Is speciaal onderwijs voor mijn kleuter een verstandige keuze?

Een paar dagen geleden was mijn vierjarig zoontje, Berre, zijn kleertjes aan het aandoen ’s morgens. Zijn onderhemdje had hij al aan. Zijn onderbroekje en sokjes ook. Maar met zijn broek en trui wachtte hij nog eventjes. Toen ik vroeg waarom, antwoordde hij “ik ben nog aan het wachten op mijn courage, mama”. Toen heb ik toch wel hard gelachen. Waar halen die kleine bengels het toch uit! Maar kort erna dacht ik meteen het volgende: “En ik ben aan het wachten op mijn courage om weer naar die school te gaan.”

Want in die dorpsschool van ons is het werkelijk alle dagen miserie. Ze weten daar gewoon niet hoe ze met ‘zorgkinderen’ om moeten gaan. Of willen het niet weten. Tout court. Dagelijks krijg ik er 2 preken te verwerken. Eén voor mijn oudste zoon. En de tweede voor mijn andere zoon. Als het even tegenzit, belt de directrice ’s avonds ook nog een keer. Maar wat lost dat op?

We hebben al zo vaak creatieve ideeën aangereikt om gedragsproblemen op school te verhelpen. Maar daar wordt niets mee gedaan. Het lijkt wel of ze hen liever een pilletje willen geven of in het gareel willen duwen. Wachten tot ze braafjes met de handen op de knieën aan tafel zitten. Sorry, maar dat werkt niet.

Psychologische piramide

Op de ADHD-cursus voor ouders leerden we over een soort psychologische piramide. Daarin bevestig je je kind zoveel mogelijk in zijn gewenst gedrag. Dat kunnen heel kleine dingetjes zijn. Sokjes mooi aangedaan vanmorgen? Prima! Flink het ontbijt opgegeten? Twee dikke duimen. Ik ben daar intens mee bezig. En ik moet zeggen: ’s morgens verloopt alles prima. Die routine doet hun goed. Maar zeker ook die positieve vibes, die kleine complimentjes. “Aha! Ik kan TOCH eens iets goeds doen.” Dat is voor dergelijke kinderen enorm belangrijk. Voor elk kind trouwens. Als die basis goed zit, kan je naar boven toe werken. Zo krijg je meer en meer gedaan.

Alleen loopt het telkens fout op school. Het rare is dat het enkel dáár zo fout loopt. Maar ja, als ik Berre naar zijn klasje breng, weet ik dikwijls al genoeg. Dan denk ik “ik ben eraan voor de moeite van de piramide.” Als hij goeiemorgen zegt tegen zijn juf, draait ze haar hoofd om zonder iets te zeggen. Ze zit daar dan. Op haar stoel, als een afstandelijke gendarme. Tja, wat verwacht je dan nog in de loop van de dag?

Berre heeft ook twee jaar school gelopen in België en daar knuffelde zijn juf hem iedere morgen. Er waren nooit incidenten. Toen hij van school wegging, huilde ze zelfs. En ik ook natuurlijk. DAT is je job doen met je hart. Voor zulke juffen heb ik eindeloos respect. Nu hoor ik van andere ouders ook “aan mijn kind heeft ze een hekel”. Maar hoe kan een juf nu een hekel hebben aan kleuters? Is het niet haar job om ieder kind te aanvaarden zoals het is?

“Als juf mij pijn doet, doe ik haar pijn terug”

Toen Berre nog maar net bij haar in de klas zat, kwam ze eens naar mij toe. To-táál over haar toeren. Want zo brutaal, op 4 jaar, neen, dat had ze nog nooit meegemaakt. Onderweg vroeg ik aan Berre wat er precies was gebeurd. Nu is Berre zo’n kind met het hart op de tong. Geen fantasie. Geen rare verhalen. Gewoon de waarheid. Zo ken ik hem. In tegenstelling tot mijn oudste zoontje, die best wat kan liegen en fantaseren. Berre zei “Mama, als juf mij pijn doet, doe ik haar pijn terug.” Ik dacht eerlijk gezegd dat ik het niet goed had verstaan. Dus ik ging op mijn knieën zitten en vroeg “Berre, wat vertel jij nu?” Hij herhaalde datzelfde zinnetje. Ik vroeg “Bedoel jij nu dat juf jou pijn heeft gedaan?” Hij knikte. Vervolgens vroeg ik om te doen wat zij had gedaan. En hij kneep keihard in mijn pols. En waarom? Omdat hij met de fiets niet op het gras mocht rijden. Dat was de ‘reden’.

