Dossier: Hoe kun je je kind vlotter laten slapen?

Heb jij een moeilijke slaper in huis? Je bent niet alleen, want uit onderzoek blijkt dat tot 43 procent van de ouders het afgelopen half jaar regelmatig ’s nachts uit zijn slaap werd gehouden door hun kroost. Daarmee vormen kinderen, wat voor schatjes het ook zijn natuurlijk, een belangrijke oorzaak voor slaapproblemen bij volwassenen. 

Heb jij een moeilijke slaper in huis? Je bent niet alleen, want uit onderzoek blijkt dat tot 43 procent van de ouders het afgelopen half jaar regelmatig ’s nachts uit zijn slaap werd gehouden door hun kroost. Daarmee vormen kinderen, wat voor schatjes het ook zijn natuurlijk, een belangrijke oorzaak voor slaapproblemen bij volwassenen. En dat is niet iets waar je te licht moet overgaan, vindt prof. Inge Glazemakers, ontwikkelingspsychologe en gastdocent aan de Universiteit Antwerpen.

In haar boek Slaap Zacht geeft professor Glazemakers haalbare tips voor ouders die het roer willen omgooien. Ze wil hen vooral hoop geven, want ‘met goede slaapgewoonten en door positief te reageren op het slaapgedrag van je kind, kom je al een heel eind.’

Als deze zin bij je klopt: ‘Als het een probleem is dat jouw (dagelijks) functioneren of dat van je kind moeilijk maakt, is het een probleem dat je maar beter zo snel mogelijk kunt oplossen’, dan is dit boek zeer handig voor jou. Het boek gaat vooral over jonge kinderen (peuter-, kleuter- en lagere schoolleeftijd), maar het refereert bij bepaalde slaaptypes naar de puberteit.

In haar boek stelt ze een 4-stappenplan voor dat je kind vlotter zou moeten laten slapen. Al blijft Glazemakers wel realistisch. ‘Een wondermiddel dat je kind elke nacht als een roos laat slapen, bestaat helaas nog niet.’

Een paar cijfers

‣ Uit een onderzoek van Spruyt e.a. uit 2005 blijkt dat tot 62% van de ouders rapporteert dat hun kind minstens één slaapgerelateerd probleem had de afgelopen zes maanden.

‣ Kinderen slapen in het weekend ongeveer een uur langer dan door de week, ze spenderen eveneens een half uur langer tijd in bed.

‣ Een derde van de Vlaamse kinderen slaapt niet alleen.

‣ 24% van de Vlaamse ouders geeft aan dat hun kind uitstelgedrag vertoont wanneer het moet gaan slapen.

‣ 21% van de Vlaamse kinderen ontwaakt terwijl ze zich nog moe voelen.

‣ 19% van de Vlaamse kinderen heeft moeilijkheden om te ontwaken.

‣ Een onderzoek uit 2013 van de Nederlandse Vereniging voor Slaap/Waak Onderzoek geeft aan dat meer dan een kwart van de ouders elke nacht zelf minstens één uur te weinig slaapt sinds ze kinderen hebben.

‣ Eén op de zeven ouders geeft aan dat ze overdag beter zou presteren wanneer hun kind beter zou slapen.

‣ Eén op de zes ouders geeft aan ’s nachts meer dan twee keer gewekt te worden door hun kind.

 

Mama slaapt in de zetel met kindje in haar armen

Weinig slaap en kleine kinderen: ‘Dat hoort zo’

De cijfers liegen er niet om: bijna de helft van de ouders heeft een onderbroken slaappatroon. Weinig slaap hoort natuurlijk voor een stuk bij het hebben van kleine kinderen en het is belangrijk om niet meteen te gaan problematiseren. Maar toch mag het allemaal niet te lang duren, vindt prof. Glazemakers.

‘Het kan op zich niet veel kwaad als je een keer een slechte nacht hebt om de zoveel tijd, maar als het gaat om een aanhoudend probleem, dan is het beter om het niet te lang te laten aanslepen’, zegt Glazemakers. ‘Zodra de slaapproblemen te zwaar beginnen te wegen op een gezinsleven, is het tijd om aan de alarmbel te trekken.’

Toch is dat niet altijd vanzelfsprekend voor een ouder; je denkt al snel dat je gaat overdrijven. ‘Je wordt eigenlijk als het ware nog voor je bent bevallen gewezen op het feit dat kinderen krijgen gepaard gaat met weinig slaap. “Geniet er nu nog maar van, nu je nog kunt, want hierna zal het voor eventjes gedaan zijn met slapen”, krijg je vaak te horen. En inderdaad, in die eerste maanden heb je de nachtvoedingen. Maar het onderbroken slaappatroon zou geen jarenlang scenario mogen zijn.

Het is beter om niet te lang te wachten en hulp in te roepen, want net als met andere opvoedingskwesties kun je eventuele slechte slaappatronen gemakkelijker omkeren als ze zich nog niet (te) lang voordoen. In veel gevallen, buiten de slechte slapers met een medische achtergrond, gaat het immers om patronen die door het kind zijn afgedwongen.’

