Ontwikkelde de taal van onze dochter zich maar even vlot als haar talent voor eten...

Eten, “voor het vaderland weg”, dat is toevallig één van de talenten van mijn jongste dochter. Ze doet het graag, en veel, en met volle overgave (naast de overvolle lepels die heel vlotjes de weg van haar kommetje naar haar mond vinden). We zitten vaak met plezier naar haar te kijken, hoe ze smakelijk élke maaltijd naar binnen speelt. Haar oudere zus kan er wat van leren…

De gretigheid van het eten staat in schril contrast met haar taalontwikkeling. Het is zoeken naar wat ze bedoelt, wat ze wil zeggen, en vooral: wat ze wil eten. Had haar taalvermogen zich evenredig met haar tafeltalent ontwikkeld, we zaten met een spraakwaterval aan tafel. In tussentijd blijft het gissen geblazen… wàt wil ze nu in hémelsnaam op die boterham.

Eten, “voor het vaderland weg”, dat is toevallig één van de talenten van mijn jongste dochter. Ze doet het graag, en veel, en met volle overgave (naast de overvolle lepels die heel vlotjes de weg van haar kommetje naar haar mond vinden).

We zitten vaak met plezier naar haar te kijken, hoe ze smakelijk élke maaltijd naar binnen speelt. Haar oudere zus kan er wat van leren…

De gretigheid van het eten staat in schril contrast met haar taalontwikkeling. Het is zoeken naar wat ze bedoelt, wat ze wil zeggen, en vooral: wat ze wil eten. Had haar taalvermogen zich evenredig met haar tafeltalent ontwikkeld, we zaten met een spraakwaterval aan tafel. In tussentijd blijft het gissen geblazen… wàt wil ze nu in hémelsnaam op die boterham.

Supporter eerste klas

Vanmorgen verliep niet anders dan gewoonlijk. Ik begaf me rond een uur of 11 naar de keuken om er in korte tijd een gezonde maaltijd voor mezelf, een tweejarige en een 10-maander op tafel te toveren: kip met courgette en rijst. 

De koelkast ging open en supporter eerste klas (lees: de dochter die er als de kippen bij is als ik aan het koken sla) stond alweer vol bewondering de inhoud van het ding te bekijken. Ik toonde haar de courgette, benoemde het groene ding en hoopte dat ze het wou nazeggen. Ze bleef stug volhouden en zei telkens “appew” na. Na de tiende  poging gaf ze het op, riep dolenthousiast “daam”! (banaan, voor de geoefende peutertaalontcijferaar), nam een halve appel uit de koelkast en dartelde er vrolijk mee de keuken uit. Dat ze er vandoor was met die appel, daar zag ik weinig graten in.

Fruitweigeraar

Het is niet altijd zo gemakkelijk. Nu moet je weten dat diezelfde dochter, die altijd alles met smaak opeet, de afgelopen weken een afkeer ontwikkelde voor alles wat naar fruit smaakte. Ik gaf de strijd al op na het te proberen met stukken fruit, fruit met yoghurt, een portie fruitpap zoals van kleine broer, exotischer ‘nieuwer’ fruit,… en schotelde de laatste week alleen nog maar witte gesuikerde yoghurtjes voor. Deze speelde ze als vieruurtje wél smakelijk naar binnen.

Mijn man besloot afgelopen weekend nog een laatste truc uit de kast te halen en mengde wat fruitpap met de desbetreffende yoghurt… maar onze jongedame liet zich niet vangen en schoof het ding onherroepelijk opzij.

Schuimend sap op de kin

Diezelfde jongedame kwam even later doodleuk de keuken binnengelopen, met grote stukken appel knabbelend in haar mond,  de helft van die halve appel al verorberd en heerlijk schuimend sap op haar kin.  Hoezo, dat kind wil geen fruit meer eten…?! 

En dan die sprankelende ogen, wanneer ik in lachen uitbarst en onze gezonde “kip met courgette en rijst” op tafel zet… ik had hààr ter plekke wel kunnen opeten! Voor sommige dingen heb je eigenlijk geen woorden nodig...

- Ellen