Hoe moet je reageren als je kind liegt?

  • door Mamabaas

Maak jij je soms zorgen omdat je je kind regelmatig betrapt op een leugen? Het is logisch dat leugens je zorgen baren. En natuurlijk willen we dat onze kinderen eerlijk zijn, zeker tegen ons. Maar voordat we in elk leugentje een signaal zien dat ons kind later een crimineel zal worden, is het belangrijk om te begrijpen wat er achter die leugentjes schuilgaat. Niet alle leugens zijn dezelfde, en niet alle ‘leugens’ zijn zelfs echt leugens.

Ontwikkelingsfase

Kinderen worden niet geboren met een morele code. Dat is iets waar ze beetje bij beetje achter moeten komen. De meeste kinderen willen dat meestal ook wel. Ze begrijpen dat er sociale regels zijn. Ze kijken constant naar ons, volwassenen, om te zien wat ze verondersteld worden te doen en hoe ze met hun wereld moeten omgaan. Het belang van de waarheid vertellen en het begrip van het concept liegen is iets wat kinderen leren inzien naarmate ze ouder worden.

  • Vanaf de geboorte tot 3 jaar leven kinderen in een zeer verwarrende wereld, waarin zij afhankelijk zijn van volwassen, zelfs om gewoon te kunnen overleven. Heel vaak zijn hun ‘leugens’ eerlijke fouten of pogingen om zichzelf te beschermen of volwassenen te vertederen. Ze halen aanwijzingen uit onze intonatie. Als je kwaad vraagt “heb jij die pot gebroken?” dan is de kans groot dat je een “nee” als antwoord krijgt. Kinderen willen niet in de problemen komen bij de volwassenen van wie ze afhankelijk zijn. Ze zijn bang van de kwade toon in de vraag van de volwassene. Ze willen zich alleen weer veilig kunnen voelen, en als daar een leugentje voor nodig is, dan zijn ze zich van geen kwaad bewust.
     
  • Kinderen tussen 3 en 7 zijn nog volop bezig met het verschil te leren tussen fantasie en realiteit. Ze creëren een imaginaire wereld in hun spel. Het is voor hen soms niet duidelijk waar hun creaties ophouden en waar de echte wereld begint. Als volwassenen vinden we dat vaak schattig, en doen we volop me aan die fantasieën. Hoe vaak eet je geen zelfgemaakte ‘taart’, of dek je de tafel voor een ingebeelde vriend? We moedigen onze kinderen aan te geloven in de tandenfee of Sinterklaas. Logisch dus dat ze soms in de war zijn. We willen hun creativiteit niet indijken, maar we willen hen wel helpen om te begrijpen wanneer het gepast is om fantasieverhaaltjes te vertellen, en wanneer niet.
     
  • Tussen 5 en 10 jaar beginnen kinderen gradueel te begrijpen wat liegen betekent. Als ze zijn opgegroeid in een thuis en een buurt / school waar er duidelijke regels zijn over het belang van de waarheid, dan zullen ze hun best doen zich daaraan te houden. Ze willen ‘grote kinderen’ zijn. Ze willen de goedkeuring van volwassenen. Ze willen aan de kant van de waarheid en van rechtvaardigheid staan. En omdat kinderen nu eenmaal kinderen zijn, zullen ze elkaar ook controleren. En ons. Ze roepen dus ook meteen “leugenaar!” als ze iemand op een leugen betrappen.
     
  • Ouden dan 10? Dan weten ze perfect wanneer ze een loopje nemen met de waarheid of wanneer ze regelrecht aan het liegen zijn. Vanaf dan beginnen er andere redenen een rol te spelen, en die zijn even belangrijk als ontwikkelingsfases.

Andere redenen om te liegen

Sociale kwesties overlappen met ontwikkelingsfases. Hoe ouder kinderen worden, hoe groter de kans dat een van de volgende redenen een rol gaat spelen:

  • Foutjes. Soms liegen kinderen zonder nadenken, en dan wordt het steeds moeilijker om toe te geven. Mama vraagt bijvoorbeeld boos: “wie heeft de hond buitengelaten!” Waarop het kind automatisch antwoordt: “ik niet!”. Oeps. Hij weet dat hij dat wél heeft gedaan, en jij weet dat ook. Hij weet ook dat jij dat weet, dus wat moet hij nu doen? “Misschien is de deur opengewaaid door de wind?” Zo wordt het natuurlijk steeds moeilijker om de waarheid te vertellen, dus durft het kind niet meer. En zo wordt mama steeds kwader. Op den duur zijn er dus drie kwesties: de originele kwestie, het liegen, en mama’s kwaadheid.
     
  • Angst. Verwant aan de leugentjes zonder nadenken, zijn de leugens uit angst. Wanneer de volwassenen in de omgeving van een kind gevaarlijk zijn (gewelddadig, irrationeel, te straffend), dan kunnen kinderen zo bezorgd worden over de gevolgen als ze iets opbiechten, dat ze dat helemaal niet meer durven. Begrijpelijk. Niemand houdt ervan dat er geroepen of  geslagen wordt…
     
  • Om ergens onderuit te geraken. “Heb je je wiskundehuiswerk gemaakt?”, vraagt papa. “Ja hoor, dat heb ik gedaan toen ik thuiskwam van school”, zegt de zoon. De zoon haat wiskunde. Hij wil zich niet als een mislukking voelen omdat hij het niet begrijpt. Hij wil geen strijd, dus lijkt het hem beter om te ‘liegen’. Hopelijk is de wiskundeleraar morgen ziek, dan hoeft hij er helemaal niet meer aan te denken.
     
