Hoe kan ik een betere ouder worden?

  • door Mamabaas

Het is een vraag die heel veel ouders zich dagelijks stellen. En maar goed ook, want dat wil zeggen dat we altijd bereid zijn om aan onszelf te werken. BeWellStanford, het gezondheidsprogramma van Stanford University, bracht over dit thema een interessant artikel uit waarbij opvoedingscoach Janada Clark de verschillende types ouders bespreekt. Blijkt dat het ‘beste’ type ouder, voor jezelf en voor je kind, de ‘consultant’ is. Een overzicht!

Veelvoorkomende issues van ouders

De uitdagingen die de meeste ouders in de workshops van Janada Clark naar boven brengen zijn:

  • Hoe moet ik stoppen met ruzie te maken en negatief te praten (of hoe moet ik omgaan met woedeaanvallen van kleinere kinderen)?
     
  • Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kind meer meewerkt (huiswerk doen, klusjes doen, op tijd kunnen vertrekken naar school)?
     
  • Hoe neem ik efficiënte maatregelen als kinderen iets mispeuterd hebben?

Janada Clark zet vervolgens de meest voorkomende opvoedingsstijlen in kaart. De meeste ouders passen dus één van de volgende stijlen naar hun kinderen toe: 

1. Helikopterouder

  • Zweeft boven zijn kind om het te kunnen beschermen tegen mogelijke negatieve gevoelens of gebeurtenissen, tot in die mate dat de eigen noden genegeerd worden. Voorbeeld: het kind houdt niet van de maaltijd, waardoor de ouder een ‘kok op bestelling’ wordt die meerdere gerechten maakt om het kind blij te maken.
     
  • Redt het kind uit oncomfortabele situaties omdat hij of zij het niet kan verdragen dat het kind droevig is of fouten maakt. Voorbeeld: het kind vergeet zijn huiswerk en belt de ouder om het naar school te brengen. De ouder verlaat zijn/haar werk om dat te gaan doen.
     
  • Zendt de boodschap uit: ‘Je bent hulpeloos en je hebt mij nodig om je te beschermen en dingen voor je te doen.’

2. De drilsergeant

  • Communiceert voornamelijk in bevelen. Voorbeeld: ‘Doe dat nu.’ ‘Wat ik zeg wordt gedaan.’ ‘Stop het geruzie.’ ‘Eet je eten op. Het interesseert me niet of je het lekker vindt of niet.’
     
  • Geeft vaak preken en dreigt regelmatig. Voorbeeld: ‘Had ik je dat niet gezegd? Als je naar mij had geluisterd, had je dat probleem niet gehad.’ ‘Als je nu niet je speelgoed opruimt krijg je geen verhaal vanavond bij het slapen gaan.’ ‘Als je huiswerk niet gedaan is voor het avondeten verlies je speltijd voor videogames.’
     
  • Zendt de boodschap uit: ‘Ik heb meer macht dan jij. Je bent niet in staat om voor jezelf na te denken, dus ik moet je vertellen wat je denkt en wat je moet doen.’

3. De consultant

  • Spreekt voornamelijk in de coöperatieve taal. Hij of zij geeft een suggestie die een deadline inhoudt. Dat laat het kind toe om na te denken over wanneer en of het dat gaat uitvoeren. Voorbeeld: ‘De kinderen die hun klusjes hebben gedaan tegen het avondeten krijgen 15 minuten extra computertijd.’ Deze ouders omschrijven de voorwaarden waaronder ze iets gaan doen of iets toelaten. Voorbeeld: ‘Ik ga met veel plezier naar je luisteren als je stem even kalm is als die van mij.’
     
  • Biedt een handleiding aan om problemen op te lossen door het kind andere opties en alternatieven te laten onderzoeken. ‘Dat is moeilijk. Laat me weten als je nog andere ideeën wilt horen.’ Ze laten het kind zijn eigen beslissing nemen. ‘Ik weet zeker dat je hieruit geraakt. Ik wacht om te kijken wat je beslist.’
     
  • Hanteert altijd een grote dosis empathie als het kind over een probleem praat of over iets dat het fout heeft gedaan. ‘Dat is jammer! Dat is heel erg spijtig.’
     
  • Zendt de boodschap uit: ‘Je bent in staat om een goede beslissing te nemen.’

Consultant is meest efficiënt

Het is duidelijk dat de consultant-rol de voorkeur uitdraagt om kinderen voor te bereiden op de echte wereld, waarin het belangrijk is dat ze over voldoende tools en zelfvertrouwen beschikken om zelf beslissingen te kunnen nemen. Zowel de drillsergeant als de helikopterouder nemen te veel van de verantwoordelijkheid weg.  In plaats van te tonen hoe ze met een probleem moeten omgaan, nemen ze het over en zenden ze een signaal van zwakte uit.

De consultant is de meest efficiënte stijl wil je je kind opvoeden tot een onafhankelijk iemand die in staat is om zijn eigen beslissingen te nemen. Door in een sfeer van empathie op te groeien voelt het kind zich gewaardeerd en groeit het zelfvertrouwen. De consultantouder vindt het niet erg dat een kind eens fouten maakt en helpt hem door die momenten die eigen zijn aan het gewone leven.

Waarom kinderen fouten moeten maken

‘Kinderen moeten fouten maken’, vertelt Clark. ‘Ze leren er betere beslissingen door te nemen voor een volgende keer. Als je een fout maakt, word je teruggeworpen naar je innerlijke stem: “Wow, dat draaide hier niet goed uit voor mij; ik vraag me af wat ik anders kan doen de volgende keer?”

Een kind dat opgevoed wordt door een helikopterouder of drillsergeant zal waarschijnlijk boos worden op de ouder en hem of haar als oorzaak van het probleem zien. Die kinderen ontwikkelen een innerlijke stem die hoogstwaarschijnlijk zegt: “Wow, dit draaide niet zo goed uit voor mij. Ik vraag me af wat ik de volgende keer anders kan doen zodat ik niet betrapt wordt?”

Wat moet je doen als je kind met een probleem zit? Tips

De raad die Clark zou geven als een kind voor een probleem staat is de volgende: geef hem of haar de tools om die problemen te leren oplossen. Dat is echt een essentiële vaardigheid. De volgende stappen kunnen daarbij helpen:

  • Wees empathisch. “Zo jammer. Ik kan mij voorstellen dat het niet leuk was dat je vriendje niet met jou wou spelen vandaag.”
     
  • Draai het probleem om: “Wat denk je dat je daar aan kan doen?”
     
  • Geef ideeën. “Zou je graag ideetjes horen?” Tip: zeg niet: “Dit is wat ik zou doen”, want dat kan juist aversie teweegbrengen. In de plaats daarvan, gebruik de magische zin: “Dit is wat andere kinderen al eens hebben geprobeerd.”
     
  • Als hij of zij nee antwoordt, hou je beschikbaar. Het kan zijn dat hij/zij toch nog naar je terugkomt om ideeën te horen.
     
  • Hou de eerste suggestie wat magertjes, want de meeste kinderen verwerpen het eerste idee. Vraag: “Hoe zou dat voor jou werken?” Geef het kind de kans om het probleem wel of niet op te lossen. En druk voldoende uit dat je vertrouwt in zijn/haar kunnen: “Ik steun je. Ik weet dat je hier zult uitkomen.”

 

Bron: web.stanford.edu