Oef, ik ga over tijd!

Een gemiddelde zwangerschap duurt 280 dagen. Voor sommigen kan dat lang lijken, zeker als je over tijd gaat. Maar wat is ‘te laat’ bevallen en wanneer moet je ingeleid worden?

Een gemiddelde zwangerschap duurt 280 dagen. Voor sommigen kan dat lang lijken, zeker als je over tijd gaat. Maar wat is ‘te laat’ bevallen en wanneer moet je ingeleid worden?

De realiteit van te laat bevallen

Een zwangerschap kan lang lijken en naar het einde toe is het niet altijd rozengeur en maneschijn: je wordt wat onrustig van al dat lange wachten, hebt al eens harde buiken, voelt het overal trekken, slaapt minder goed. 

Komt daar nog bij dat op en vanaf de verwachte dag je moeder en schoonmoeder steevast bellen en blijven bellen. En blijven vragen stellen…

En? Nog niets? Zou je toch niet… Zal hij of zij niet te groot worden? Zou je toch niet vragen om ingeleid te worden? 

De theorie over te laat bevallen

Nu is zowel te vroeg of te laat bevallen niet zo goed. Maar wat is te laat?

Algemeen neemt men aan het best niet over de 42 weken, of verder dan twee weken over de vermoedelijke bevallingsdatum, te gaan.

Als men het begin van de zwangerschap niet kent, kent men natuurlijk ook niet het einde. Vandaar de noodzaak en het nut om aan het kunnen bepalen van de juiste zwangerschapsduur voor en in het begin van de zwangerschap voldoende aandacht te schenken (lees ons artikel over Hoe bereken je je uitgerekende datum?). Het bijhouden van een menstruatiekalender, het aanleren van vruchtbaarheidsbesef, een vroege consult bij een arts in het geval van een vermoedelijke zwangerschap kunnen hier allemaal bij helpen. Ongetwijfeld helpt dit preventief veel nutteloze problemen en ingrepen uit de weg te helpen.

Als we de zwangerschapsduur wel goed kunt berekenen, zien we dat vermoedelijk 2 procent van de zwangerschappen boven de 42 weken gaan. 

De redenen daarvoor zijn meestal onduidelijk. Heel zeldzaam hebben ze te maken met hormonale stoornissen. We zien het ook meer bij een eerste zwangerschap, bij een mannelijke foetus, bij moederlijke zwaarlijvigheid, op oudere leeftijd, in het blanke ras, bij een persoonlijke of familiale voorgeschiedenis ‘van over tijd gaan’, maar meestal kan men daar zelf weinig aan doen.

Zijn er risico's voor de foetus?

Enerzijds is er een groep foetussen die het nog goed heeft in de baarmoeder en blijft groeien. In die groep zien we dan ook meer zware baby’s van meer dan 4 of 4,5 kg. Voor hem of haar is er niet meteen een probleem, maar de geboorte wordt er niet meteen gemakkelijker door. Een bevalling kan in deze omstandigheden langer duren, heeft een hoger risico op een moeilijke geboorte van de schouders, op trauma’s, op bloedverlies… 

Anderzijds bestaat er een groep, ongeveer één op vijf, die zich al een tijdje minder lekker voelt binnen de baarmoeder en liever geboren zou zijn. De placenta of moederkoek werkt door veroudering niet meer optimaal. De foetus vergt naarmate hij ouder wordt ook alsmaar meer zuurstof en voedingsstoffen. Er ontstaat met andere woorden een onevenwicht tussen vraag en aanbod. In plaats van nog te groeien, verouderen ze eerder. Ze zijn veeleer lang en mager, wat schraal, hebben geen beschermend wit huidsmeer op hun lossere huid, hebben lange nagels en meer haar.

Zoals een tuinslang gemakkelijker afklemt als de kraan dicht is, staat een minder goed bevloeide navelstreng met weinig druk meer bloot aan het risico van afklemming. Daardoor kan de foetus in acute nood komen. Soms uit zich dat door het lozen van de darminhoud (het meconium) in het vruchtwater, dat dan een groene kleur krijgt en tijdens de bevalling best niet ingeademd wordt. In erge, maar gelukkig uitzonderlijke gevallen, kan de foetus in de baarmoeder stikken, maar dat willen we uiteraard in de hoogste mate vermijden. 

Meer lezen over dit onderwerp?

Lees ook ons artikel 6 tips voor als je over tijd gaat.