Ik beviel tien weken te vroeg door pre-eclampsie

  • door Gastmama

Hallo, mijn naam is Evi. Ik ben net dertig geworden in oktober en sinds april dit jaar ben ik de trotse mama van Jonas. Mijn vechtertje werd maar liefst tien weken en vier dagen te vroeg geboren met behulp van een spoedkeizersnede. De oorzaak? Pre-eclampsie die plots toesloeg na een tot dan toe probleemloze zwangerschap.

De eerste maanden van zijn dierbare leventje zijn de moeilijkste van dat van mij geweest. Hij moest maar liefst acht weken en drie dagen op neonatologie blijven, in plaats van veilig in mijn buik.

Mensen zeggen soms dat hem achterlaten in het ziekenhuis als ik naar huis mocht het moeilijkste moment in mijn leven moet geweest zijn.

Neen, eigenlijk niet.

Hem achterlaten

Dat klinkt misschien vreemd, maar toen ik naar huis mocht zag ik het zelfs niet als “hem achterlaten”. Ik ben mijn spullen naar huis gaan brengen, heb mijn twee katten gedag gezegd en ben zo snel mogelijk terug gegaan. Want wat kon ik nu doen met zo’n klein prutske van 38,5 cm en 1,140 kg? Die aan allerlei buisjes en draadjes moest hangen en in een verwarmde couveuse moest slapen om hem zelfs maar in leven te houden? Nee, het ziekenhuis was de veiligste plaats voor hem.

Natuurlijk deed het mij niet niets, want zoals elke zwangere vrouw had ik gehoopt twee ’n halve maand verder met een gezond volgroeid boeleke en een glimlach van oor tot oor op mijn trotse nieuwe-mama-gezicht naar buiten te mogen wandelen. Ik hoopte dat zelfs niet, ik verwachtte dat, naïeveling die ik was. Geen haar op mijn hoofd die ooit had gedacht aan wat zou kunnen gebeuren.

Maar er waren een heleboel dingen die ik als nog moeilijker ervaarde.

Het moeilijkste

Het allermoeilijkste was het moment waarop de dokters mijn kamer binnenstormden en me vertelden dat ze me gingen verlossen, omdat mijn lever achteruitging. Mijn zwangerschap die zo in één ruk tot een einde kwam, nog voor ik had mogen ervaren hoe het voelde om hoogzwanger te zijn. Mijn zorgeloosheid en mijn vertrouwen in mijn eigen lichaam hebben ze mee uit me gesneden.

Ook moeilijk was de jaloezie die zich manifesteerde naar zwangere vrouwen. Dat was ik helemaal niet gewoon van mezelf. Als ik door het ziekenhuis liep, gluurde ik naar de bolle buiken met afgunst. Mijn buik was nooit zo mooi rond geweest. Ik was gek op mijn buik toen ik zwanger was, ik voelde mij voor het eerst in mijn leven blij met mijn buik. Dat gevoel is pas gebeterd na mijn uitgerekende datum.

Het tweede moeilijkst was om niet uit bed te kunnen om naar de NICU te lopen de eerste twee dagen, en om misselijk van de medicatie niets binnen te kunnen houden, terwijl ik niet één keer had overgegeven tijdens mijn hele zwangerschap. En de nacht dat ze me van mijn eenpersoonskamer op de MIC (die ze me hadden gegeven wegens medische redenen) halsoverkop naar een tweepersoonskamer op materniteit verhuisden. Waar een andere vrouw lag. MET kind. De langste en droefste nacht van mijn leven. Achteraf heb ik spijt dat ik niet gewoon de hele nacht op de NICU ben gaan zitten.

Ik kon niet slapen in het ziekenhuis.

Al even moeilijk was dat ik mijn zoontje pas de derde dag na zijn geboorte heb mogen vasthouden.

Het derde moeilijkst was dat mijn melkproductie nooit op gang is gekomen. Maar dat hield me niet tegen om zes weken lang acht keer per dag maximum 15 ml te kolven. Alles heb ik geprobeerd om het op gang te brengen maar het mocht niet zijn. Pas toen de lactatiedeskundige, de neonatologen, de dokters en mijn vriend me zeiden dat het ok was om te stoppen heb ik het met veel tegenzin opgegeven en dan heb ik er nog maanden emotioneel van afgezien.

Maar het is niet allemaal slecht geweest.

