieren, aan metabole aandoeningen (bv. diabetes), aan spierziekten of neurologische aandoeningen of aan immuniteitsstoornissen.
     
  • Kinderen tussen 6 maanden en 18 jaar die een langdurige aspirinetherapie ondergaan.
     
  • Personen werkzaam in de gezondheidssector.
     
  • Personen die onder hetzelfde dak wonen van risicopersonen of van kinderen onder de 6 maanden. 

Hoe griep behandelen

In geval van griep kan een antibiotica niet helpen. Een griep moet je gemiddeld een week uitzieken en eventueel wat medicatie innemen die je comfort verhoogt (koorts- en pijnstillers bijvoorbeeld).