Als het afscheid na een papaweekend moeilijk is...

Stilaan wen je eraan, de weekends alleen, de papaweekends. Onwennig in het begin, niet goed wetend hoe je de tijd best doodt. Opruimen, strijken, vrienden opzoeken, voor de zoveelste keer checken op je gsm of je geen oproep gemist hebt. De minuten aftellen tot die auto de oprit oprijdt.

Stilaan wen je eraan, de weekends alleen, de papaweekends. Onwennig in het begin, niet goed wetend hoe je de tijd best doodt. Opruimen, strijken, vrienden opzoeken, voor de zoveelste keer checken op je gsm of je geen oproep gemist hebt. De minuten aftellen tot die auto de oprit oprijdt.

Dat zalige gevoel

Yes! Opluchting. Hoe zwaar het ook is als alleenstaande ouder. Hoe zeer het ook schipperen is tussen werk, vrienden en kind. Of hoe onmetelijk groot het schuldgevoel is wanneer je opnieuw een babysit moet inschakelen om naar de zoveelste werkvergadering te gaan. Toch is het een zalig moment wanneer de bel gaat.

Vader staat voor de deur, dochter blijft in de auto zitten. Je wilt het niet weten, maar je voelt de bui hangen. Het wordt bevestigd. ‘Ze wil niet uitstappen …’

Gevolgd door die uitbarsting

Je gaat naar de auto, dochter houdt de deur toe en kijkt nors voor zich uit. ‘Neen mama, ik wil bij papa blijven. Het is er veel leuker.’ Geweldig, denk je ontredderd. Wat nu?

Vader dringt aan en sleurt dochter uit de auto. ‘Papa moet even weg, meisje, je moet nu bij mama blijven.’ Hartverscheurend huilend en schreeuwend gooit dochterlief zich – theatraal – op de grond. Vader verdwijnt. Leuk, denk je bij jezelf, ‘papa moet even weg’.

Niets kan troost brengen, niets helpt. Uiteraard verlies je na een tijdje je geduld. Wanneer zachte woorden niet helpen, kies je maar voor de harde aanpak. Ook dat helpt niet. Ze blijft huilen en tieren. ‘Papaaa!’

Ok, denk ik. Ik neem de valies, trek de voordeur open, zet de valies op de oprit, neem dochterlief op en zet haar erbij. ‘Ziezo’, roep ik. ‘Ga maar naar je papa.’ En met een smak gaat de deur weer dicht.

Altijd leuk … bij papa

De kleine meid blijft buiten staan, hartverscheurend snikkend. Het duurt niet lang eer het schuldgevoel begint te knagen. Wat heb ik nu gedaan? Maar het is altijd hetzelfde liedje: moeder zal wel opvoeden en straffen, proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Bij papa is het altijd leuk.

Ondertussen hou ik mijn kleine meid wel in het oog, let op dat ze de straat niet op loopt. Misschien was het toch niet zo’n slim idee. Tot er plots beweging inkomt. Ze loopt naar de voordeur en reikt naar de bel. Ik zwaai de deur open, kniel neer en kijk haar in de ogen. ‘Ja?’

‘Ik kan niet naar papa gaan, ik weet de weg niet!’ Tja, dat heeft ook weer niet geholpen. Dan maar in kindertaal mama’s frustratie proberen uitleggen en een andere oplossing vinden?