Hoe mijn dochter mijn grootmoeder door de coronacrisis trok

  • door Mama

Vandaag ging mijn moeder op bezoek bij mijn grootmoeder. Achter een scherm, met een mondmasker aan, in de hangar naast het rusthuis. Ze vertelde me achteraf dat mijn grootmoeder het moeilijk had. Er waren traantjes. Ze heeft Alzheimer, maar nu begint ze toch te beseffen dat dit echt lang duurt. Geen idee hoe ze dat heeft uitgevogeld. Waarschijnlijk door haar kast waarop niet meer alle kaartjes passen die ze toegestuurd kreeg. Waarschijnlijk door het stapeltje familiekrantjes dat nu wel heel dik wordt.

Mijn grootmoeder is de laatste van mijn grootouders die ik nog heb. Ze is een enorme rijkdom. Vijf jaar geleden droomde ik van haar aanwezigheid op mijn doctoraatsverdediging, drie jaar geleden droomde ik ervan dat ze bij de trouw van mijn zus en haar man zou zijn, anderhalf jaar geleden dat ze mijn dochter zou ontmoeten en toen wilde ik dat we niet zouden kunnen tellen hoe vaak ze haar zou hebben gezien. Zo ver zijn we al geraakt. Dat is een geschenk waarvoor ik vaak dankbaar ben.

Tot begin maart ook de deur van haar rusthuis op slot ging. Het ergste dat er kon gebeuren was dat we haar zouden moeten loslaten zonder warme, zachte knuffel, zonder haar hand vast te houden, zonder dat ik haar nog zoveel dingen kon zeggen en vragen. Hemel en aarde wilden wij vieren verzetten om dat te voorkomen. Wij: haar dochter, twee kleindochters en één achterkleindochter.

We spraken de uitgebreide familie aan om haar kaartjes te sturen. We maakten een krantje dat ze wekelijks zou ontvangen met enkel goed nieuws van onze familie. We zijn met niet zo veel, dus 30 berichten vinden per week was best wel pittig. Gelukkig heb ik een fotogenieke dochter die allerlei huis-tuin-keukenavonturen beleeft die voldoende nieuwswaarde hebben. In het rusthuis kochten ze een telefoon aan waarmee zij oldschool met een hoorn kon bellen en wij op het schermpje vanuit het videogesprek verschenen.

Het is zo dat we onze grootmoeder door de crisis hielpen. Er gingen geen twee dagen voorbij dat ze geen bericht kreeg van ons. Of misschien de laatste weken toch wel, en daar voel ik me schuldig over. Voor ons loopt de lockdown op zijn einde, onze levens worden weer drukker, er is ook opnieuw meer leuks te beleven maar voor haar is de situatie nog maar bitter weinig veranderd. Ik wil niet overdrijven met het in de hemel prijzen van mijn eigen dochter, maar toch geloof ik dat mijn dochter haar door deze crisis heeft getrokken.

Ik probeerde onze videogesprekken zo te plannen dat ze net uit haar bedje kwam wanneer ik mijn grootmoeder aan de lijn had. Vanaf dat moment werd ik overbodig. Mijn dochter zwaaide, lachte, gilde en haalde al haar babytrucjes uit de kast. Aan de andere kant van de lijn klonken steeds dezelfde antwoorden ‘Kusje!’, ‘Waar is ons meisje?’, ‘Dag schatteke!’. Zo ging het ongeveer een kwartier lang. Daarna volgde er ‘Ik ben alweer blij dat ik jullie gezien heb.’ Waarop ik: ‘Vanaf het moment dat we op bezoek mogen komen, spring ik in mijn auto en komen we tot daar.’ Tot mijn grootmoeder zich (onnodig) schuldig begon te voelen ten opzichte van het personeel in het rusthuis en we beslisten de telefoon af te leggen.

Wanneer mijn moeder belde, kreeg ze het verslag. ‘Ons Hazeltje is hier geweest, ik was helemaal nat van de kusjes.’ Zo echt voelde die ervaring voor haar. Hazel en het lieve personeel in het rusthuis, dat zijn de mensen die haar recht hebben gehouden. Want dat zei ze ook elke keer ‘Ik word hier heel goed verzorgd.’ en ook ‘Ze zijn hier altijd heel vriendelijk, en dat vind ik wel heel voornaam.’ Ik moet dan altijd lachen om haar woordkeuze, op haar taal ligt ook al wat stof. Ik hoop dat ik de zorgverleners wanneer ik op bezoek ga, ook persoonlijk kan bedanken.

Maandag is het zover. Een half uurtje mag ik op bezoek. In de tuin, met een mondmasker en zonder knuffels, want we willen het zo veilig mogelijk houden. Maar, wauw, wat is die 1,5 meter moeilijk te aanvaarden. Meer dan ooit voel ik dat we allemaal nog lijken op pasgeboren babytjes: Niks gaat boven skin-to-skin! Zoals ik al vreesde, ook zonder mijn dochter. Toch hoop ik dat het virus mijn grootmoeder de natte kussen van haar achterkleindochter niet te lang meer ontzegt. Dat halve uurtje: I’ll make it count. Hopelijk doen we ook iets anders dan samen tranen van geluk huilen.