Mama met 2 kindjes in pyjama liggend in de zetel

Het Supermarktsyndroom

Een schuldgevoel is het laatste wat Glazemakers jonge ouders wil aanpraten. ‘Er zijn verschillende aspecten die ervoor zorgen dat we in een bepaald patroon terechtkomen. Daar waar je op sommige momenten misschien niet zo vatbaar bent voor de kuren van je kind, zul je op andere momenten wel vatbaarder zijn.’

‘Ik vergelijk het met het Supermarktsyndroom: je neemt je kind mee naar de supermarkt, hij/zij wil iets hebben, je weigert eerst een aantal keren consequent tot het kind begint te brullen. Uiteindelijk geef je toe en stop je het misschien nog wat snoepen toe om een al te grote scène te vermijden. Je kind is weer kalm, je haast je door de supermarkt en neemt je voor om je kind nooit meer mee te nemen.’

‘In de slaapkamer ervaar je een gelijkaardige druk, omdat je als bezorgde en vaak zelf al vermoeide ouder wilt dat je kind voldoende slaap krijgt. Je weet dat slaap gewoon heel belangrijk is. Je kind voelt ook aan dat je zwakker staat op dat moment en maakt daar gretig gebruik van.’

‘Het moeilijke van heel die situatie is het kunnen inschatten dat er een bepaald patroon is ontstaan. Je wordt je er als ouder vaak pas heel laat van bewust dat je in een doodlopend straatje bent beland. Op het eerste gezicht lijkt het immers een win-winsituatie: het kind heeft een extraatje gekregen, maar het doet intussen wel wat jij wou. Het slaapt. Dat klinkt als een mooie deal, maar wat je eigenlijk gedaan hebt, is onbedoeld je kind belonen voor het dwingende gedrag dat het vertoonde. En door systematisch onbedoelde beloningen uit te delen voor ongewenst gedrag, maak je het jezelf als ouder alles behalve gemakkelijk. Dwingend gedrag en onbedoelde beloningen houden elkaar in stand. Je creëert heel snel een vicieuze cirkel, waardoor dwingend gedrag alleen ophoudt als je toegeeft aan de verlangens van je kind.’

Slaap = belangrijk

Maar waarom willen kinderen soms niet slapen? Hebben ze dan minder slaap nodig? ‘Slaap is belangrijk voor elk kind. Maar het is zo dat vooral in de kindertijd de ontwikkeling naar een vast slaappatroon vaak met schokken gepaard gaat. Ze leren veel nieuwe dingen kennen en dan kan het niet anders dat ze dat ’s nachts soms moeten verwerken. En net op die moeilijkere verwerkingsmomenten moeten ze mama en papa missen.'

'Een kind heeft ook pas van in de kleutertijd besef van tijd, waardoor een nacht soms eindeloos lang lijkt voor een kind. Daarbij komt tot slot nog dat een kind niet altijd in staat is om zijn of haar eigen vermoeidheid goed te kunnen inschatten op het moment dat het moet gaan slapen. ‘Maar ik ben nog niet moe’, hoor je vaak. Op dat vlak hebben ze jouw hulp als ouder nodig om hun vermoeidheid te leren herkennen.’

Er zijn een aantal indicaties waaraan je kunt merken of je kind wel genoeg slaap heeft: reageert het bijvoorbeeld extra prikkelbaar overdag of zal het heel snel in slaap vallen in de wagen… Heeft het enorm veel moeite om wakker te worden ’s morgens…’

Kindje ligt op de schouder van de mama

In vier stappen vlotter naar bed

Stap 1: Voorkomen is beter dan genezen. Het is belangrijk om niet alleen naar de oplossing van het probleem te kijken, maar ook naar de omstandigheden die problemen kunnen uitlokken of verergeren. Een goede slaaphygiëne is de beste manier om slaapproblemen in de toekomst te voorkomen.

  • Hoe ritmischer en regelmatiger je leven verloopt, hoe beter je slaapt. Merk je dat je kind moe wordt, dan kun je daar het best meteen op reageren door je kind meteen naar bed te brengen.
  • Een goede slaapomgeving is ook enorm belangrijk. Slapen doe je het best in een donkere, koele (18°C is optimaal) en stille ruimte.
  • De slaapkwaliteit van je kind hangt ook samen met het bed waarin je kind slaapt of met de directe omgeving waarin het bed staat.

Stap 2: Weet wat je wil en zég wat je wil. Kinderen willen duidelijkheid en zullen, als ze voor een keuze worden gesteld, (bijna) altijd gaan voor de optie die het meest helder wordt geformuleerd. Je zegt dus het best op een zo duidelijk mogelijke manier wat jewil en wat er zal gebeuren als het precies doet wat je vraagt. Misschien hangt er wel een beloning aan vast? Zelf al eens je ideale scenario opschrijven kan helpen die gedachten te ordenen.

