Mijn baby: wat als je kindje aan congenitale / aangeboren heupdysplasie of heupluxatie lijdt?

  • door Mamabaas

Het is onvermijdelijk: elke baby heeft vroeg of laat weleens te kampen met kleinere of grotere kwaaltjes. Wat als je kindje lijdt aan congenitale / aangeboren heupdysplasie of heupluxatie? In het boek 'Mijn baby' wordt alle info op een rijtje gezet. 

Wat is het?

Het heupgewricht bestaat uit een kop (boveneinde van het dijbeen) en een kom (holte in het bekken). In normale omstandigheden past de kop van het dijbeen perfect in de kom van het bekken. Wanneer de heukop onvoldoende ontwikkeld en ondiep van vorm is, spreekt men van heupdysplasie. De heupkop kan in dit geval gedeeltelijk (heupsubluxatie) of volledig (heupluxatie of -dislocatie) uit de heupkom raken. Het heupgewricht raakt overbelast en zal vroegtijdig slijtagetekens, artrose, vertonen.

Oorzaken?

  • Heupdysplasie komt voor bij één op de honderd van de Europese kinderen, heupdislocatie bij één op de duizend. Zo'n 80% hiervan zijn meisjes. Vermoedelijk zijn zij gevoeliger voor vrouwelijke hormonen, waardoor het heupgewricht te soepel wordt en de kop makkelijker verschuift uit de kom.
     
  • Heupsyplasie tast twee keer vaker het linker- dan het rechtheupgewricht aan.
     
  • Het is ook een erfelijke voorbeschikking. Bij 10 tot 30% van de gevallen is er een familielid (ouder of broer/zus) met dezelfde aandoening in de voorgeschiedenis.
     
  • Tot een kwart van de kinderen met heupdysplasie zijn geboren in stuitligging.
     
  • Wanneer de ongeboren baby beperkte bewegingsvrijheid had tijdens de zwangerschap, is het risico op dysplasie ook verhoogd. Voorbeelden hiervan zijn beperkte hoeveelheid of afwezig vruchtwater, fors gewicht en eerste zwangerschap.

Hoe wordt het onderzocht?

Het is belangrijk heupdysplasie of -dislocatie actief op te sporen bij het eerste onderzoek van de baby en in de daaropvolgende weken. Er zijn een aantal tekens en manoeuvres die de arts op het spoor van heupsyplasie kunnen brengen. 

  • Beenlengteverschil
     
  • Stroefheid van het heupgewricht
     
  • Heupklik: dit is wanneer de arts bij het uitvoeren van een manoeuvre de heupkop in of uit de heupkom voelt 'klikken' (uiteraard enkel door de arts uit te voeren!)
     
  • Assymetrische bilplooien

In de volgende gevallen zal men, naast een goed klinisch onderzoek, ook altijd een echografisch onderzoek van de heupen uitvoeren.

  • Bij stuitligging
     
  • Voorkomen van heupdysplasie in de familie
     
  • Scheefhals of klompvoet bij de geboorte. Beide problemen hebben mogelijk te maken met 'plaastgebrek' in de baarmoeder.

Wat kan je eraan doen?

Wanneer duidelijk is dat je baby heupsyplasie heeft, wordt zo snel mogelijk een zogenaamde spreidbehandeling opgestart. Bij jonge baby's gebruiken we hiervoor een Pavlik-bandage. De beentjes worden in een gebogen en gespreide stand gebracht door de voetjes op te trekken. door de benen permanent te spreiden, zal de kop van het dijbeen de bekkenkom als het ware tot een normale vorm kneden.

Wanneer de diagnose vroeg gesteld wordt en behandeling snel wordt opgestart, is de kans op herstel het grootst. Het heupgewricht is op dat moment nog in volle ontwikkeling en daarom beter om te vormen. 

Mijn Baby

Meer lezen?

In 'Mijn baby' lees je alles wat je moet weten over je baby van 0 tot 12 maanden.

Meer info vind je hier