  • Niet begrijpen wanneer het sociaal aanvaardbaar is om te liegen en wanneer niet. “Hoe gaat het?” is bijna een uitdrukking. Het juiste antwoord is “goed”. Maar wat als het niet goed gaat? Is het dan een leugen om toch “goed” te antwoorden? En als iemand vraagt “zie ik er dik uit in deze broek?”, “wat vind je van mijn nieuwe sweater” of “denk je dat ik kan winnen?”, dan verwachten ze niet noodzakelijk een eerlijk antwoord. Hoe kan een kind weten wanneer hij eerlijk moet zijn, en wanneer het ok is om te liegen?
     
  • Als manier om erbij te horen. Kinderen die onzeker zijn over hun positie in kliekjes en groepjes op school, beginnen soms te liegen om ‘cool’ te zijn.
     
  • Te strikte grenzen van de ouders. Wanneer ouders hun kinderen geen kans op onafhankelijkheid  geven, dan moeten tieners bijna liegen om normaal te kunnen opgroeien. Ouders die hun dochters niet laten uitgaan tot ze 30 zijn of die een uitstekend rapport vol tienen eisen, of die elke activiteit en relatie van hun kind met argusogen volgen, zorgen voor een situatie waarin kinderen zich gevangen worden. Als ze de waarheid vertellen, dan mogen ze geen normale, typische tienerdingen doen. Als ze liegen, dan kunnen ze wel die normale tienerdingen doen, maar voelen ze zich vreselijk over het liegen.
     
  • Woorden wekken, voorbeelden strekken. Als je je als ouder ziek meldt op het werk omdat je project niet op tijd klaar is, dan is het logisch dat je kinderen niet inzien dat het eigenlijk niet ok is om te spijbelen op school. Kinderen zullen onvermijdelijk uitproberen wat ze thuis zien, en ze zijn heel vaak oprecht verbaasd als hun ouders dat niet pikken.
     
  • Heel soms is liegen ook een indicatie voor een opkomende geestesziekte zoals een gedragsstoornis of pathologisch liegen. Meestal is er meer dan één symptoom naast het liegen. Dit zijn de kinderen die zo bedreven worden in liegen, dat ze liegen of het nu moet of niet. Het is een reflex geworden, geen bewuste manipulatie.

Hoe kan je je liegende kind helpen

Het is jouw taak om je kinderen het belang van eerlijkheid te laten inzien. Betrouwbaar zijn is de sleutel tot solide vriendschappen, liefdesrelaties en academisch en  beroepssucces. Eerlijkheid duurt dus echt het langst.

  • De eerste vereiste is de moeilijkste. Het is onze taak om consequent een rolmodel te zijn in eerlijkheid. Als we eerlijke kinderen willen grootbrengen, dan moeten we zelf ook eerlijk zijn. We kunnen onze verantwoordelijkheden niet ontlopen. We moeten ons leven integer leiden en op duizenden manier tonen dat we denken dat het belangrijk is om eerlijk te zijn.
     
  • Blijf kalm. Als je je geduld verliest, dan wordt er niet meer op de kwestie gefocust, maar op jouw kwaadheid en frustratie. Ben je vrij zeker dat je kind gelogen heeft tegen je? Probeer rustig te worden vooraleer je je kind confronteert. Adem in. Tel. Adem uit. Als je kalm bent, kan je tegen je kind beginnen te praten.
     
  • Neem de tijd om te oefenen en uit te leggen. Wanneer je kleintje een loopje neemt met de waarheid of fantasieverhaaltjes vertelt, beschuldig hem/haar dan niet van liegen. Vertel wel dat we soms wensten dat sommige dingen gebeurden, en dat het leuk is om te doen alsof en te fantaseren. Ondermijn vooral hun creativiteit niet. Maar help hen te begrijpen dat er een tijd is om te spelen en een tijd voor het echte leven.
     
  • Begrijp dat morele kwesties moeilijk zijn. Geef je kind het voordeel van de twijfel. Als hij of zij echt een leugen heeft verteld, geef hen dan een manier om die leugen terug in te trekken. Praat daarna over wat er gebeurd is, en wat ze de volgende keer kunnen doen als ze in de verleiding komen om te liegen.
     
  • Zoek de reden achter de leugen. Dat is een cruciaal deel van het gesprek. Als het gaat over ‘cool’ zijn, erbij horen of een gevoel van schaamte vermijden, zoek dan een andere manier waarop het kind hetzelfde kan bereiken. Focus je op wat er gebeurd is, en vertel je kind waarom het toch geen goed idee was om te liegen.
     
  • Betrap je je kind op een leugen? Als ouder moet je geen ondervragers nabootsen. Door de waarheid uit je kind te forceren, maak je hem of haar alleen maar banger. Het is genoeg om simpel te stellen dat je vrij zeker bent dat hij/zij gelogen heeft, en om te vragen of hij/zij bij zijn/haar verhaal wil blijven. Blijf bij de feiten, en stel duidelijke consequenties. Door je kind uit te schelden of je geduld te verliezen zal het alleen moeilijker worden voor je kind om de volgende keer wel de waarheid te vertellen.
     
  • Bestempel je kind nooit als leugenaar. Wanneer je kind een etiket dreigt te krijgen, wordt het moeilijker en moeilijker om daar vanaf te geraken. Sommige kinderen worden bedreven in slecht zijn, als ze ervan overtuigd zijn dat ze geen goedkeuring en liefde kunnen winnen door goed te zijn.

 

 

Bron: Psychcentral.com