Waar let je pedagogisch gezien op bij het vinden van het perfecte cadeau?

Hij komt, hij komt… Jazeker, de Sint komt ook in dit gekke jaar waar alles anders lijkt en niets nog ‘normaal’ lijkt te lopen. Maar gelukkig verandert er niets aan de traditie van de chocolade mannetjes, de marsepein en natuurlijk … het speelgoed!  Ook dit jaar zal Sinterklaas op zoek gaan naar speelgoed om in onze bubbel te brengen. Maar toch lijkt het dit jaar niet evident. Hoe vind je immers je weg in dat online aanbod? Waar moet je op letten nu je het speelgoed niet meer vooraf zelf kan voelen of zien? Hoe koop je ook dit jaar het perfecte cadeau?  Pedagoge Nele De Ganseman zocht het voor ons uit en licht het toe vanuit de pedagogische insteek.

Het begint met ABC

Laten we al beginnen met het ‘perfecte’ cadeau. Dat bestaat natuurlijk niet, ook al willen we het wel zo graag ook dit jaar weer geven. We doen immers ook maar gewoon ons best om ‘goed genoeg’ te zijn als ouder, oma/opa, meter/peter of wat dan ook. Net zoals we dat altijd doen en dat de ene keer al wat beter lukt dan de andere keer. Niet elk cadeau zal dus even geslaagd zijn. Soms zal het dan ook even pijn doen als de pop of het autootje gewoon in de doos blijft zitten.

We kunnen wél proberen een zo goed mogelijk cadeau te geven en daarvoor kan de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan een uitgangspunt zijn. Je kan deze theorie ook eenvoudig het ABC-model noemen. Zo krijg je zicht op wat tot intrinsieke motivatie kan leiden. Hoe je met andere woorden kan inspelen op de basisbehoeftes van je kind om gemotiveerd te blijven. Hiervoor spelen autonomie (A), verbondenheid of betrokkenheid (B) en competentie (C) een rol.

Klinkt als pedagoochelarij? Dat is het niet als je het heel concreet maakt.

Autonomie ofwel ‘Ik kan het zelf’

“Mama, ik kan dat alleen” of “Zelf doen!” We hebben het allemaal al eens gehoord en hoewel het soms bijzonder lastig is om het los te laten, is het vaak ook heel mooi om te zien hoe je kind al iets zelfstandig kan. Je doet er niet alleen jezelf een cadeau mee (want geef toe, het is toch zalig om het even niet zelf te moeten doen) maar ook je kind.

Voor een kind is het immers heel belangrijk om zelfstandig of autonoom stappen te zetten. Denk aan de letterlijke eerste stapjes maar ook aan de spelletjes of activiteiten die het kind al zelfstandig kan. Het geeft voor hen zo veel voldoening, en voor ons het cadeau van het trotse snoetje te zien of zelf apetrots te zijn.

Durf je kind dus al een spelletje te geven dat die helemaal alleen kan. Een stapautootje waar die zelf achter kan lopen. Een bouwset met de juiste instructies. Een pop die die zelf kan aankleden. Je kind is even alleen bezig en hoera, jij hebt ook de tijd om even in je zetel te gaan zitten en … niets te doen!

Dit hoeft trouwens ook niet duur te zijn. Je kan bijvoorbeeld zelf een kookboek maken waarin je een aantal recepten neerschrijft waar je kind al aan kan meewerken. Niets zo goed voor het zelfvertrouwen dan gepromoveerd te worden tot chef-kok en mama of papa tot hulpkok. Op die manier kan een kind al heel veel zelf doen, maar voelt het ook de betrokkenheid en verbinding. En dat brengt ons bij het volgende puntje.

Betrokkenheid ofwel ‘Samen doen!’

Voor een kind is het heel erg belangrijk om zich verbonden te voelen met zijn of haar gezin en de mensen daarrond. Deze verbondenheid helpt een kind te ontwikkelen, doordat het een veilige haven voelt en zo kan groeien. Dit wordt ook de ‘normale gehechtheid’ genoemd, hoewel we intussen ook wel weten dat er vele varianten van ‘normaal’ bestaan en gehechtheid in vele gezinsvormen kan ontstaan.

Belangrijk is dat je je kind deze betrokkenheid en verbinding laat voelen. Dat kan je niet altijd forceren maar kan je wel aanmoedigen door bijvoorbeeld een gezamenlijke activiteit aan te bieden. Zeker nu we allen in ons kot zitten blijft “we spelen een spel vanavond” een heel fijn aanbod. Er zijn vele fijne gezelschapspelen, voor de allerkleinsten tot de 7-tot-77-jarigen, waarbij het plezier vooral schuilt in het samen rond de (salon)tafel zitten.

Je kan deze verbondenheid ook op andere manieren laten aanvoelen. Samen dingen doen creëert een band, zeker als je kind zo aanvoelt dat het iets deelt met de mama, papa of gezinslid. Het kan voor een kind zo veel betekenen als die aanvoelt dat hij of zij een talent of interesse heeft geërfd van zijn (groot)ouder. Samen gaan fietsen. Via skype met oma en opa naar muziek luisteren. Met grote broer een potje voetballen. Er is ongetwijfeld ook iets wat jullie samen leuk vinden. Daarvoor kan je uiteraard een fiets, een tablet of een bal kopen maar het kan ook goedkoper. Je kan bijvoorbeeld zelf een bonnenboekje van maken, waarin verschillende activiteitenbonnen inzitten, die het kind zelf mag inzetten. Veel kost dit niet, enkel wat enthousiasme om de bonnen mee uit te voeren…

Competentie of ‘Ik kan dat wel al!’

Voldoende vertrouwen op jezelf en op je eigen krachten. Voldoende zelfvertrouwen en weerbaarheid. Dat willen we onze kinderen zo graag meegeven. We willen immers graag dat ze geloven in zichzelf en in wat ze al kunnen.

Hiervoor is ‘competentie’ erg belangrijk, waarbij een kind het gevoel heeft dat het competent is en talenten bezit. Sommige kinderen hebben dit van nature, anderen moet je daar even in helpen. Belangrijk is dat je zelf ook gelooft dat je kind het kan en vertrouwen toont in zijn talenten. Je kiest daarom ook best speelgoed dat bij zijn of haar interesses aansluit. Dit zal nog meer uitdagen om ermee te spelen en er zijn of haar best voor te doen.

Je kan ook zorgen voor ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. Dit is een oude pedagogische theorie van Vygotsky maar nog steeds actueel. Het idee is immers dat je speelgoed kiest dat je kind nét nog niet kan, maar waarvan je vermoedt dat maar een extra duwtje nodig is om het toch te kunnen. Het zou immers niet de eerste keer zijn dat je kind je verbaast doordat die toch al binnen de lijntjes kan kleuren, kan puzzelen of een toren bouwen. Soms is het nodig om eerst even naast je kind te zitten, waarna het vertrokken is en op zijn of haar tempo kan verder werken.

Om af te ronden bieden we graag nog een laatste concrete tip aan waarin het ABC-model mooi samenkomt. Het talentenspel kan je gratis downloaden van de website en afprinten. Het kan alvast een fijne activiteit zijn met je kinderen om de kaartjes uit te knippen en te plastificeren. Deze kaartjes kan je dan omdraaien en er telkens eentje uit trekken waarbij je samen bepaalt wie dit talent heeft. Het is ook erg fijn dat je kind zo kan aanvoelen welke talenten hij of zij deelt met jou, waardoor de competenties nog meer in verbondenheid kunnen ervaren worden.

We wensen jullie heel veel spelplezier samen!