Waarom zijn (veel) kinderen zo vroeg wakker?

Het is een wonder der natuur: als ouder zou je maar wat graag uitslapen, maar de meeste kinderen lijken dat niet meteen nodig te vinden: hoe vroeger ze kunnen opstaan, hoe beter. Want, o ja, ochtendstond heeft naar het schijnt goud in de mond of zoiets... Hoe komt dat? Prof. Inge Glazemakers geeft uitleg in haar boek Slaap Zacht. 

Wisselwerking twee hormonen

Elke dag opnieuw groeit onze behoefte om 's avonds te slapen, doordat het hormoon melatonine toeneemt.

Elke nacht groeit onze behoefte om ’s ochtends op te staan, doordat het hormoon cortisol toeneemt.

De wisselwerking tussen die twee hormonen ligt aan de basis van ons 24-urenritme, dat maakt dat wij als mens een dag-nachtritme hebben. En op basis van dat ritme is ons hele leven georganiseerd: het bepaalt wanneer we honger krijgen, wanneer we moe worden en ons goed kunnen concentreren, maar ook wanneer we ’s ochtends wakker worden.

Baby’s ontwikkelen dit biologisch ritme al snel na hun geboorte, maar pas in de loop van de eerste levensjaren ontwikkelen ze een slaapritme dat steeds meer op dat van hun ouders gaat lijken. Ons slaappatroon is immers niet alleen biologisch, maar ook cultureel bepaald. Algemeen kun je zeggen dat mensen ’s nachts slapen, maar van welk uur tot welk uur heeft ook te maken met de sociale normen in een bepaalde regio. In Spanje of Indië slapen gezinnen bijvoorbeeld volgens een heel ander ritme dan in bij ons.

Voor vijf jaar geen tijdsbesef

De overgang van een natuurlijk naar een sociaal wenselijk slaappatroon verloopt niet altijd even vlot.

Kinderen hebben vóór de leeftijd van vijf jaar immers geen tijdsbesef. Ze worden op deze leeftijd ook echt wakker tussen slaapcycli door. Heel wat kinderen maken periodes door waarin het sociaal wenselijk ritme en het biologisch ritme niet op elkaar lijken te passen. Je ziet die mismatch niet zozeer ’s avonds, maar vooral ’s ochtends. Een kind dat niet is aangepast aan de sociale normen, staat op wanneer het voelt dat het genoeg geslapen heeft. Zo simpel is dat.

Het luistert naar zijn lichaam, niet naar de maatschappelijke norm. Pas na verloop van tijd begrijpt en aanvaardt het dat het zijn slaaptijd moet aanpassen aan de wensen van anderen. Al is het alleen maar om de dingen praktisch te organiseren. Alleen gaat die aanvaarding niet bij alle kinderen even vlot.

Wat de aanvaarding extra bemoeilijkt is dat het uur waarop ze moeten opstaan normaal gesproken redelijk stabiel blijft, terwijl de omgevingsfactoren veranderen. 

Winter-zomereffect

In de zomer moeten ze in bed blijven liggen terwijl de zon al schijnt, en tijdens de winter moeten ze uit bed als het buiten nog pikdonker is.

Door de week is het hele huis aan het bewegen als ze wakker worden, maar tijdens het weekend zijn mama of papa boos als ze te veel lawaai maken ’s ochtends.

Is het een probleem? Voor ouders – zeker als ze zelf avondmensen zijn – is het niet vanzelfsprekend om een Kind-wekker (een kind dat opstaat bij het krieken van de dag) in huis te hebben. Vooral tijdens het weekend slapen ouders graag wat langer, terwijl de Wekker ook dan onverbiddelijk is. Een kind dat veel te vroeg opstaat, je uit bed sleurt of het hele huis wakker maakt kan zwaar wegen op een gezin.

Vooral alleenstaande ouders, die niet kunnen afwisselen met hun partner en dus nooit eens kunnen uitslapen, kunnen het op termijn heel erg zwaar krijgen. Bij de Kind-wekker zelf is er meestal niet echt sprake van een probleem. Een kind dat vroeg opstaat, maar de rest van de dag vrolijk en actief is, staat voor zichzelf wellicht niet te vroeg op, ook al vinden zijn ouders het nog zo vervelend.

Ben je er zeker van dat je kind voldoende slaapt en verstoort hij de nachtrust van de andere huisgenoten niet, dan hoef je eigenlijk helemaal niet op te treden. In het ergste geval betekent het dat je zelf wat vroeger uit bed moet en je eigen slaapritme aan dat van je kind aanpast tot het oud genoeg is om ’s ochtends alleen te zijn.

slaap zacht

Uit Slaap zacht

Meer info over dit boek vind je hier