Mama met psychische problemen: ‘Ik zou zo graag de mama zijn die mijn dochter verdient’

  • door Gastmama

Op mijn drieëntwintigste raakte ik onverwachts zwanger, nadat ik mijn pil al jaren doornam. Of misschien was ik ze eens vergeten, ik heb geen idee. Ik weet wel dat ik altijd stoned of dronken was in die periode. Ik dacht er ook niet aan dat ik in verwachting kon zijn. Het was een vriendin die een paar dingen opmerkte, zoals het feit dat ik plots twee cupmaten groter had, en zij kocht een test voor mij. 

Ik rookte een joint tijdens het uitvoeren van die test. Ik deed die tussen de joints en de Baileys koffies door. Toen daar twee streepjes verschenen ben ik als een gek beginnen huilen. Er  ging er maar één ding door mijn hoofd: Ik kan geen moeder worden.

Ik worstelde mijn hele leven lang al met een doodswens en ik voelde me vaak moe, had vaak overal pijn, waardoor mijn partner naast zijn werk ook nog het huishouden en de boodschappen op zich moest nemen, en ik was verslaafd aan alles wat verdovend werkte. Ik had van mijn vijftiende tot mijn achttiende ongeveer in de psychiatrie gezeten en er was nooit iets veranderd.

Toch gooide ik de joint die ik rookte tijdens het afnemen van de zwangerschapstest meteen door het venster. Ik raakte geen druppel alcohol meer aan, geen joint, geen sigaret. Want ondanks dat ik tegen heel mijn planning/intuïtie in toch in verwachting was geraakt, voelde ik me meteen verantwoordelijk. Ik belde mijn partner huilend op, niet van blijdschap maar uit pure paniek.

De dokter had me twee weken voordien nog gerustgesteld dat ik niet zwanger zou zijn en dat ik altijd al problemen had met mijn hormonen. Ik vroeg hem nog of het schadelijk zou zijn als ik de pil doornam en ik toch in verwachting zou blijken te zijn. Hij antwoordde van niet en ik nam de pil dus door. Ook daar stopte ik uiteraard onmiddellijk mee, want dat had geen zin meer.

Het was duidelijk, er zat een baby in mijn buik. Mijn vriend, die toen 28 was, reageerde helemaal anders dan ik. Hij was reuzeblij en vond zijn leeftijd ideaal. De eerste vraag die ik hem stelde was ‘Kunnen wij dit wel?’ Met de nadruk op wij, want ik wist dat ik het alleen nooit zou kunnen. Hij zei dat hij toen hij het hoorde één seconde nagedacht had en dat hij toen had beslist dat hij de rest van zijn leven met mij wilde delen.

Ook mijn zus en moeder spraken mij vertrouwen in. Ze zouden me wel helpen, en het enige wat dat klein mensje nodig had was eten, drinken, slaap en liefde. Ik sprak met een psychiater over het feit dat ik eigenlijk aan euthanasie had gedacht, maar dat ik nu dan zwanger was. Ik stelde hem luidop de vraag wat ik moest doen, of ik wel moeder kon zijn. Dokters en officiële instanties zeiden mij dat ik er helemaal niet klaar voor was. Zij zagen ook dat ik niet blij was, eerder in paniek.

Al nam ik wel op ieder vlak mijn verantwoordelijkheid op. Ik at gezond, nam de aanbevolen supplementen, ik las boeken over ouderschap, ... Ik herinnerde me dat ik ooit tegen mijn moeder had gezegd dat ik te moe was om ooit kinderen te krijgen. Ik had nog geen energie voor mezelf, laat staan voor een kind. Om van gebrek aan levenslust nog maar te zwijgen.

Toch verstreek de tijd en werd ik constant heen en weer geslingerd. Ik dacht eraan om stiekem naar het abortuscentrum te gaan en tegen iedereen te zeggen dat de zwangerschap vanzelf was misgelopen. Maar de tijd die ging maar door, en we regelden alles.

Ik heb nog tot in de verloskamer aan zelfmoord gedacht. Ik dacht, dit is mijn allerlaatste kans. Ik fantaseerde hoe ik van het dak van het ziekenhuis zou springen, maar de angst dat het kind het zou overleven en dan zonder moeder moest opgroeien was te groot.

