De uitdagingen van een tweede kindje

Het mooie van een tweede kindje is dat je al iets beter voorbereid aan het hele avontuur begint. Je weet dat je ervan moet genieten, maar ook dat het moederschap niet alleen gepaard gaat met rozengeur en maneschijn. En toch kun je niet vermijden dat je het, op het einde van een lange dag met een koppige 2-jarige, een huilerige baby en een lichtjes werkverslaafde echtgenoot soms moeilijk krijgt.

Intermezzo

Ze ligt op mijn arm. Ze drinkt met volle teugen. Ik gebruik mijn vrije hand om te typen. Wacht. Ze weent. Ik leg haar over mijn schouder, ze laat een boertje. Ik heb allebei de handen vrij nu en typ nog een zin. Ze weent opnieuw. Even pauzeren om haar te wiegen. Ik zet haar in haar wippertje, maar ze wil niet. Ik pak haar in mijn armen. Zou ze nog honger hebben? Of heeft ze gewoon ‘mamahonger’. Ik geniet van de aandacht die ze van me eist. 

Ik geniet ervan dat de borstvoeding zo vlot loopt. 

Vlotter dan toen, twee jaar geleden, bij mijn zoontje. Toen ik halsoverkop van een onafhankelijk meisje veranderde in een verantwoordelijke vrouw. 

Kindje 1

Ze zeggen dat het het beste is voor je kind. Borstvoeding. En wat een slechte moeder zou je zijn als je niet het beste zou willen voor je kind. Toch? 

Dus je begint eraan, vol goede moed. Maar dan komen de problemen. Problemen waarvan je, heel eerlijk, nog nooit gehoord had. Problemen waarvan je echt niet wist dat ze bestonden. Je probeert door te zetten, maar op een bepaald moment kan je niet meer. Je lichaam herstelt te slecht van de bevalling, je hormonen slaan tilt, je voelt je een wrak. En dan gebeurt het. Na amper 5 weken ‘geef je op’. Zo voelt het voor jou, diep vanbinnen. En zo, denk je, bekijkt de buitenwereld je.

Maar intussen is je zoon een gezonde peuter van twee, een heel gelukkige peuter zelfs, en dan nog één die amper ziek is. Alle schuldgevoelens van toen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Je bent geen slechte moeder omdat je toen niet kon opbrengen ‘het beste’ te geven aan je kind. Je hebt je best gedaan, het ging niet meer, en op dat moment was stoppen met borstvoeding het beste wat je kon doen. Voor jezelf, en daarom ook voor je kind.

Kindje 2

En nu, nu ligt je dochter in je arm. Je hebt intussen geleerd wat het is om je zo verantwoordelijk te voelen voor een klein kwetsbaar wezentje. Je weet hoe het voelt om je leven even in teken van dat kleine wezentje te plaatsen. Meer nog, je geniet van dat kleine wezentje en die uitzonderlijke unieke momenten die jij, en niemand anders, met haar hebt.

En toch voel je het soms knagen.

Die druk van de buitenwereld om opnieuw een leven van jezelf te hebben.

Het gebrek aan slaap omdat je, dag en nacht, elke 2 à 3 uur opgeëist wordt door de honger van je dochter.

Overal waar je gaat, is zij erbij.

Het is tijdelijk, het is uniek, je moet van deze periode genieten. Zolang alles goed gaat, kan je alles aan. Maar op de momenten dat je peutertje verandert in een ‘nee-meneer’, op de momenten dat je partner zijn eigen werkverslaafde zelf is, krijg je het moeilijk. 

Op zulke momenten is het sterker dan jezelf. Dan verlang je, heel stiekem, naar het moment dat je eigen leven opnieuw kan beginnen.