Constipatie bij kinderen

Constipatie komt meer voor bij kinderen dan je zou denken. Vooral kleintjes die naar school gaan, krijgen er al eens mee te maken. Hoe, wat en waarom? Pediater Tamsyn Barlow geeft wat meer uitleg.

Een normaal stoelgangpatroon, wat is dat?

Een pasgeborene maakt ongeveer vier keer per dag stoelgang, maar dat vermindert geleidelijk aan. Een vier maanden oude baby produceert ongeveer twee keer per dag een volle pamper. Rond de leeftijd van vier wordt het stoelgangpatroon van een kleuter vergelijkbaar met dat van volwassenen.

Toch zijn er zowel bij kinderen als volwassenen grote verschillen. Sommige kinderen kunnen tot drie maal per dag stoelgang maken, terwijl andere dat slechts drie maal per week doen. Het gemiddelde? Eén keer per dag.

Het verschil tussen obstipatie en constipatie

  1. Maakt je kind minder dan drie keer per week ontlasting of heeft het last van harde, pijnlijke stoelgang? Dan is zijn stoelgangpatroon verstoord en spreken we van obstipatie.
  2. Houdt dit probleem langer dan zes maanden aan, dan kun je spreken van een ‘chronische’ obstipatie of constipatie.
  3. Sommige kindjes hebben last van soiling of broekbevuilen. Je treft dan kleine hoeveelheden stoelgang (veegjes) in het onderbroekje aan. Zie je grotere hoeveelheden stoelgang in het broekje, dan spreken we van encopresis of broekpoepen. 

Hoe merk je dat je kind geobstipeerd is?

Verschillende signalen kunnen duiden op obstipatie:

  • Harde stoelgang;
  • Buikpijn en pijn bij het maken van stoelgang;
  • Ophoudgedrag: trappelen, in een hoekje gaan zitten, zich verstoppen;
  • Veegjes (soiling) en/of stoelgang (encopresis) in de onderbroek;
  • Soms een stipje bloed op het toiletpapier (kloofje);
  • Verminderde eetlust;
  • Bedplassen;
  • Veranderd gedrag (stil, teruggetrokken of juist heel druk en prikkelbaar).

Oorzaken van obstipatie

Waarom kinderen geobstipeerd geraken is niet altijd duidelijk. Er zijn wel twee momenten waarop extra veel kinderen last krijgen van obstipatie:

  1. Bij het begin van de zindelijkheidstraining. Wanneer je te vroeg start met de training of wanneer ouders/kribbe/school ze te streng toepassen, kunnen kinderen ongepast ophoudgedrag vertonen. En dat zorgt voor obstipatie.
  2. Bij het begin van de schoolperiode of na een grote vakantie. Vreemde toiletten schrikken sommige kindjes af. Anderen vinden te weinig privacy op het schooltoilet. Nog anderen onderdrukken hun stoelgangreflex tot tijdens de speeltijd, maar willen dan niet meer aanschuiven in de (lange) rij.

Meestal ontstaat obstipatie echter door een samenloop van factoren: een periode van moeizame of pijnlijke ontlasting, verkeerde voedings- en drinkgewoonten, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen, een eerdere onaangename behandeling van obstipatie (bijvoorbeeld een lavement), een te vroege of strenge zindelijkheidstraining, geen tijd maken, een langdurige ziekte ...

Ook bepaalde aangeboren aandoeningen verhogen ook de kans op stoelgangproblemen (kinderen met de ziekte van Hirschsprung, met anorectale afwijkingen, ruggenmergafwijkingen zijn bijvoorbeeld gevoeliger).