Ik kan je verzekeren dat mijn hart plots wat sneller ging slaan. En dat mijn bloed kookte. Dat mijn zoontje niet de braafste van de klas is, dat weet ik ook wel. En ik ben niet te trots om dat toe te geven. Maar dit sloeg nergens op! We leven ook niet meer in de jaren ’50! En sinds wanneer mogen kinderen niet op gras rijden? Het was niet pas gezaaid! Het spreekt voor zich dat ik dit ging melden bij de directrice. De volgende dagen durfde zijn juf me niet meer aankijken. Dat sprak voor mij boekdelen. Ik wist dat Berre niet had gelogen. Een paar maanden later heeft ze me zelfs eens letterlijk het volgende gezegd. “Ik heb hem eens goed vastgepakt, dat hij weet wat dat is.

Blauw plekje op zijn kaak

Afgelopen week had Berre plots een blauwe plek op zijn kaak. Heel minuscuul. Amper een puntje groot. Ik vroeg van wat dat was. Hij wist het zelf niet. “Ik ben wild geweest, mama” zei hij. Maar op dat moment was hij niet druk. Het enige dat ik kon bedenken, was: onze nieuwe eettafel. Die is een pak breder dan de vorige, waardoor de kinderen zelf minder plek hebben in hun speelhoek. Iedereen moet opnieuw zijn draai weer vinden. En volgens mij is hij eens met zijn kaakje tegen die punt gelopen. Maar zeker weet ik dat ook niet. En ook: die twee bengels zijn zo druk dat ze heel frequent blauwe plekjes oplopen. Welke jongen heeft dat niet op die leeftijd?

Maar zijn juf stelde het toch meteen in vraag. Ze vroeg me uit. Ik moest het antwoord schuldig blijven. Maar ik voelde me wel persoonlijk aangesproken. Te meer omdat ze ook al eens in vraag had gesteld of Berre wel ontbijt kreeg ’s morgens. Omdat hij af en toe een glaasje water vroeg. De volgende dag hoorde ik dat ze ook mijn oudste zoon was komen uitvragen over die plek. Dat ging nu toch echt te ver! Zeker omdat ze verdorie zelf haar handen niet eens van kinderen kan houden!

De volgende dag ben ik ook meteen naar haar toegestapt om te zeggen dat ze niet moest denken dat het aan mij lag. “Ja, soms weet je beter van wat het is” antwoordde ze. Ik zei “niet van mij alleszins” en ik hoorde mezelf de uitleg doen over de eettafel. Weer dat verantwoorden. Waar ben ik eigenlijk mee bezig zeg! Later hoorde ik van andere mama’s dat ze mij op de speelplaats in een slecht daglicht had gezet. “Hij heeft een blauwe plek en die moeder weet ZOGEZEGD niet van wat”. Stel. Je. Voor.

Speciaal onderwijs?

Als ik de verhalen van school vertel, raden sommige mensen mij aan om te kiezen voor speciaal onderwijs. Wordt ook wel type onderwijs genoemd. Maar ik weet het niet. Later, in het beroepsleven zit je toch ook niet met allemaal gelijkaardige collega’s samen? En ligt het louter aan mijn kinderen? Is het op die school niet eerder een gebrek aan creativiteit? Hartelijkheid? Liefde?

Ik hou ook van jou, mama

Vanavond zag ik dat Berre zijn lievelingspinguïn vergeten was. Die waarvan ik de vleugels pas had genaaid. Ik kwam die bij hem in zijn bedje stoppen. Hij was blij verrast. Ik zei “Slaapwel liefje. Ik hou van jou.” “Ik hou ook van jou, mama” zei hij. Ook dat doet hij op 4 jaar.

Wat de school ook van hem zegt. Of wat andere ouders ook van mij denken. Mijn kinderen zijn voor mij perfect.