Gezin in quarantaine – deel 2

  • door Gastmama

Zeven dagen zitten we nu in afzondering in ons eigen huis. Wat een week is het geweest. Waar we aanvankelijk de buren nog zagen buiten wandelen door de raam, is het nu stil en roerloos.  We zien de buitenwereld via het nieuws. Beelden van lege rekken in de supermarkten, mensen in lange wachtrijen voor de ingang.

Zeven dagen al, zitten we met vier vast in ons huis. Het is normaal geworden dat mijn schoonmoeder de boodschappen op de oprit zet. Normaal dat we dan even door de raam een kort gesprekje voeren. Normaal dat ze met handschoenen aan het bakje leeggoed moet ophalen.

Zeven dagen al hou ik me sterk. En vandaag is het op.

We werden ook zieker. Pijn bij het ademen, spierpijnen, doodmoe en duizelig. En dan kwam dat bericht van die jonge dertigers die er zo erg aan toe waren.

Daarna volgde de angst. Ik probeerde me te focussen op al wat goed was. Dag na dag werd het moeilijker om te ademen. En dag na dag voelde ik hoe ik met momenten verlamd werd door die panische angst en onzekerheid.

We namen opnieuw contact op met de huisarts. Afwachten nog. Als de pijn erger werd meteen bellen. Volhouden tot vrijdag.

En dat werd mijn mantra ‘volhouden tot vrijdag’. Wanneer de onzekerheid en ongerustheid het overnamen en ik met moeite de tranen kon binnenhouden in het bijzijn van mijn kinderen fluisterde ik dat ene zinnetje ‘volhouden tot vrijdag’. Ik dacht aan wat we zouden doen als we weer buiten mochten. We zouden fietsen in de straat, even rond de blok en vooral… mijn man zou ’s avonds frietjes gaan halen. Lekker ‘normaal’.

Het koste me steeds meer moeite om een positieve toon te houden wanneer vrienden en familie vroegen hoe het met ons was.

Het werd vrijdag. Voor het eerst in zeven dagen deed het minder pijn om te ademen. Het leek minder diep te gaan. Alsof er meer ruimte was in mijn longen. Ook mijn man voelde zich beter. We zijn er nog niet, maar het gaat de goede kant op. Officieel de laatste dag van onze quarantaine, mits telefonische goedkeuring van de dokter. Nog een paar uur en we zouden even onze benen kunnen strekken.

Het duurde weer even voor we de huisarts konden bereiken. “Mogen we dan weer even ons huis uit?” er volgde een spervuur van vragen. “Hoe gaat het ademen?” “Hoesten jullie nog?” “Koorts?” “Spierpijn?”

En hoewel ik perfect weet dat er veel erger bestaat en dat we ‘chance’ hebben, rollen de tranen over mijn wangen terwijl ik hier neerschrijf dat we nog niet uit afzondering mogen. Niet zolang we symptomen vertonen.

Dat is logisch, en begrijpelijk… juist en terecht…

De sfeer is hier vandaag gezakt tot diep onder het vriespunt.

Begrijp me niet verkeerd. We mogen ons gelukkig prijzen. We krijgen hulp en ondersteuning van familie en vrienden. Hoewel we nog niet helemaal genezen zijn is er voor het eerst beterschap. De kinderen hebben enkel wat snottebellen, meer niet. We zijn bij elkaar, hebben een tuin en toiletpapier.

We hebben al koekjes gebakken, koken elke dag vers, de omheining is gemaakt en de auto gewassen. We maakten een kamp in de tuin en kleurden regenbogen over het hele terras met stoepkrijt.

Maar vandaag is het op.

En ik ben kwaad. Op alles en iedereen. Omdat de ‘lockdown’ voor ons een échte lockdown is. Omdat wij niet met handschoenen en mondmasker aanschuiven om de supermarkt binnen te kunnen. Omdat ik de deurklink en deurbel moet ontsmetten voordat de Hello Fresh leverancier aankomt zodat we hem niet kunnen besmetten. Omdat ik angst zag in de ogen van mijn moeder. Omdat ik zin heb om alleen te zijn. Omdat ik doodgewoon, simpelweg, heel eventjes maar ‘klotefrieten’ wou gaan halen in het ‘klotefrituur’ op nog geen 250 ‘klotemeters’ van mijn deur.

Dus ik adem even diep in (nu het weer kan).

En ik geef mezelf vandaag. Vandaag ben ik boos. Vandaag ben ik razend. Vandaag ben ik miserabel, slecht gezind, prikkelbaar en irrationeel.

Morgen probeer ik opnieuw.

Een gezin in quarantaine