De positieve kant

Ik heb mijn ventje veel sneller leren kennen dan voorzien, hij kon gewoon niet wachten om in mijn armen te liggen. Ik heb hem gezien, ik heb hem vastgehouden, gesust en gekust terwijl hij nog in mijn buik had moeten zitten. Hij was zo klein, zo kwetsbaar. Door alle buisjes en draadjes heen zag ik zijn schoonheid en van het moment dat ze hem de eerste keer bij mij legden wist ik dat ik hem voor eeuwig en altijd onvoorwaardelijk lief zou hebben.

Ik heb voor een groot deel op automatische piloot geleefd die eerste twee maand, vooral de eerste dagen was ik mentaal mee verdoofd bij de epidurale zeg maar, maar elke minuut dat hij bij mij lag, elk teken van vooruitgang heeft mij beetje bij beetje er terug bovenop geholpen.

Fantastisch … en doodeng

Twee weken voor mijn uitgerekende datum hebben we hem mee naar huis mogen nemen. Op dat moment konden we al luiers verschonen, flesjes geven, badjes geven, temperatuur nemen, neusje spoelen enzovoort. We hadden zelfs al een cursus baby-reanimatie gehad. Ook kenden we ons ventje al en herkenden we al voor een groot deel zijn signalen.

Dat was het beste gevoel in de wereld, met hem naar buiten wandelen voor de eerste keer. En tegelijkertijd vond ik het doodeng. Want neonatologie was onze tweede thuis geworden. Het was onze veilige cocon, onze bubbel. Ik ben die mensen zo dankbaar dat ze mijn kleine ventje zo goed geholpen hebben en ons zo goed opgevangen.

Het is een hele unieke ervaring geweest en je leert een hele andere kant van jezelf kennen. Het heeft me veranderd. De persoon die ik nu ben is zoveel sterker en wijzer. Hij heeft mij sterk gemaakt.

Hij heeft van mij een mama gemaakt.

Hij doet het goed

En hij is zo’n braaf kind. Altijd goedlachs en vrolijk, huilt nooit behalve als hij hongerig of moe is. Zijn ontwikkeling verloopt precies op schema volgens zijn gecorrigeerde leeftijd (leeftijd sinds uitgerekende datum). Wat dus ook betekent dat ik vrij lang een “plat” baby’tje gehad heb. Maar nu lacht hij honderduit en blaast belletjes met zijn mond, hij tatert en schatert, hij grijpt alles vast en stopt het in één vlotte beweging in z’n mondje, hij zit al vrij stabiel als je hem met één hand vasthoudt op je schoot, kan nog net niet omrollen maar dat is een kwestie van weken. Hij doet het dus goed met andere woorden.

En nu moet ik hem binnen minder dan twee maand alweer afgeven.

Ik wil niets missen

Na zeven maand zo goed als uitsluitend bij (vooral) mama en (ook) papa geweest te zijn moet mama ook weer gaan werken. En moet Jonas naar de crèche. Tot hier toe beleefde ik 24/7 elk stapje vooruit, deelde ik zijn goede en zijn minder goede dagen. Zijn flesjes, zijn groentepapjes, de speelkwartiertjes en ontelbare knuffeltjes en kusjes. Ik wil wel weer gaan werken, en het zal zelfs deugd doen eens niet alleen mama te zijn. Maar ik wil niets missen!

Mijn vriend komt thuis rond half zes en ons zoontje gaat slapen om zeven uur. Dat wilt zeggen dat ik maar anderhalf uurtje zal hebben voor hij gaat slapen na het werk! Die gedachte vind ik verschrikkelijk eng! Ik koester elk moment dat we nog hebben voor hij naar de crèche moet.

En ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij van al te zware ziektekiemen gespaard blijft want als ik mijn ventje weer in het ziekenhuis moet laten opnemen breekt mijn mama-hart.

Mama moet loslaten

Maar kleine ventjes worden groot… En mama moet weer loslaten.
Misschien is het omdat hij die eerste maanden van me weg was genomen dat ik het nu zo moeilijk vind? Of misschien is dit heel normaal en hoort het gewoon bij mama zijn.

We vinden ons ritme wel.

Hij zal harten stelen op de crèche met zijn mooie ogen en aanstekelijke glimlach. Lieve mensen zullen voor hem zorgen en hem sussen als hij boos of verdrietig is. Hij zal vriendjes maken en met andere kindjes leren spelen. Hij zal nog veel sneller groeien en vooruitgaan dan nu al het geval is…

En mama zal zich elke dag na haar werk naar de crèche haasten om hem terug op te halen en hem te overladen met liefde.