Dossier Verwachten en verliezen – deel 1: kinderloosheid

Wanneer je ‘vol verwachting’ naar de boekhandel stapt om een boek over zwangerschap te kopen heb je de keuze uit een hele reeks titels. Enkele voorbeelden: ‘Mama worden’, ‘Zo krijg je een blije baby’, ‘Een praktische lifestylegids voor je eerste jaar als mama’, ‘Het nieuwe borstvoedingsboek’, ‘Het grote wonder’, ‘Geboorte vol vertrouwen’, Help ik word (super)papa’, ‘Op weg naar een bekrachtigende bevalling’, ‘Sterker zwanger’, ‘Bevallen op eigen kracht’, ‘Veilig zwanger’, … Titels die je laten dromen over een toekomst vol vervulling. Niets in al die titels doet vermoeden dat papa en mama worden niet voor iedereen zo’n rimpelloos traject kan worden.

Verwachten kan ook omslaan in verliezen. En wanneer je dan ook nog in stilte moet rouwen wordt het eenzaam verdriet dat niemand ziet. Iedere samenleving heeft regels om met verlies en verdriet om te gaan. In arbeidssituaties krijgt een personeelslid bijvoorbeeld vijf dagen werkverlet bij het overlijden van de partner of van een kind, drie dagen bij het sterven van vader of moeder, schoonouder, broer of zus. Dit soort regels bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Omtrent geboorte en ouderschap zijn er vele vormen van verlies waarvoor de samenleving geen normen, geen gebruiken en zelfs geen woorden heeft. Het gaat om ‘niet-erkende rouw’, om verliezen die door de samenleving en soms ook door de rouwenden niet als dusdanig worden herkend en erkend.

   In deze bijdrage willen we even dieper inzoomen op tien verlieservaringen die met zwangerschap kunnen worden geassocieerd: kinderloos blijven, fertiliteitsbehandelingen, donorinseminatie, draagmoederschap, verlies van een prille zwangerschap, zwangerschapsafbreking om medische redenen, abortus, premature geboorte, adoptie, perinatale sterfte. Bij elk van deze ervaringen kan je rouwen. Vaak wordt dit niet eens opgemerkt door de directe omgeving.

Deel 1: Kinderloosheid

Enkele jaren geleden schreef een Nederlandse dat ze een fout had ontdekt in mijn boek over verlies: ‘Je schrijft over “het verdriet van ouders die nooit kinderen hebben gekregen”. Dat moet toch zijn: “mensen” die nooit kinderen hebben gekregen, want als je nooit kinderen hebt gekregen ben je toch geen ouder.’ Ik had over die zin in mijn boek grondig nagedacht. Als je een leven lang hebt verlangd naar kinderen ben je misschien wel meer ‘ouder’ dan sommige anderen. Ouderschap is voor mij meer dan een biologisch gebeuren.

  Ongewenst kinderloos blijven is een specifieke vorm van niet-erkend verlies. Zelfs in een tijd waarin veel vrouwen een indrukwekkende loopbaan ambiëren, betekent de rol van moeder voor heel wat vrouwen nog altijd veel. Lukt het niet om zwanger te worden, dan beleven vrouwen dat als een verlies van identiteit. Bij ongewenste kinderloosheid wordt ook nog veel te weinig stilgestaan bij wat dit betekent voor de man die nooit vader zal worden. Zijn verdriet blijft dubbel niet-erkend. Dat heeft te maken met het cultureel gegeven dat vrouw zijn vroeger veel meer verweven was met moederschap dan man zijn met vaderschap.

  Voor koppels die geen biologische kinderen kunnen krijgen, raken de verliezen ook hun vrienden en hun familie. Zij begrijpen de diepte van hun pijn en hun strijd niet altijd en gaan graag verder met hun leven, samen met hun kinderen die er zonder veel problemen zijn gekomen.

 Kinderen krijgen lijkt vanzelfsprekend, maar als je te horen krijgt dat het bij jou niet zal lukken zakt de grond onder je voeten weg. Je moet de realiteit laten doordringen, maar je wilt dit besef niet. Het heeft je jaren gekost om erachter te komen. En je worstelt tussen blijven hopen dat het misschien nog goed komt en het langzaam laten doordringen van het verlies. Er is voor de buitenwereld niets veranderd, niemand ziet dit verlies. Maar je wilde moeder of vader worden en je wordt het niet. Wat word je dan wel? Welke toekomst is er nog? En dan komt de vraag waaraan of aan wie het ligt. Niet altijd gemakkelijk in een relatie. De vraag naar de reden wordt snel een vraag naar wiens schuld het is.

  Je moet afscheid nemen van je kind voor je de kans hebt gehad het te dragen en te leren kennen, en daar ben je niet klaar voor. Het kind zat al in je hoofd en in je hart van zodra je ernaar begon te verlangen. De mededeling dat het niet zal lukken verdrijft dat beeld niet zomaar uit je gedachten. Je gezin blijft onaf, er ontbreekt iets. Overal rondom je – in je familie, bij je vrienden en bij je collega’s op het werk – lijkt het vanzelf te lukken. Je hoort er niet meer bij, omdat de confrontatie je telkens weer op je gemis duwt. Hun blijde gezichten doen pijn. Afrekenen met infertiliteit is rouwen om verliezen die vaak onzichtbaar zijn en niet worden erkend door anderen. Bij infertiliteit is er geen baby om te koesteren en geen overleden persoon waarmee je ervaringen hebt kunnen delen.

