Mijn uitgerekende datum confronteert ons met wat niet is

  • door Mama

Ik kan niet slapen. Ik voel me ellendig. Ik weet me geen blijf met mijn lijf. Het klopt niet. Elke vezel in mijn lijf voelt dat het niet klopt. Dat ik nu nog zwanger zou moeten zijn. Hoe dichter we bij die uitgerekende datum komen hoe slechter ik me voel. Al zo lang keken we uit naar september. Naar het kindje van onze dromen. Naar het moment dat onze wens na al die tijd eindelijk mocht uitkomen.

En kijk nu. Gebroken, verscheurd, alleen, ellendig. Weg is het kindje van onze dromen. Ze was zo perfect, zo mooi, zo af ... Waarom kon ze niet pas in september komen? Dan moesten we geen afscheid nemen, dan waren er waarschijnlijk geen 1001 miljoen tranen geweest. Dan stond liefde niet gelijk aan pijn en verlangen. Het was zo’n mooi verhaal. En ik begrijp niet waarom er een einde moest aan komen.

Ik voel me alleen, ik voel me ellendig, het gaat niet, ik wil het niet meer. Het gevoel van gemis, die pijn, het verdriet, ze zijn immens om te dragen. Geen september met een lieve kleine meid. Geen blijdschap. Geen babybezoekjes. Geen lachende mensen. Geen nachtelijke wandelingetjes. Geen te kleine kleertjes. Geen vuile pampers. Niets. Enkel stilte. Oorverdovend stilte, daar waar er net geluid moest zijn. Waar de stilte eindelijk doorbroken zou worden. Daar waar we zo naar verlang(d)en.

En toch blijven we aftellen naar die datum. Ook als jij niet meer fysiek bij ons bent. Die datum. 26 september, een datum waar we al zo ontzettend lang naar uitkeken, naar verlangden, van droomden. Voor altijd jouw uitgerekende datum. Ook al was de kans klein dat je die dag zou komen, toch was dat jouw dag. Een dag die mijn metekindje met veel plezier met je wilde delen.

Maar het werd een extra pijnlijke datum. Eentje die ons confronteert met wat niet is, maar wel kon zijn. Mijn lijf was drie maand geleden nog niet klaar om te bevallen. Ik was nog niet klaar om mama te worden. Ons huisje was nog niet klaar voor jou. Zoveel plannen, wensen, dromen die abrupt ten einde zijn gekomen.

Ik mis je, lieve Helena. Ik verlang naar je. Ik droom over je. Ik kan niet zonder je. Ik wil niet zonder je. Want de ik die ik was is niet meer de ik die ik ben en nog minder de ik die ik zal worden. Ik ben mezelf kwijt geraakt toen we jou moesten laten gaan. Hopend dat de datum snel voorbij is, dan moeten we niet langer aftellen naar jou bestaan. Maar kunnen we “gewoon” proberen verder te gaan, met jou in ons leven. Met jou verweven in ons leven.