Mijn kind heeft het niet zo voor kampen: wat nu??

Januari: de eerste mails in verband met zomerkampen stromen binnen. Het is een kwestie van er op tijd bij te zijn. De eerste lichte paniek slaat toe. Ik moet daar nu al een beslissing over nemen, terwijl ik goed weet dat mijn kind geen grote fan is van kampen. Uiteindelijk kiezen we samen 2 kampen uit. Oef, het probleem is van de baan… Of toch voor even.

Eind juni: het einde van het schooljaar, het begin van de lange zomervakantie… Terloops word ik er al eens aan herinnerd dat kampen meedoen niet de favoriete bezigheid is van mijn kind. “Ik ben wel blij, mama, dat het vakantie is. Alleen, nu MOET ik ook op kamp.”

Nervositeit en tranen

Twee dagen voor de start van het kampje, is er al de gebruikelijke nervositeit. De avond voordien zijn daar de eerste tranen.

De eerste avond: het kamp was superleuk! Naarmate de avond vordert, neemt de spanning terug toe. “Ik vond het vandaag wel leuk, maar ik ga toch liever morgen niet terug…”

Het is een scenario dat zich al een aantal jaren afspeelt en zich telkens opnieuw ontrolt. Gelukkig brengt de ervaring al een aantal hulpmiddelen.

Tips bij dagkampjes:

Bespreek voordien met je kind welk kamp hij/zij wel ziet zitten. Stel het 'op kamp gaan’ niet in vraag, maar betrek je kind wel bij de kampkeuze. Bespreek met je kind volgende items:

- Houdt je kind van kleine groepen of voelt het zich comfortabeler in grotere groepen?

- Is een warme maaltijd eten op kamp een struikelblok?

- Welke kampthema’s spreken jouw kind aan?

- Met welke leeftijdscategorieën wordt er gewerkt? Soms kan de confrontatie met oudere kinderen bedreigend overkomen. Soms is de aanwezigheid van oudere kinderen net een geruststellende factor voor je kind.

Om het kamp goed te beginnen kan je dit doen:

- Reken de eerste dag een ruimere marge in om samen met je kind naar het kamp te gaan. Probeer die  dag te blijven tot het kamp goed is opgestart. Probeer ook ’s avonds te voorkomen dat je kind de eerste dag al in de opvang moet blijven.

- Ga elke dag pas weg als je merkt dat je kind bij iemand (een begeleider, andere spelende kinderen) aansluiting heeft gevonden. Indien nodig, kan je daar een handje bij helpen door met je kind bij een begeleider te gaan.

- Bespreek met je kind dat een eerste dag nooit een topdag kan zijn omdat je kind dan nog alles moet leren kennen.

- Bouw een moment in waarop je je kind tijdens die week eens wat vroeger kan ophalen en waarop je kind niet in de opvang moet blijven. Bespreek dit voordien ook met je kind. Zorg ervoor dat je kind heel goed weet wanneer je hem/haar komt ophalen.

- Bespreek ’s avonds wat leuk was op kamp en wat moeilijker was voor je kind. Vaak zijn de niet-georganiseerde momenten de moeilijkste. Bespreek samen met je kind wat het dan kan doen. Ga dit ook meedelen aan de begeleiding. Zo kunnen ook zij op moeilijke momenten je kind terug wat richting geven.

- Benadruk dat er ook leuke momenten zijn en dat een moeilijk moment ook terug overgaat.

- Bekijk of een je kind een vriend(in) kan meenemen.

Als je de succesformule hebt gevonden, blijf deze dan behouden voor de volgende jaren. Aan dat kamp hangt voor jouw kind een positieve connotatie vast. Je kind kent bovendien voor de toekomst ook de gebruiken en gewoonten waardoor de start niet volledig nieuw is.