  Open communicatie hierover tussen partners is niet zo gemakkelijk. Je zit allebei met het verdriet en je kunt het niet wijten aan een oorzaak buiten jullie twee. Erover spreken doet pijn, er niet over spreken creëert afstand. Als je elk op verschillende sporen komt, raak je elkaar kwijt. Je verdriet verstoppen voor elkaar is vragen om problemen, ook al denk je er goed aan te doen je partner niet te belasten. Hij of zij heeft het al moeilijk genoeg. De rouwarbeid (hierover vind je meer in Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet) waar je voorstaat  kun je niet alleen klaren.

  Het rouwproces is voor iedereen anders, ook binnen een relatie. Als vrouw ervaar je het aan de lijve. Bij een normale cyclus wordt je er elke maand weer mee geconfronteerd dat je lichaam zich tevergeefs heeft voorbereid op een zwangerschap. Het ouderschap neemt bij vrouwen nog altijd een centralere plaats in dan bij mannen, bij wie het werk vaak een grotere plaats inneemt. Dat betekent niet dat mannen niet heel erg naar kinderen kunnen verlangen. Je partner niet kunnen geven wat hij zo verlangt is op zich moeilijk. Er samen over praten is moeilijk, net als het vertellen aan je ouders, je broer of zus.   

   Kinderloosheid gaat met je mee op je pad door je leven. Je laat het nooit thuis. Op straat zie je vrolijke gezichten achter kinderwagens. In de werksituatie hoor je de verhalen van collega’s over hun kinderen. Je zus heeft een blijde mededeling, maar weet niet hoe en wanneer ze het kan zeggen. Je ouders zoeken een weg tussen blijdschap voor hun ene dochter en verdriet voor de andere. Is dan niets meer normaal of gaat het over? Met de tijd leer je er misschien wel mee leven, maar dit neemt de pijn en het verdriet niet weg.

  Het gaat nooit over. De kinderen van je collega’s worden groter. Bij het einde van elke trimester hoor je hen triomfantelijk de schoolresultaten bespreken. Op familiefeesten zorgen de kinderen voor extra ambiance en op nieuwjaarsdag mag je blij mee luisteren naar hun nieuwjaarsbrieven. Je mist een dimensie in de relatie met je ouders die nooit de grootouders worden van je kinderen. En later komen de huwelijksaankondigingen van de kinderen van je vrienden, de geboortekaartjes. Als je ouder en zorgbehoevend wordt, heb je geen kinderen die voor je kunnen zorgen.

Helpen is

Helpen is vooral erkenning geven aan verlies dat persoonlijk of maatschappelijk niet wordt erkend en het als rouw benoemen. Jezelf de kans geven het verlies te voelen en erover te rouwen brengt meer bevrijding dan het permanent opkroppen en wegduwen. De kring van stilte moet worden doorbroken. Door de niet-erkenning dreigt het verdriet onder de oppervlakte te blijven voortwoekeren. Dat resulteert in wat soms pathologische rouw wordt genoemd, ook al is dit geen pathologie van het individu maar het resultaat van ontkenning door een brede samenleving. Door je verdriet op te kroppen van je verdriet en door het gemis aan opvang en steun, kan het verdriet alle domeinen van je leven aantasten. Rouw is altijd een subjectieve ervaring. Te gemakkelijk wordt het verdriet van een ander geminimaliseerd, door ofwel het verlies niet als betekenisvol te erkennen of door de omstandigheden waarin het is ontstaan af te keuren. Persoonlijke opvattingen, oordelen of vooroordelen je kunnen remmen om mensen in verdriet persoonlijke zorg te geven. Laat oordelen over aan rechters en magistraten. Effectief helpen in verdriet vraagt dat je verschillen in visie accepteert, dat je onbevooroordeeld luistert en een klimaat van oprechte aanvaarding creëert.

Literatuur

Bateman-Cass C. The loss within loss: Understanding the psychological implications of assisted reproductive technologies for the treatment of infertility. Dissertation Abstracts International 2000: 61; 1624B. (UMI no. 9965385)

Glazer ES. Miscarriage and its aftermath. In Lieblum SR (Ed.). Infertility: Psychological issues and counseling strategies. New York: Wiley; 1997, 230-245.

Greenfeld DA, Haseltine F. Candidate selection and psychosocial considerations of in-vitro fertilization procedures. Clinical Obstetrics and Gynecology 1986: 29; 119-126.

Hurwitz N. The psychological effects of in vitro fertilization. Pre- & Peri-Natal Psychology Journal 1989: 4; 43-50.

Keirse M. Eerste opvang bij perinatale sterfte. Gedragingen en attitudes van ouders en hulpverleners. Leuven: Acco; 1990 (2de druk).

Keirse M. Therapeutische verbetenheid en patiëntenrechten. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 877-887.

Keirse M. Omgaan met een ongeneeslijke ziekte. Lessen uit de praktijk. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 1370-1379.

Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt: Lannoo; 2017.

Keirse M. Patiëntenzorg en -begeleiding. Leuven:Voorburg: Acco; 2005.

Kluger-Bell K. Unspeakable losses. Understanding the experience of pregnancy loss, miscarriage and abortion. New York: WW Norton; 1998.

 Spitz B, Keirse M, Vandermeulen A. Als je een prille zwangerschap verliest. Tielt: Lannoo; 2010.