De wake-upcall van een plusmama

  • door Gastmama

Het is eind juni, dat betekent dus ook het einde van het schooljaar... Hier in huis zijn er twee afgestudeerden in de familie: eentje stapt de lagere school binnen, de andere rondt het secundair af en zet zijn laatste studiefase in.

Het is eind juni, dat betekent dus ook het einde van het schooljaar... Hier in huis zijn er twee afgestudeerden in de familie: eentje stapt de lagere school binnen, de andere rondt het secundair af en zet zijn laatste studiefase in. 

Even fier op eigen kind en pluskind

En bij allebei word ik plots overvallen door een gevoel van nostalgie… Waar is dat kleine babymeisje gebleven dat geen seconde zonder ‘beestje’ kon (de origineel gekozen naam voor haar knuffel waarvan we er, om trauma’s te vermijden, vier identieke stuks hadden gekocht). En hoe is plots dat klein manneke getransformeerd tot een uit de kluiten gewassen jongeman van 1,80 m en schoenmaat 43?

Ik ben ook even trots op alletwee, hoewel een van beiden niet mijn genetisch materiaal draagt. Hij is het resultaat van het eerste huwelijk van mijn man en iedereen die de rol toebedeeld krijgt van plusmama, zal het zeker met mij eens zijn: het is zoeken, aftasten, elkaar leren kennen en respecteren. Het is zoeken naar een samenlevingsvorm die voor iedereen werkt en waarbij iedereen zich gelukkig voelt. 

Maar toch buitenstaander op cruciale momenten

Als dat dan effectief lukt en je na twaalf jaar merkt dat je toch iets van je eigen waarden herkent in die jongvolwassene, dan ben je simpelweg blij. En heel verdrietig als je na diezelfde periode ziet dat je toch een buitenstaander blijft op een cruciaal moment: de proclamatie en receptie ter gelegenheid van het afstuderen. De uitnodigingsbrief van de school sprak over ‘de ouders’ tout court, niets meer, niets minder.

Niemand lijkt zich daarover vragen te stellen behalve ik. Euh, en ik? Mag ik dan niet mee? Niemand lijkt het goed te weten, niemand durft er goed over na te denken of zelfs vragen over te stellen, dus tellen we stilletjes af naar de bewuste avond. Intussen neemt mijn onrust alleen maar toe: tel ik dan niet mee? Na twaalf jaar te zorgen, te troosten, verse maaltijden klaar te maken, te zorgen voor nette kledij, te vragen ‘hoe was je dag?’, heen en weer te rijden? Uiteindelijk vertrekt iedereen en een paar dagen later verschijnen de foto’s van de glimlachende, trotse gezichten op Facebook.

En dan komt mijn tweede afgestudeerde thuis en zegt: ‘Mama, jij bent voor mij de liefste!’ Zou eigen bloed dan toch dikker zijn, no matter what? ‘Meiske, wij gaan onze eigen receptie houden, zie’, zei ik. En ik nam een glas lekkere Kriek en een fruitsapje met een zak chips en reken maar dat we ervan genoten hebben!