Het verhaal van een te vroeg geboren baby

  • door Mama

‘Misschien vanaf nu een beetje rustiger aan doen, de baby zit wel heel laag’. Ik hoor de woorden uit de mond van mijn gynaecoloog komen, maar ze dringen op 32 weken zwangerschap niet echt tot me door. En dan verlies ik op een avond vocht. Veel vocht.

Ben ik nu incontinent?

Alles ging nochtans goed. Ik had meer energie dan ooit tevoren en meer dan werk genoeg. Waarom het dan rustiger aan doen? 

Na een drukke werkdag op een doordeweekse donderdag kom ik thuis en trek ik, zoals gewoonlijk, eerst iets gemakkelijks aan. Maar dan verlies ik in de badkamer plots heel veel vocht. Toevallig had ik eerder op de dag een gesprek met mijn BFF en zij was op het einde van haar zwangerschap incontinent.

‘F***, ’t is niet waar, kom ik dat nu weer tegen, ik ben ook incontinent…’

Niet meteen iets om tussen pot en pint te vertellen, dus ga ik stilletjes naast mijn partner in de zetel zitten.

Tot ik weer een serieuze plas water verlies. Nu kan ik niet anders dan mijn partner inlichten van mijn probleempje... Waarop die meteen als een autist achter zijn pc gaat zitten en via Google tot de conclusie komt dat het misschien wel eens mijn vliezen kunnen zijn die gebroken zijn.

Naar de materniteit

Toch maar eens bellen naar de materniteit? Na een heel korte vragenronde is de vroedvrouw aan de andere kant van de lijn er vast van overtuigd dat het vruchtwater is. Belangrijk is asap te weten te komen of het vruchtwater helder is en daarna zo snel mogelijk naar de materniteit te komen.
Nog altijd besef ik niet wat er precies gaande is. Ik hoef ook geen ‘valiesje’ mee te pakken, want het is nog lang niet het moment om te bevallen.

Eens aangekomen gaat het razendsnel. Aan de monitor blijkt dat ik al weeën en opening heb en dat er bijna geen vruchtwater meer is. Maar in het ziekenhuis waar ik oorspronkelijk wil bevallen, willen ze geen risico lopen met een baby onder de 34 weken zwangerschap. Gevolg: ik moet zo snel mogelijk naar een groot gespecialiseerd ziekenhuis.

Zonder baby naar de kamer

Heel veel onaangename tests later blijkt dat de baby nog heel gezond is en er eigenlijk geen specifieke reden is waarom mijn vliezen gebroken zijn.

Nu is het afwachten en platliggen in de MIC of Maternal Intensive Care. Ik mag plots helemaal niet meer rechtstaan, laat staan werken.
Gezien de baby nog gezond is en geen infecties heeft opgelopen wordt beslist de baby te laten komen. Eerst moet hij nog 48 uur longrijpers krijgen, op zaterdagmorgen om 6 uur wordt alles in gang gebracht.

Alsof ik nog altijd de ernst van een vroeggeboorte niet snap, ga ik met een glimlach de bevalling tegemoet.

Druk is het anders wel in de bevallingskamer: ik zie twee gynaecologen, twee vroedvrouwen en een volledig team van dokters uit de neonatologie. Misschien zou dat een belletje moeten doen rinkelen, maar nee...

Acht en een half uur later komt mijn dochtertje ter wereld. Ze is een prachtige baby, klein maar volledig af. En ze maakt direct heel veel lawaai. Ik krijg haar vijf seconden om mijn borst, daarna wordt ze meegenomen. Dat komt hard aan... Met een lege buik en zonder baby word ik naar mijn kamer gevoerd. Het zal zeker nog een half uur duren voor ik naar mijn baby mag.

Wat heb ik gedaan?

Ze ziet er prachtig uit, maar de buisjes, de couveuse en de medicatie komen hard aan. Wat heb ik gedaan? Waarom heb ik niet naar de gynaecoloog geluisterd? Deze baby moest echt nog in mijn warme buik zitten...
Vooral wanneer ik niet naast de couveuse zit, heb ik het lastig.

Mijn buik is nog een beetje dik, maar er zit geen beweging meer in. De baby ligt ook niet bij me. Wat mis ik haar als ik niet bij haar ben.

Het gevecht met de afkolfmachine

Borstvoeding is heel belangrijk bij baby’s en zeker bij prematuren: ze hebben die sterkte nodig. Alleen is mijn lichaam nog niet klaar om melk aan te maken. Het afkolven is een echte hel, maar ik wil en ik zal de baby moedermelk geven. Zelf mag ze nog niet van de borst drinken, want dat zou haar meer energie kosten dan het haar zou opleveren. Dan maar kiezen voor een voortdurend gevecht tussen mij en de afkolfmachine.

Om de melkproductie te stimuleren wordt me aangeraden om elke twee uur af te kolven. Wat ben ik moe en wat mis ik mijn baby.

babyhandje knijpt in vinger mama

Zonder haar naar huis

Na zes dagen moet ik naar huis. Het is hartverscheurend. Kan ik niet gewoon mijn been breken zodat ik kan blijven?

Nog even omkijken naar dat grote ziekenhuis waar ik mijn baby moet achterlaten. Verdomme, dat kindje moest nog in mijn warme buik zitten. Vanaf nu is het pendelen tussen ons huis en de neonatologie.

Het kolven is enorm lastig, maar ik zet door; ik zou alles doen voor mijn baby. De dagen en nachten vloeien in elkaar over. Als ik niet in het ziekenhuis ben, bel ik om de twee uur naar de neonatologie om te horen hoe het met mijn dochtertje is.

Nog nooit voelde ik mij zo machteloos, zo verlaten, zo leeg...

Eindelijk weer samen

Na twee weken mag ze naar een streekziekenhuis. Weer aanpassen aan nieuwe mensen.  Weer aanpassen aan nieuwe regeltjes om gewoon je eigen kind te zien, te voelen, te voeden... Gelukkig staan we er goed voor. De baby doet het heel goed en mag na een weekje streekziekenhuis naar ons eigen nest. Eindelijk weer samen, eindelijk compleet.

‘Misschien vanaf nu een beetje rustiger aan doen, de baby zit wel heel laag’.

Ik zal de woorden van de gynaecoloog nooit meer vergeten. Ik had écht moeten luisteren...