FAQ: Wat als ik niet immuun ben voor het cytomegalievirus?

  • door Mamabaas

Cytomegalievirus of CMV is, naast toxoplasmose, ook een bekende en gevreesde boosdoener tijdens de zwangerschap. Het is een virus dat bij een gezonde volwassene weinig en dan ook nog erg wisselende en atypische symptomen veroorzaakt, maar bij een infectie tijdens een zwangerschap gevaarlijk kan zijn voor de vrucht.

Facts: CMV in cijfers

1 tot 4 procent van de vrouwen maakt tijdens de zwangerschap een CMV-infectie door. In 40 tot 50 procent van de gevallen wordt ook de foetus daarbij besmet. Van de geïnfecteerde foetussen zal uiteindelijk 5 tot 18 procent erge of minder erge symptomen vertonen. 

Het cytomegalievirus is gelukkig niet erg besmettelijk aangezien er nauw contact met besmet speeksel, bloed of urine voor nodig is. 

Hoe raak je besmet?

Als je opnieuw zwanger bent, dan gebeurt het meestal door je eigen kind, dat bij de onthaalmoeder, crèche of op school massaal is blootgesteld aan een hele reeks virussen.

Je besmet je vaak zelf heel onbewust, door bijvoorbeeld met een gemeenschappelijke lepel te eten (je wilt even voelen of het eten niet te warm is), door een gevallen fopspeen af te likken of door je handen misschien iets minder goed te wassen na het verschonen van een luier.

Stijgt het risico voor de foetus van trimester 1 naar 3?

Er wordt vaak gezegd dat het risico van het doorgeven van het virus op de foetus verhoogt naarmate de zwangerschap vordert (eerste trimester 36 procent, tweede trimester 45 procent, derde trimester 77 procent), maar daar bestaat discussie over.

Hoe kun je CMV voorkomen?

De volgende tips helpen het infectierisico tijdens een zwangerschap te verminderen:

  • Als je zelf weet of je al dan niet (relatief) beschermd bent tegen een cytomegalievirusinfectie doordat je antistoffen bezit (je arts kan dat nagaan), kan dat ervoor zorgen dat je alerter leeft en minder risico’s neemt.
     
  • Let op een heel strikte persoonlijke hygiëne: was je handen grondig na het verversen van een luier.
     
  • Probeer kinderen onder de zes jaar niet op hun mond of wang te kussen … Niet leuk om te lezen en in realiteit heel erg moeilijk voor een mama om toe te passen als het om haar eigen kind gaat, maar je kunt ze ook een dikke knuffel geven.
     
  • Deel geen lepels, vorken, fopspenen, tandenborstels met je kleine (en voor de veiligheid ook grote) kinderen.
     
  • Ontsmet speelgoed dat en oppervlakten die misschien met speeksel of urine vervuild kunnen zijn met bijvoorbeeld Dettolspray of alcoholische reinigingsdoekjes.
     
  • Zorg dat je partner ook deze maatregelen opvolgt.

‘Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik tijdens mijn eerste zwangerschap weinig voorzorgsmaatregelen heb genomen; ik wist bitter weinig over het gevaar van CMV, terwijl ik nochtans negatief getest ben en dus wel vatbaar was voor een eventuele infectie.
Bij mijn tweede zwangerschap ben ik er toch bewuster mee omgesprongen en heb ik er bijvoorbeeld op gelet om geen lepeltjes van mijn eerste dochter in mijn mond te steken. Ik waste ook veel vaker mijn handen. Het vergde niet veel extra moeite, maar ik voelde me er ergens wel geruster door.’

Sofie

Checklist: Kleuterleidsters & mama’s met kleine kinderen

Hoewel zwangere gezondheidswerkers, kinderverzorgsters en kleuterleidsters zonder immuniteit meestal tijdelijk hun baan on hold zetten, lopen ze weinig gevaar als ze de elementaire hygiënische voorschriften in acht nemen. Vaak gelden de goed gekende ‘moederschapsbeschermende’ maatregelen. Men zal je vaccinaties controleren en zo nodig bijwerken, elementaire hygiënische maatregelen opfrissen en je eventueel ook tijdelijk uit je werkomgeving verwijderen. Als ‘deskundige’ weet je ergens wel hoe een besmetting te voorkomen: je handen goed wassen, aangepaste kledij met eventueel handschoenen en een mondmasker dragen ...

Als ouder met een of meerdere spruiten in een crèche of op school is het toch een ander verhaal. Met je eigen kinderen ga je anders om. En jammer genoeg lijkt het soms alsof ze eindeloos door alle kinderziekten moeten als ze klein zijn, en dat je er zelf ook niet altijd aan ontsnapt. Natuurlijk scherpt dat wel je eigen weerstand, maar het is ook belangrijk om te weten dat banale kinderziekten zoals rode hond, windpokken, mazelen, cytomegalie of de vijfde ziekte voor een zwangere vrouw onveilig kunnen zijn.

Je hoeft je kinderen nu ook weer niet helemaal onder een glazen kolf te stoppen; ze hebben vooral je nabije warmte en geborgenheid nodig. Ben je al beschermd tegen rubella, windpokken, cytomegalievirus (dat heeft men in je bloed nagegaan), knuffel ze dan gerust. Ben je niet beschermd tegen cytomegalievirus, of weet je het niet, vermijd dan rechtstreeks contact met speeksel en urine.

SOS-moment: Wat als ik toch het cytomegalievirus krijg tijdens mijn zwangerschap?

Voor het cytomegalievirus is een juiste behandeling nog moeilijker dan voor een toxoplasmose-infectie. Er is nog geen sprake van een goed preventief vaccin of van een goede antivirale behandeling. Er zijn wel studies gebeurd waarbij men immuuntherapieën heeft gebruikt, maar ook daarvan zijn de resultaten nog onduidelijk.

In de praktijk kan een arts slechts de statistische achtergrond geven van de mogelijke risico’s (die globaal eerder gunstig is), die inschatting eventueel bijstellen door een vruchtwaterpunctie rond 20 weken met een bepaling van virussen in het vruchtwater en het foetale welzijn verder klinisch en echografisch verder opvolgen. In geval er duidelijke hersenafwijkingen worden vastgesteld, opteren sommige ouders voor een beëindiging van de zwangerschap. 

‘Ik had al enkele weken koorts en een moe gevoel tijdens het eerste trimester van mijn tweede zwangerschap. Voor alle zekerheid testte de huisarts mijn bloed nog eens op CMV. En jawel, slecht nieuws …
Dat was echt een schok. Ik moest vijf weken wachten op een vruchtwaterpunctie. Die punctie zou ons kunnen vertellen of ons kindje het virus had opgelopen of niet. Zo ja, dan was er een kans op al dan niet zware afwijkingen.
Ik weet nog altijd niet goed hoe ik die weken ben doorgekomen. Ik herinner me dat het merendeel van de mensen ons aanraadde om een abortus te ondergaan. En dat ik daar echt misselijk van werd. Het idee alleen al.
Gelukkig had ik geluk … Ons baby’tje was niet besmet. Ik stond dus niet voor een abortusdilemma. Hoe ga je met zoiets om? Je overleeft. Je probeert gewoon door te gaan. Ik kon er eigenlijk zelfs niet over praten…’

Evelien

Meer lezen?

Meer info vind je in ons boek Mama worden.