Stap 3: Houd een slaapdagboek bij. Elke dag vijf minuutjes ’s morgens en vijf minuutjes ’s avonds. In het boek vind je handige vragen. Na een goede week zou een patroon moeten duidelijk worden.

Stap 4: Aan de slag! 

De tien verschillende types

In totaal stelt Glazemakers tien types slapers voor die elk hun eigen tips krijgen.

  1. Treuzelwonders hebben ’s avonds veel excuses klaar om nog niet naar bed te hoeven gaan of gebruiken allerlei manieren en middelen om zijn/haar bedtijd uit te stellen.
     
  2. Zangers hebben ontroostbare huilbuien of roepen/gillen wanneer ik ze in bed leg of de kamer uitga.
     
  3. Filosofen komen ’s avonds met de meest waanzinnige vragen op de proppen of piekeren voor het slapen gaan.
     
  4. Knuffelberen kunnen niet alleen (in)slapen, hebben iemand nodig die bij hen blijft of kruipt bij de ouders in bed.
     
  5. Nacht­uilen lijken onvermoeibaar: ze lezen, denken, dromen en spe­len met gemak een halve nacht door. Ze liggen lang wakker in bed vallen hierdoor pas laat in slaap.
     
  6. Springveren staan ’s nachts om de zoveel tijd aan je bed. Mijn kind komt ’s avonds of ’s nachts vaak uit bed, vaak al klagend dat het niet kan slapen.
     
  7. Fonteintjes worden af en toe wakker in een nat bed.
     
  8. Drakentemmers maken zich zorgen om allerlei monsters en zijn bang wanneer ze moeten gaan slapen of worden ’s nachts angstig wakker.
     
  9. Wekkers maken je ’s ochtends veel te vroeg wakker.
     
  10. Marmotten krijg je er ’s ochtends dan weer onmogelijk uit.

‘Je zult vaak merken dat je kind meerdere types tegelijk kan zijn, maar dan is het aan jou als ouder om te kijken welk type doorslaggevend is. Er is er altijd wel eentje dat de overhand neemt.’

 

Voor wie eraan wil beginnen, geeft prof. Glazemakers nog een paar laatste tips mee.

  • Ga ervan uit dat het eerst slechter wordt. Je zult met andere woorden even moeten doorbijten.
     
  • ​Het is best om eraan te beginnen als je zelf wat reserve hebt. Je hebt immers al je geduld nodig, zeker in het begin, want het zal sowieso altijd eerst een beetje erger worden.
     
  • Zorg ook voor een partner-in-crime die je kan bijstaan en je kan helpen in het herkennen van het patroon in kwestie. Het is voor veel mama’s vaak moeilijk om los te laten en hulp te vragen, maar toch is het de truc om een blijere mama te zijn. Je hoeft niet alles alleen op te lossen.
     
  • Focus op het goede. We zijn in onze maatschappij zodanig gefocust op dingen die opvallen doordat we ze niét willen, dat we vaak vergeten wat er wél is. Dat is de kracht van de positieve psychologie. Zodra je beseft dat het voor kinderen moeilijker en minder verleidelijk is om voor een negatief gedrag te kiezen, heb je eigenlijk een heel belangrijke sleutel in handen. Het is gemakkelijker om je eigen gedrag aan te passen dan dat van je kinderen. Denk dus na wat je in de plaats wil zien en niet wat je niet meer wilt zien. Heel concreet: focus op de momenten waarop het kind wél in bed blijft. 
  • Probeer realistische verwachtingen te hebben. Als je kind gewoonlijk vijf keer per nacht aan je bed staat, kun je niet verwachten dat ze dat ineens niet meer doen. Het vergt tijd. Een Wekkertje dat elke morgen heel vroeg wakker is, zal niet meteen snappen dat het nog niet mag opstaan en zich in stilte moet bezighouden. Wat daarbij kan helpen, is een Jokersysteem: daarbij krijgt het een joker, waarmee het één keer uit bed mag komen. Dat kan soms een geruststelling zijn voor een kind, omdat ze dan weten dat ze altijd mogen opstaan als er écht iets is. Ze voelen zich dan ook niet gestraft in die gevallen.
Mama die haar slapend kindje een kus geeft

Tip voor als je een baby hebt

Baby’s hebben uiteraard nog geen vast slaappatroon, maar je kunt hem/haar al redelijk vroeg beginnen aanleren om in een eigen bed in slaap te vallen. Op die manier gaat hij/zij zijn/haar bed associëren met slapen. Je creëert met andere woorden een bepaald verwachtingspatroon. 

Cover van het boek slaap zacht van Inge Glazemakers

Meer informatie? Lees het boek 'Slaap zacht' van Inge Glazemakers!

Ben je dus geïnteresseerd in het boek en wil je meer lezen of informatie?

Boek inkijken | Meer info | Bestel nu