Het leven als mama met chronische pijn

Maandagochtend, 9u. Ik zit te wachten in de pijnkliniek van het ziekenhuis op mijn vaste plek. Ik zit hier zo vaak, het voelt bijna als een tweede huis. De dokters en verpleegsters begroeten me en vragen hoe het gaat met mijn schattige dochtertje, ze kijken naar de foto’s die ik toon en lachen met de filmpjes van hoe ze soep probeert te drinken uit een bekertje. Ik lach er ook mee, de kleine lieverd, ze maakt mijn leven zoveel beter met haar lach en geluk om eenvoudige zaken.

Ik kijk rond in de wachtzaal, er zitten terug veel mensen, hele jonge mensen. Mijn hart gaat uit naar hen. Ze voelen ook pijn, niet voor even maar voor altijd. Ik zou ze willen zeggen dat ik het begrijp, dat het ok is om triestig te zijn hierover.

Om 9u15 mag ik binnengaan. Het is mijn beurt, mijn behandeling start. Om 10u30 ben ik terug thuis, ik maak me klaar en ga werken. Het leven gaat door alsof er niks is gebeurd, maar voor mij is er veel gebeurd. Het liefst zou ik nu even wenen, mijn rug vervloeken en wensen dat de medische wereld al veel verder stond en ze mij gewoon een nieuwe rug konden geven. Een nieuw begin, een compleet ander leven, een zoveel gemakkelijker leven.

Maar dat doe ik niet, ik ga werken, tot het einde van de dag met pijn. Dan haal ik mijn dochtertje op van de crèche en knuffel ik ze heel hard. Iedere dag wens ik dat ze nooit de pijn voelt die ik iedere dag voel, dat ze dit nooit hoeft mee te maken, dat ze een goeie rug heeft. Ik wens dat ik nog alles met haar kan meemaken, dat ik kan ravotten met haar, naar speelpleinen en pretparken gaan, dat ik haar in de lucht kan gooien en opvangen.

Daar vecht ik iedere dag voor, ik vecht tegen de pijn. Soms ben ik moe van het vechten, maar mijn dochter zorgt ervoor dat ik door blijf gaan. De pijn zal nooit verdwijnen, zal nooit weggaan maar ik wil zo graag alles met haar beleven. Ik heb pijn, iedere seconde van de dag. Erge pijn, stekende pijn, chronische pijn. Ik ga ermee slapen en ik sta ermee op.

Ik voel die pijn altijd, maar voor buitenstaander lijkt het alsof ze er niet is, je ziet het niet. Ik neem zware medicatie om de pijn te onderdrukken en ik ga naar de pijnkliniek in de hoop dat ik op een dag uit het ziekenhuis stap en dat de pijn weg is. Wat zou dat mooi zijn, wat zou ik gelukkig zijn. Het blijft helaas bij een droom, het zal nooit zo zijn. Na een lang proces heb ik dit ondertussen aanvaard.

Maar sinds ik mama ben geworden en graag nog eens mama zou worden van een tweede kindje heb ik het steeds moeilijker. Ik word iedere dag geconfronteerd met zaken die voor mij niet zo simpel zijn.

Ik kan mijn dochtertje ‘s ochtends niet uit bed halen of ‘s avonds erin steken, het bed is te diep en ik kan mij niet zo diep bukken. Mijn man doet dit. Ze steekt haar armpjes uit naar mij als ze op de grond zit en wil vastgepakt worden, ik kan ze niet oppakken. Ze laat iets vallen, ik kan het niet oprapen. Ze zet haar eerste stapjes aan onze handjes maar dat lukt enkel bij de papa, niet bij mij, ze is nog te klein en ik kan niet aan haar handjes, het doet te veel pijn.

Ik mis deze momenten, dit zijn speciale momenten voor een mama. Ik lach haar toe en applaudisseer maar ik kan haar niet ondersteunen, mijn dochter, mijn kind, mijn hele leven.

Mijn man en ik hebben een tweede kinderwens, we willen zo graag een tweede kindje. Ik kan niet zomaar hieraan beginnen, het is een proces. Eerst moet dit besproken worden met de dokter. Kan mijn lichaam dit wel aan, kan ik de zwangerschap 39 tot 40 weken volhouden, kan mijn rug dit gewicht aan? Daarna volgt een afbouw van de medicatie, wat enkele maanden duurt. Dan wacht ik best nog een paar maanden totdat de cortisone van mijn inspuitingen uit mijn bloed is. En dan, dan mogen we starten, maar toch best eerst nog even langs de dokter om alles te bekijken. Kortom, het duurt wel snel acht maanden tot een jaar voordat we mogen starten.

Het is een confrontatie die ik nu nog moeilijker vind dan bij mijn eerste zwangerschap. Altijd dat wachten en wachten en wachten en ondertussen pijn blijven hebben, altijd en overal. Ik word nu meer dan ooit geconfronteerd met de pijn die ik voel, ik verstop me achter een masker maar soms vraag ik me af wat welke pijn er nu erger is: deze mentale pijn en het feit dat ik er mijn hele leven rekening mee moet houden of de fysieke pijn in mijn rug …