Ik zou nooit zo’n moeder worden: wishful thinking

Ik zou nooit zo’n moeder worden die haar dochters in zwierige jurken met hoog prinsessengehalte zou steken. Geen tule of blinkende pailletten. Roze en glitters zouden nooit prominent aanwezig zijn in hun kleerkasten. Hippe rokken en broeken in modieuze kleuren en met een stoer laarsje gingen ze dragen.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die haar kinderen zou laten kennismaken met, of beter: laten overspoelen door, populaire figuren uit welbekende, commerciële productiehuizen. Ik ging ze nooit speelgoed of kleding kopen met drukke prints van hun favoriete tekenfilmhelden. Laat staan luidkeels meezingen met of ongegeneerd dansen op de aanstekelijke liedjes waarvan ik zelf de cd gekocht zou hebben.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die haar kinderen soms meerdere uren per dag schermtijd gunt. Ik zou nooit een tablet of smartphone onder hun neus duwen tijdens het wachten op restaurant. Alleen fantasierijke rollenspellen en educatief verantwoord speelgoed zouden hier de boventoon voeren.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die 100 keer per dag “voorzichtig” roept of “niet zo wild”. Ik zou ze proefondervindelijk de wereld laten ontdekken.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die zich door haar kinderen laat overhalen tot de aankoop van  plastic speelgoed in schreeuwerige kleuren en veel te schelle elektronische geluiden. Enkel duurzaam, bij voorkeur houten speelgoed zou terug te vinden zijn in de kasten. En zeker geen overvloed.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die bijna alle tekeningen en knutselwerkjes van de kinderen op zolder stockeert omdat ze er geen enkele kan weggooien. Enkel een bescheiden selectie zou het bewaren waard zijn.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die sentimenteel is op de laatste schooldag van het jaar omdat dan steeds weer pijnlijk duidelijk wordt hoe snel de tijd wel vliegt. Ik zou er geen traan voor laten vloeien, maar blij zijn dat ze weer een jaartje ouder en dus zelfstandiger zijn.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die het speelgoed van de kinderen zou laten zegevieren in het interieur. Ik zou enkel speelgoed voorzien in opbergbare grootte en het elke avond vakkundig aan het zicht onttrekken, gesorteerd volgens soort in gelabelde bakken. Daarenboven zou ik, vanaf een bepaalde leeftijd, nooit zelf al de uitgehaalde en wijdverspreide speelwaren opruimen, maar zou dat sorteer- en opbergwerk overlaten aan de kroost zelf.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die cliché-matige uitspraken zou doen over het moederschap. “Ze worden toch zo snel groot.”, zou ik nooit in de mond nemen. Ik zou het erg nuchter en rationeel bekijken en mijn eigen quotes over het ouderschap verzinnen.

Ik zou nooit zo’n moeder worden die slechts sporadisch met haar kinderen speelt. Ik zou ganser dagen knutselwerkjes uitzoeken, gezelschapsspellen spelen en Legobouwwerken maken. Iedere dag zou ik minstens 3 keer voorlezen en mijn rollen zorgvuldig voorbereiden zodat de kinderen aan mijn lippen zouden hangen. (Geen benul van de tijd die in huishoudelijk werk steekt, had ik.  En dat jonge kinderen doorgaans slechts een aandachtspanne van een goudvis hebben, was me ook onbekend.)

Ik zou nooit zo’n moeder worden die niet gewoon blijft doen in haar vrije tijd wat ze deed voor ze kinderen had. Alles is te combineren met de aanwezigheid van een kind, toch?

Ik zou nooit zo’n moeder worden die een “waarom”-vraag simpelweg zou afwimpelen met “Omdat ik het zeg”. Ik zou een moeder zijn met engelengeduld die voor alle vragen uitgebreid de tijd neemt om een helder en verdiepend antwoord te geven. Ik zou zelfs aansturen op meer zelfstandigheid door de vraag terug te kaatsen met “wat denk je zelf?” en hen zo te begeleiden dat ze zelf tot het antwoord of de oplossing komen. (Blijkt dat kinderen tot wel 547 “waarom”-vragen per dag kunnen stellen en moeders energiepeil bovendien tot een bodemloos dieptepunt kan zakken.)

Ik zou nooit zo’n moeder worden die zich laat overspoelen door het moederen en het organiseren. Ik zou nog uitgebreid de tijd nemen om naast moeder, ook een kwalitatieve rol te spelen als partner, vriendin en collega. En daarnaast zou ik zeker ook mezelf niet uit het oog verliezen.

Mijn eigen moeder had steeds gelachen als haar zo’n uitspraak ter ore kwam, maar had nooit gezegd waarom.

Welja, ik heb het dan zelf ondervonden, want, twee keer raden, ik ben het allemaal wel geworden. Ik ben immers wel de moeder geworden die vooral gelukkig is wanneer haar kinderen dat ook zijn en ik leerde al gauw dat het overboord gooien van die pietluttige principes geen schande is in het omvangrijke en mogelijks licht onderschatte oeuvre dat ouderschap voor mij is.

Die principes, overigens bedacht in het pre-kindertijdperk, verdwijnen dan ook in het niets tegenover de meer waardevolle/essentiële waarden en normen die ik hen wel tussen de lijnen en met hart en ziel hoop bij te brengen. En, ook al besef ik dat dit erg “wishful thinking” is, waarvan ik hoop dat zij later zeggen: ik zou zo’n moeder willen worden zoals de onze.

 

Deze blog verscheen eerder op Herinneringenvoorlater.