'Ik ga ergens anders wonen, hoor!'

‘Ik ga ergens anders wonen, hoor!’ Ik probeer haar, zes jaar oud, serieus te nemen, maar het lukt me niet en ik schiet in de lach. Dat was een domme zet, want ze haalt uit als een gewonde kat en ik wil niet dat ze verdrietig is. Ze is mijn Liesje.

'Ik wil een andere moeder!

Er schuift een herinnering voor mijn ogen, maar die duw ik weg. Want ik ben nu met haar bezig, en ik weet uit ervaring dat ik hier wel even zoet mee ben. Ze is niet mijn eerste kind dat dreigt te verhuizen naar een ‘AN-DE-RE MOEDER!!!’ en ze zal ook wel niet de laatste zijn.

‘Maar Lisa toch… Je kunt toch niet zomaar naar een andere moeder?’

‘Jawel! Dat kan ik wel! Want Sven kreeg twee dingen en ik niet en dat is niet eerlijk, want ik wil dat ook en als jij stout bent en ik dat niet van jou mag, dan vind ik jou stom en dan GA IK NAAR EEN ANDERE MOEDER!!’

Ik kniel bij haar neer: ‘Maar Liesje… Als ik ’s avonds naar jouw bedje zou gaan en jouw bedje zou leeg zijn, dan zou ik moeten huilen… Dat kan toch niet?’

‘JAWEL!’ zegt Lisa kwaad, maar ik zie aan haar gezicht dat ze het idee van een leeg bedje stiekem ook wel een érg zielig idee vindt. Ik probeer haar aan haar arm naar me toe te trekken, maar ze rukt zich los, duwt me weg en begint te stampvoeten met een rood, kwaad hoofd. En weer schuift er een herinnering voor mijn ogen, en ook die duw ik weg.

En ineens ben ik het beu, want ze kríjgt geen koek na het zakje chips, nooit, en ik laat me ook niet chanteren. Dus ik pak haar op, draag haar naar buiten en zet haar voor de deur neer.

Ze zegt: ‘Ik ga, hoor!’

En ik zeg: ‘Prima!’ en gooi de deur dicht.

Maar het is natuurlijk helemaal niet prima, dus trek ik de deur weer open, til haar weer op en ga op de bank zitten.

En ik laat de herinnering toe.

Komen alle woorden niet ooit terug?

Toen Lisa stond te stampvoeten zag ik mezelf. Ik zag mezelf terug als boze kleuter, die precies dezelfde woorden tegen mijn moeder zei. Komen alle woorden niet ooit terug?

En toen Lisa zich losrukte en me niet toeliet, zag ik wéér mezelf, ruzie zoekend met mijn moeder, omdat ik wilde weten waar ik stond.

En als laatste, toen de deur achter Lisa sloot, zag ik mezelf als boze puber, de deur dichttrekken en gaan.

En ik herinner me ook hoe mijn vader, nadat ik een paar nachten bij een oudere vriendin had doorgebracht, huilend op de winderige galerij van haar flat stond.

Hij zei: ‘Iedere avond kom ik langs jouw kamer en dan is je bed leeg. Alleen jouw bed is leeg. Kom alsjeblieft naar huis.’

Mijn vader huilt nooit. Ik vloog hem om zijn nek en hij hield me stevig vast.

Ik was zestien, Liesje is pas zes. Ik bedenk me ineens dat het Lisa niet alleen te doen is om de koek, niet alleen om de grenzen op te zoeken. Misschien wil ze ook gewoon weten waar ze staat. Ongeacht hoe lelijk ze doet. Dus ik pak haar stevig vast, aai haar en vraag of ze eigenlijk niet gewoon verdrietig is.

Ze begint heel hard te huilen en ik beweeg ritmisch op en neer, terwijl ik sussende woordjes praat. Ze valt in slaap en ik til haar naar boven en leg haar in bed.

Ik denk terug aan mijn vader en ben blij dat ze nog geen zestien is. Geen lege bedjes hier. En ik ben met terugwerkende kracht dankbaar dat hij op die galerij van me hield, van zijn dwarse puber. En ik fluister dat ik van haar hou.

Komen alle woorden niet ooit terug?