Met een klein hartje op kamp: een paar tips

Niet elk kind staat te springen voor een zomerkampje. Sommigen willen wel graag samen met hun vriendjes spelen en ravotten tijdens de vakantie, maar voelen weerstand en twijfel wanneer ze op dat kampje moeten overnachten. Anderen slaan al in paniek wanneer ze gewoon voor een dagje speelplein het huis uit moeten. Oost west, thuis best, lijkt het motto van deze onzekere kleintjes en … misschien ook wel dat van jou.

Twee lange zomermaanden en een beperkt aantal verlofdagen, maken echter dat deze vakantie-opvang soms onvermijdelijk is. Hoe pakken we dit dan aan? Hoe zorg je ervoor dat je kind zijn angst overwint en open staat voor een onvergetelijke tijd met leeftijdsgenootjes?

Een goede voorbereiding is ook in dit geval al een grote stap naar een geslaagde vakantiedag.

1. Spiegeltje, spiegeltje

Hoe sta je zelf tegenover deze opvang? Heb je als ouder vertrouwen in de organisatie en monitoren die voor je kind zullen zorgen of ben je overtuigd dat je je kind aan de poorten van de hel afzet?

Wees je ervan bewust dat je kind jouw emoties en gedrag hierin spiegelt: wat jij toont, wordt zijn overtuiging. Als jij enthousiast bent, zal dit ook je kind prikkelen. Indien jij wantrouwig de leiders aankijkt, wil je kind liefst van al terug mee naar huis.

2. Oefening baart kunst

Hoe vaker je iets doet, hoe makkelijker het wordt en hoe liever we het doen. En dat geldt meestal ook voor vakantiepleinen en zomerkampjes.

Voor kinderen die tijdens het schooljaar al gewend zijn om elders te gaan spelen en/of te logeren, is de stap naar georganiseerde vakantie-opvang sowieso al kleiner. Laat je kind nu al af en toe bij iemand spelen of  bij familie of een vriendje logeren. Zo kan het in een vertrouwde omgeving al wennen en ervaring opdoen.

3. Train zijn zelfredzaamheid

Hoe zelfredzaam is je kind thuis? Kan die zelf een boterhammetje smeren? Naar ‘het grote toilet’ gaan en de veters knopen? Kan je kind zelfstandig douchen en  zijn kledij uitkiezen? Wat je thuis zelf kan en doet, zal je buitenshuis zelfvertrouwen geven. Zoveel is zeker!

Spreek je vertrouwen uit én oefen thuis vaak op ‘zelf doen’. Stel hem vervolgens gerust dat dit ook zonder mama zeker gaat lukken.

Vraag ook aan je kind wat hij denkt nodig te hebben om zich buitenshuis goed te voelen: wat kan hem geruststellen? wat helpt om zich zeker te voelen? wat kan zijn mogelijke heimwee mee voorkomen?

4. Een goede voorbereiding is het halve werk

Zet je kind niet voor voldongen feiten. Je ‘spaart’ je kind niet door last minute aan te kondigen dat die op kamp gaat. Integendeel, je ontneemt het de kans en de tijd om zich goed voor te bereiden. En dit voorbereiden doe je samen. Indien je op de lokale opvang een beroep doet, kan je informeren wie er nog aanwezig zal zijn. Samen aankomen, werkt voor veel kinderen al drempelverlagend. Carpooling helpt in deze echt: samen binnenwandelen versterkt het vertrouwen.

Indien je kind op kamp gaat, kan het helpen dat er een vriendje meegaat. Informatie vooraf geeft hier ook rust. Neem enkele dagen voor zijn vertrek bijvoorbeeld een kijkje op de site van het kampverblijf. Ga eens door de foto's en je ziet hoe de slaapvertrekken georganiseerd zijn, waar er gedoucht en gegeten wordt en welke leuke speelruimte voorzien is. Informeer je bij de organisatie over de dagplanning en andere belangrijke info. En wees gerust: tijdens zomerkampjes staan zelden spruitjes of witloof op het menu.

SUCCES!