En toen kakte mijn nieuwe collega los in zijn broek tijdens een videocall

“Moest je nu eens van dienst veranderen? Een andere werkomgeving zal je deugd doen, toch?” Die vraag kreeg ik enkele weken geleden. En zo geschiedde. Sinds twee weken werk ik dus op een nieuwe dienst. Met nieuwe collega’s en een nieuwe baas.

Het waren, euhm, speciale introductieweken. Maar als nieuwkomer wil je vooral niet te veel opvallen. Dus je doet mee met de hoop en plooit soms onder de groepsdruk.

Dit is een verslag van de eerste twee weken op mijn nieuwe werkplek die mij om één of andere reden doet denken aan een andere plek die ik goed ken. Maar dat zal mijn verbeelding zijn.

Snelle en onverwachte overplaatsing

Om te beginnen: de beslissing van mijn overplaatsing viel heel snel en onverwacht. Veel voorbereiding was er niet. Op mijn eerste werkdag moest ik zelf mijn gerief bijeenzoeken. Ook mijn bureau moest ik zelf zien te vinden. Uiteindelijk vond ik een plekje tussen een roze kinderwagen en een stapel puzzels van Disney.

De onboarding verliep niet helemaal vlekkeloos met andere woorden.

De eerste kennismaking met de nieuwe collega’s verliep gelukkig wél goed. Hoewel de ene recht uit zijn bed leek te komen. En wanneer hij een boertje liet, kreeg hij applaus van de andere collega’s. Ach, een inside joke die ik snel ging snappen waarschijnlijk. Een andere collega zocht meteen toenadering. Of ik zin had om te schommelen straks? Ik mocht haar duwen. Leuk idee. ‘t Is eens iets anders om elkaar te leren kennen, vond ik.

Geen clean desk policy

Eén blik op het kantoor zei wel genoeg: er ontbrak duidelijk een clean desk policy. Stiften, papieren, scharen, puzzels en knikkerbanen lagen kriskras door elkaar. Een warboel was het. Daar moest ik wel aan wennen. Want hoewel er dagelijks tot driemaal toe werd opgeruimd, leek het telkens enkele minuten later opnieuw alsof de printer ontploft was. Trouwens: de schoonmaakploeg liet verstek en we moeten nu zelf poetsen. Echt professioneel was het niet, maar het bevorderde de teamgeest wel. Hoewel sommige collega’s liever winkeltje leken te spelen tijdens het poetsen.

Van teamgeest gesproken. Ik had geluk: er stond een teambuilding op het programma. We gingen op uitstap. De tip vooraf: exotisch.

De tip leidde ons naar de plaatselijke supermarkt waar we zoals bij elke grote attractie in een pretpark moesten aanschuiven om binnen te mogen. Het was druk. Eenmaal binnen, ging het rechtstreeks naar de visafdeling. Daar stond een aquarium met kreeften. Het hoogtepunt van onze teambuilding. Na nog wat rond te slenteren in de afdeling ‘Exotische voeding’ gingen we terug naar kantoor.

Eigen tradities

Toen viel mij iets op. De collega’s plaatsten knuffelberen voor het raam. Je kan dat raar vinden maar elk bedrijf heeft zo wel zijn tradities denk ik.

Nog zo eentje: applaudisseren als een project succesvol afgerond wordt. Zoals een knutselwerk van een flamingo. Of wanneer een flesje melk helemaal uitgedronken wordt. Succes vieren we op kantoor, hoe klein het ook is. En da’s wel mooi.

Incidenten

Jammer genoeg was er ook een incident tussen collega’s in mijn eerste werkweken. Een collega viel in slaap op een kussen op de grond. Een andere collega gaf hem een blaam. Ook ik kreeg een blaam: ik had haar niet lang genoeg geduwd tijdens het schommelen. Het viel trouwens op dat deze collega wel héél veel vragen stelde. Continu vroeg ze waarom we iets deden. Misschien typisch voor een junior maar vragen waarom ik pipi doe, voelden toch wat té privé om eerlijk te zijn.

De printer zorgde ook al voor een discussie. Ik wilde enkele voorbereidingen voor een videocall afprinten, zij wilde een kleurplaat van een vlindertje afprinten. Haar argumentatie gaf de doorslag: ze had het écht, écht, écht wel nodig zei ze. En ze lachte vervolgens heel lief. We kwamen overeen dat ze mij daarna met rust ging laten. Ze was akkoord. Tot vijf minuten later toen ze een kleurplaat van een bloemetje kwam vragen. En dat tijdens mijn videocall.

Chaotische lunch

De lunch in de bedrijfskantine verloopt soms chaotisch. Een collega morst continu en lijkt daar heel veel plezier in te hebben. Een andere collega ligt languit in een ligstoel te kwijlen. Misschien voelt hij zich schuldig. Want tijdens die videocall net voor de lunch kakte hij los in zijn broek terwijl hij naast mij zat. Zoiets had ik nog nooit voor gehad. Maar dat kan aan mijn onervarenheid liggen natuurlijk.

Na het eten is er de gewoonte om zelf de afwas te doen. Dat is ietwat anders dan ik gewoon was maar vond ik niet zo erg. Een gelegenheid om bij te praten met een collega. Wel jammer dat het altijd dezelfde zijn die afwassen, terwijl de anderen er van onder muizen om een puzzel te maken. Qua collegialiteit niet zo top.

Om de communicatie in het team te bevorderen doen we vaak stand-ups. Daarbij is er één heel dominante collega waarbij de plaat nogal vaak blijft hangen. Ze blijft herhalen dat ze wil schommelen. De andere brabbelt onverstaanbaar maar is wel altijd de luidste als hij honger heeft. Of als hij in zijn broek kakt.

Dag en nacht aan het werk

Maar het zijn harde werkers. Workaholics zou je kunnen zeggen. Soms werken we ‘s nachts door. Dan lig je net in je bed, hoor je een collega op nogal dwingende wijze om feedback vragen. Een nachtje door werken wordt vaak bezegeld met een lekker melkje. Er is een Spartaans werkregime want ook de afterwork is met melkjes. Geen alcohol. Hoewel het soms zou helpen denk ik in mezelf.

Uiteraard is het niet allemaal kommer en kwel. We eten in de namiddag fruitpap en, ondanks de spanningen, wordt er vaak geknuffeld. De nieuwe baas valt ook best mee. Ik zou zweren dat ze stond te flirten met mij tijdens de afwas, maar dat kan mijn verbeelding zijn. Je moet oppassen met zo’n dingen.

Over de radio is ook al discussie geweest. Ik verkies Studio Brussel. Een andere collega hoort liever liedjes van Maya De Bij. Gelukkig vonden we een consensus. In ruil om eens verstoppertje te spelen, wilde een collega enkele minuten Studio Brussel verdragen.

Hoopgevende evaluatie

Op het einde van mijn eerste twee weken stond er een evaluatiegesprek op de agenda. Dat was hoopgevend: ze vonden dat ik het niet slecht deed. Er waren wel enkele klachten over te korte schommeltijden en te weinig engagement tijdens het verstoppertje spelen. Maar in het algemeen waren ze tevreden. Een opluchting…

Net voor we het gesprek afsloten, volgde er nog één iets wat ze wilden meedelen. Vanaf nu gingen ze het bonussysteem aanpassen. Financiële tegemoetkomingen werden vervangen door… stempeltjes.

Ik mocht zelf kiezen welk kleur. Als het maar roze was.

 

Pieterjan Blondeel

Deze blog verscheen eerder hier.