En zo werd zij geboren, mijn dochter. De eerste jaren deed ik alles tot op het perfectionistische af ‘goed’. Alles wat zij at was bio/ecologisch vervaardigd, ik bleef maar borstvoeding geven ondanks een zware borstontsteking en het feit dat ik er eigenlijk aan onderdoor ging, maar ik moest en zou borstvoeding geven zo lang als ik kon. Als een bezetene zat ik ‘s nachts af te kolven. Ondanks dat ik nog steeds het huishouden en de boodschappen niet voor mijn rekening durfde nemen, en dit dus nog steeds op mijn voltijds werkende partner rustte, hield ik me wel bezig met ons kindje. 24/7.

Onze relatie zat niet goed. Er waren dingen gebeurd van zowel zijn als mijn kant die nooit meer goed te praten waren. Het ging steeds slechter tussen ons. Toen onze dochter twee jaar was gingen we uit elkaar, en vanaf toen ging het bergafwaarts. Ik zorgde voltijds voor haar en hij kwam in de weekends op bezoek. Dan kookte ik, of hij. Maar eigenlijk zorgde ik bijna voltijds alleen voor ons kindje. Na een tijdje trok ik dat niet meer en ging ze in de weekends met hem mee en dan sliepen ze bij zijn moeder, want zijn huis was nog in aanbouw en daar konden ze niet heen. Ik voelde mij doodongelukkig maar ondanks dat de relatie met mijn partner slecht was afgelopen, hadden we nog wel veel aan elkaar.

Dit veranderde toen hij een nieuwe relatie kreeg. We waren nog steeds goede vrienden, en ook met zijn partner kon ik zelf best goed opschieten, maar zoals dat gaat kon hij er niet meer zijn zoals voordien. Ik probeerde dagtherapie aan te vatten, maar de combinatie bleek alsnog te zwaar. Ik kon niet meer, ik raakte op.

Toen ik 28 was belandde ik (nadat ik er al van mijn achttiende niet meer geweest was) terug in de psychiatrie. Opeens was ik er niet meer voor mijn dochter. Opeens was de papa een alleenstaande vader, en zijn vriendin een voltijdse “plus-mama”. Ik voelde me schuldig tegenover iedereen, maar ik was op. Ik kon niet meer. Mijn dochtertje begreep er echt helemaal niets van. En dan brak ook nog corona uit, waardoor zij dacht dat het allemaal daar wat mee te maken had. Niemand wist echt goed wat ze tegen haar moesten zeggen. Ik kon haar ook niet zeggen wanneer alles terug normaal zou worden. En ik wilde ook niet toegeven dat ik een ziekte had, of een depressie. Of dat mijn depressie een ziekte is.

Tot op vandaag zijn de zaken niet normaal. Ik ben nu wel terug thuis, maar ze woont hoofdzakelijk nog steeds bij haar vader. Ze vraagt me vaak wanneer ze terug bij mij mag komen wonen, en in de weekends naar papa, zoals vroeger. Iedere dag denk ik aan haar. Ik voel me schuldig omdat ik een moeder ben met psychische problemen.

Ik ga binnenkort weer in therapie, maar of het ooit weer echt normaal wordt, dat kan ik echt nog niet zeggen. Het is nooit normaal geweest. Ik ging zo ver buiten mijn grenzen dat ik op andere vlakken afleiding begon te zoeken en zo kwam ik ook nog in aanraking met justitie en kwam ik in een “vrij onder voorwaarden”-statuut terecht. Ik weet nog niet wat mijn uiteindelijke straf zal zijn, maar ik hoop echt dat het meevalt, en dat als ook deze stress achter de rug is, en de therapie dit keer wel aanslaat, ik misschien stukje bij beetje toch terug een mama kan zijn.

De mama die ik echt wil zijn, die mijn dochter verdient. Ik werd recent gediagnosticeerd met een autisme spectrum stoornis, en dat zou een hele hoop kunnen verklaren. Ook bij mijn dochtertje is er van school uit een vermoeden uitgesproken. En juist daarom wil ik zo graag dat alles goed komt, omdat ik haar op vele vlakken ook als geen ander begrijp …

 

* Wie nood heeft aan een luisterend oor kan terecht bij Tele-Onthaal op het telefoonnummer 106 of via de chat op www.tele-onthaal.be.

Zit je met vragen over zelfdoding, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op www.1813.be.