Op weekend gaan met kinderen: heel tof, maar ook ... euh ... stressy

  • door Gastmama

We zijn er eventjes tussenuit met het gezin. Een dagje en een nachtje weg, kort maar krachtig. En ik moet zeggen: alleen al die kinderen in de auto krijgen en een klein beetje gerief inpakken blijft keer op keer een hele, euh, bevalling.

Foutje nummer 1: ‘Ik ga nog eventjes werken’

Het begint bij mezelf, de chaos, dat geef ik eerlijk toe. De wederhelft en ik spreken af dat we pas in de namiddag naar zee vertrekken, nadat de jongste haar middagdutje gedaan heeft. Great idea, dan heb ik nog wat tijd om te werken. Ik ben lang buiten strijd geweest, of zo goed als, en heb heel wat werk in te halen. Nu is het weekend geen ideale periode om dat te doen, toch zeker niet als je thuiswerkt, maar goed (lawàài dat die kinders kunnen maken, en het liefst van al in mama's bureau, joehoe!).

Natuurlijk is er zo veel werk dat ik al snel de tijd uit het oog verlies. ‘Ik ga nog vijf minuutjes werken en dan begin ik te rommelen hoor!’, zeg ik nog tegen de man. Jep. Kleine misschatting. Ik eindig uiteindelijk rond 16 uur in de zetel met de krant in mijn handen… Ik. Zie. Het. Niet. Meer. Zitten. Die verhuis. Alles samenrapen. De was nog opplooien. Moeten we nu nog vertrekken? Man toch. Thuis blijven is toch gezellig, niet? Komt er nog eens bij dat ik gisteren mijn enkel verstuikt heb dankzij mijn liefste kleinste dochter die zich loswrikkelde uit mijn armen toen we de straat wilden oversteken… Dat stapt dus niet al te gemakkelijk. Maar goed. Ik zie aan de ogen van mijn man dat hij het ook niet goed weet, dus raap ik mijn moed bijeen en begin ik rond te pikkelen. Hup hup, we gaan naar de zee! Joehoe! 

Foutje nummer 2: ‘We gaan niet veel meenemen hoor!’

Meestal weet ik na vijf minuten al hoe laat het is. We nemen ons elke keer voor om niet veel mee te nemen. En falen élke keer weer. Ik zie de blik van de echtgenoot dan langzaam verwilderen, en op een gegeven moment breekt er altijd complete paniek uit. ‘Dat komt hier niet goed!’ hoor ik hem mompelen.

Enfin, ik slaag er dan – gelukkig – altijd in om de gemoederen te bedaren (kindjes voor de tv zetten, de echtgenoot krijgt ook specifieke taken, namelijk de auto inladen en een beetje ijsberen ondertussen). Intussen zit de koffer weer afgeladen vol en parelt het zweet over mijn rug. Nu nog de kinders in de auto krijgen. Schoenen aandoen. Nee, niet dié schoenen, die andere! Nee, niet die muts, die andere! Doe eens die schoenen ààn! We gaan vandaag nog naar zee hoor, niet volgend jaar of zo!

Hoe dat nu toch mogelijk is voor maar één nachtje weg? Geen mens die het weet, maar ik kan alleen maar vaststellen dat het ons keer op keer overkomt. 

Foutje 3: Wel eten, maar geen drinken voorzien

En als we dan uiteindelijk allemaal in de auto zijn geraakt, zegt de jongste na welgeteld 1 seconde: ‘Ik heb doooorssssstt!’. Een beginnersfout, ik zou na al die jaren al beter moeten weten… Aan boterhammekes heb ik gedacht, maar niet aan drinken. ‘Nu ja’, zeg ik tegen mijn man, ‘zo ver is de zee nu toch niet? En als het echt niet gaat, dan kopen we onderweg wel iets.’

Maar ook daar maken we weer een denkfout. Ik zal je één ding zeggen: de zee, die kan soms héél ver liggen.

Een klein staaltje uit de conversatie onderweg:

Maar waarom zijn de lichten (op straat) uit?
Hoever is het nog?
Wanneer zijn we er?

Refrein: Ik heb zo dooorst!!
Papa: 'Weet je nog dat we langs hier geweest zijn om naar Brugge te rijden?' Antwoord dochter 1: 'Ja. En dan?' 

5 seconden later:
'Papaaaaa? Hoe ver is het nog? '

 

Nu ja, eind goed, al goed, elke keer weer. We zijn hier aangekomen in ons vakantiehuisje en zijn keicontent dat we er zijn. Als ik de blozende wangen van de oudste zie als ze met haar papa nog heel even naar de zee is gaan kijken, dan kan mijn geluk niet op en neem ik er die volksverhuis – verstuikte enkel of niet – héél graag bij.

Maar ik weet nog altijd niet hoe dat komt dat we het keer op keer zo onderschatten, op stap gaan met onze kroost...