Alles wat je moet weten over een keizersnede

In 2014 werd in Vlaanderen 21 procent van de kinderen geboren via een keizersnede. In Nederland ligt dat percentage lager: 16,4 procent van de baby’s komt er met een keizersnede ter wereld.

1. Waarom wordt het gedaan?

De redenen voor een geplande keizersnede kunnen heel divers zijn:

  • de baby ligt in stuit, of het gaat om een meerlingenzwangerschap waarbij het voorliggende kindje niet in hoofdligging ligt;
     
  • de moeder heeft al eens een keizersnede gehad, en de reden hiervoor herhaalt zich;
     
  • de placenta ligt voor de baarmoederhals.

Bij een geplande keizersnede wordt in de regel een preoperatieve raadpleging gepland, waarin goed wordt uitgelegd wat je moet doen.

De redenen voor een dringende keizersnede kunnen zijn:

  • abnormale harttonen op een moment dat er nog geen volledige ontsluiting is;
     
  • abnormale vordering van de arbeid door dystocie (hoofdje past niet in het bekken, waardoor de arbeid niet genoeg vordert);
     
  • een afwijkende ligging of plaatsing van de baby (dwarsligging, stuitligging, aangezichtsligging met de kin naar voren);
     
  • hevig bloedverlies waarbij er een vermoeden is van een placentaprobleem;
     
  • uitzakken van de navelstreng.

2. Wanneer krijg je je baby te zien?

Meteen na de keizersnede wordt je baby opgevangen door een kinderarts, die de baby een goede start helpt te maken. Als alles goed verloopt, zal de vroedvrouw je baby zo snel mogelijk even bij jou leggen, of aan je partner geven. Na de ingreep verblijf je nog even in de ontwaakruimte (ook al ben je niet in slaap geweest) om wat te bekomen. Ondertussen houdt men je bloeddruk, pols, temperatuur en bloedverlies goed in het oog. Als alles vlot verloopt, kun je na een tot twee uur al naar je kamer.

Tip: Huid-op-huidcontact is die eerste dagen enorm belangrijk, ook als je een (spoed)keizersnede hebt ondergaan. Het helpt om een band te krijgen met je baby. Aangezien je die eerste dag in bed moet blijven, vraag je het best hulp aan je partner of een naaste.

3. Mag je nog gewicht optillen?

Zwaar tillen wordt de eerste zes weken ontraden. Natuurlijk is dit lastig als je al kinderen hebt rondlopen of met de baby op stap moet met de autostoel.

Tip: De meeste vrouwen hebben de neiging om wat voorover te buigen als ze rechtop gaan staan, omdat het litteken tegenwerkt. Toch is het beter om te proberen mooi rechtop te staan. Om de pijn te verminderen, kun je de wond het best ondersteunen door je platte hand ertegenaan te drukken. Aan de zijkant van het litteken heb je de eerste dagen soms een trekkend gevoel van inwendige hechtingen. Dit kan geen kwaad.

4. Hoe verzorg je je litteken?

Zodra je sterk genoeg bent om uit bed te komen, mag je na een keizersnede douchen. Zolang er bloedverlies is, wordt afgeraden om in bad te gaan, omdat dat het risico op infectie van de baarmoeder vergroot. Als er nog wat vocht of een beetje bloed uit de wond naar buiten zou komen, dan kun je de wond met de douche schoonspoelen, voorzichtig drogen, en er een droog verband overheen doen om je kleding te beschermen.

5. Eens keizersnede, altijd keizersnede?

Of bij een volgende bevalling weer een keizersnede nodig is, hangt van de reden van de eerste keizersnede af. Als er een afwijking in de baarmoeder is of je bekken bleek te smal voor een gewone bevalling (bij een baby met een normaal gewicht, die normaal in je bekken lag), zal aangeraden worden om bij een volgende zwangerschap een geplande keizersnede te doen.

Anderzijds kun je na een keizersnede om redenen als stuitligging, een voorliggende placenta of abnormale harttonen van de baby, bij een volgende zwangerschap wel vaginaal bevallen – uiteraard als de eerdere probleemsituatie zich niet herhaalt. Na twee keizersneden of als er in de verticale richting in de baarmoeder is gesneden (normaal wordt er horizontaal gesneden; redenen om verticaal te snijden zijn bijvoorbeeld een keizersnede op een zeer vroeg moment in de zwangerschap), wordt een geplande keizersnede aangeraden omdat het risico op een littekenscheur dan groter is.