Mama van twee zorgenkindjes: Soms is liefde ook gewoon lelijk

  • door Gastmama

Ik ben er zeker van dat veel mensen met wat gezonde jaloezie naar ons kijken. Allebei gestudeerd, een mooie verantwoordelijke fulltime job, en drie mooie, toffe kinderen. Vrienden, familie, hobby’s,.. We werken het allemaal af met een eeuwige glimlach. Materiaal voor in 'de boekskes' met ondertitel 'hoe doen ze het toch'. 

En meestal is dat ook echt zo. Ik zou honderd stukjes kunnen schrijven over mamamultitasken of peuterdriftbuien of die verdomde zomerplanning of hoe je ze in godsnaam in hun bed krijgt/fruit leert eten/laat opruimen. Ik vind mama zijn zalig! 

Maar waar wij eigenlijk bijna nooit over praten (en ook niet veel over horen bij andere ouders), is over het feit dat onze zoontjes zorgenkindjes zijn. De oudste zoon heeft PID (primaire immuun deficiëntie) en de jongste een nieraandoening. Totaal ongerelateerd, maar met hetzelfde resultaat: dagelijkse therapieën en eindeloze doktersbezoeken en opnames. Sociaal en motorisch staan ze bovenaan hun curve, dus je ziet er niets aan, en wij zeggen er niets over. Wij zwoegen in stilte door. 

Maar vandaag heb ik de familiedag van de Chiro van mijn dochter gemist, terwijl ik een schema maak voor wie deze week bij mijn babyzoontje gaat zitten naast z'n ziekenhuisbed (want hoe leg ik dit weer uit op het werk dat we nodig hebben om de rekeningen te betalen?) en  terwijl mijn man en ik 15 jaar samen zijn. Nadat ik eerder dit jaar onder andere ook onze familievakantie en haar eerste communie heb gemist tussen 8 lopende hospitalisatiedossiers. Dan moet het er toch eens uit. Daarover gaat het stukje hieronder. 

Moon

15 jaar!

Soms is liefde mooi. Zo wondermooi. Zo mooi dat je bijna moet wenen van geluk. Dankbaar dat zoiets op foto kan vastgelegd worden, of je zou het zelf haast niet geloven, al dat geluk.

Maar vaak is liefde ook gewoon lelijk. Dat haalt het meestal niet door de Facebook filter. Met infuzen en transfusies en koorts en medicijnen en therapie en controle na controle. Met pijn lijden en pijn zien lijden en machteloos moeten toekijken.

Als de dokter boven uw hoofd over permanente orgaanschade spreekt. Met urenlang zorgen en vrezen en afwachten en doorbijten. En dan nog naar uw werk vertrekken. Rechtstreeks vanuit een veldbed in een lelijke ziekenhuiskamer die altijd wat naar spruitensoep ruikt.

Zeggen dat het allemaal wel meevalt, omdat mensen vragen hoe het gaat, maar niet meer wachten op een antwoord. Na de twintigste opname is het interessante er wat af, het geduld ook trouwens.

En onder al die lelijke liefde, zo dankbaar voor twee heerlijke, fragiele beren van jongens. Voor een prinses, die het stilletjes accepteert om te vaak op de tweede plaats te komen terwijl ze stil naast haar zieke broer zit. “Welke broer is het?”, vraagt ze dan.

Hopend dat ze weten dat ons geduld wél eindeloos is. Voor de lieve mensen die voor ons klaarstaan.

En voor die knapperd die al 15 jaar naast mij staat.

Zo hadden we het niet bedacht, maar leve de liefde vandaag. Schoon of lelijk.