Wanneer ben je klaar voor (nog) een kind?

  • door Mamabaas

De keuze voor een kind, of voor nog een kind, is voor sommigen (of velen) onder ons niet snel gemaakt dezer dagen. En is er al een kindje, dan houdt de vraag 'willen we nog een kindje?' sommigen heel hard bezig. We schreven er in ons boek Mama worden een hoofdstuk over.

Gepland en verantwoord ouderschap

Twee of drie generaties terug was de vraag naar een juiste planning van kinderen niet relevant; je werd zwanger en daarmee was de kous af.

Maar sinds de komst van de pil wordt het ouderschap meer beschouwd als een geplande onderneming en valt vaak in één adem ook de term ‘verantwoord ouderschap’.

Zwanger worden is een keuze die je maakt, dus er wordt dan ook meteen verondersteld dat je de ‘goede’ keuze maakt en ‘op het juiste moment’ zwanger wordt, anders krijg je nog de uitspraak ‘Je hebt toch zelf kinderen gewild?’ naar je hoofd geslingerd als je toch durft te klagen. 

Vroeger hoefde je zo’n verantwoording niet af te leggen. Kinderen overkwamen je, op eender welk moment van je leven. En ook vandaag ‘overkomt’ een zwangerschap veel vrouwen en koppels. Het komt er dan elke keer op aan om plaats te maken in je leven voor de onverwachte gebeurtenis. Want of de zwangerschap nu gepland of ongepland was, het is telkens een beetje springen in het onbekende. Met andere woorden: het is er eigenlijk allemaal niet gemakkelijker op geworden om ouder te zijn, want als je het wordt, wordt meteen verondersteld dat je er helemaal klaar voor bent.

meisje met zwangere mama in keuken

‘Het juiste moment’ bestaat niet

We worden verondersteld om kinderen in ons leven in te plannen. Maar bestaat er zoiets als ‘een goed moment’ om aan kinderen te beginnen? De waarheid is: nee.

Dat ‘ideale’ moment bestaat niet. Wacht daar dan ook niet op. Er zullen altijd rationele argumenten zijn die je zullen tegenhouden: ‘Ik zit volop in een verbouwing’, ‘Ik wil nog meer carrière maken’. En misschien moet er helemaal geen ideaal moment zijn.

De ene krijgt, al dan niet gepland, op heel jonge leeftijd kinderen, terwijl de andere, omwille van omstandigheden of bewust, pas op latere leeftijd aan kinderen begint.

Iedereen vult het anders in

Eén ding is zeker: iedereen heeft een mening als het gaat over het krijgen van kinderen. En elk van die meningen is waardevol, want iedereen vult het ouderschap op zijn of haar manier in.

Voor de één is het allemaal a piece of cake (of zo lijkt het toch), voor de ander is het allemaal wat zwaarder. Wat het ouderschap concreet inhoudt, kan niemand je eigenlijk vertellen. Het ouderschap is uniek en wordt vormgegeven door de persoonlijkheid van de vader of moeder in kwestie.
 

Hoe laat je dat in hemelsnaam lukken?

Als je een paar vriendinnen met twee of drie kinderen in de weer ziet, dan denk je hoogstwaarschijnlijk: hoe kunnen zij dat nu allemaal tegelijk doen? Perfect begrijpelijke reactie. Eén ding mag duidelijk zijn: het klopt dat het leven mét kinderen er niet eenvoudiger op wordt. Er is je baan, er is je partner, er is je sociale leven. Een kindje erbij vergt met andere woorden compromissen en meestal cijfer je jezelf voor een stuk(je) weg, op de een of andere manier.

zwangere mama met zoontje en ijscrème

Wanneer ben je klaar voor nog een kind?

Hetzelfde kan gezegd worden over wanneer je juist klaar bent voor een tweede, derde… kind. Je kunt eigenlijk nooit van tevoren helemaal zeker zijn of nog een kind erbij een goed idee is of wanneer het moment daarvoor rijp is. Het komt erop aan om de pro’s en contra’s af te wegen en te kijken of je slotsom overwegend positief dan wel negatief is.

Daarbij luister je het best alleen naar jezelf, je partner en mensen uit je omgeving die je helemaal vertrouwt. Want net zoals veel mensen een mening zullen hebben over het moment waarop je kinderen krijgt, zullen ook veel mensen een mening hebben over het aantal kinderen dat je (gepland of ongepland) krijgt. Iemand die bewust voor een enig kind kiest zal evenveel kritiek krijgen als iemand die voor een derde of vierde zwangerschap kiest.

Wat speelt er mee in je keuze?

  1. Je beleving van je eerdere zwangerschappen zal ongetwijfeld je keuze voor nog een kind kleuren. Iemand die vrijwel vlekkeloze zwangerschappen achter de rug heeft zal sneller de stap voor nog een kind zetten dan iemand die maandenlang heeft moeten platliggen.
  2. Ook hoe je de tijd na je bevalling hebt ervaren zal zeker je keuze mee bepalen: iemand die een zware kraamtijd heeft gekend en/of met een postnatale depressie heeft gekampt, zal minder snel geneigd zijn om voor een groot gezin te gaan...
  3. Waarom en hoe je uiteindelijk beslist? Je doet dat vanuit dat grote verlangen naar een kind. Als je iets heel graag wilt, dan ben je bereid om daar veel voor ‘op te geven’.

Jij & je relatie

  1. Zwanger zijn doe je - op fysiek vlak - alleen. De keuze voor een kind, het zwanger worden op zich en de zwangerschap, dat is niet niets. Een kind maak je met zijn tweeën, maar een kind dragen doe je alleen. Natuurlijk probeer je er zoveel mogelijk je partner bij te betrekken en doet zijn/haar steun en liefde wonderen, maar vroeg of laat dringt het tot je door dat je deze klus (de zwangerschap that is), op lichamelijk vlak, toch voor het grootste deel alleen moet klaren. Het is wat het is.
  2. Het ouderschap creëert soms verschillen tussen partners. Een andere aanpak is daarom niet noodzakelijk slecht; als ouder heb je allebei een eigen rol te spelen. Kinderen verwachten niet dat je partner ook ‘mama’ zal zijn.

Ken jezelf: hoe ga je met stress of verandering om?

Het helpt wel om jezelf eens onder de loep te nemen en op voorhand je sterke en minder sterke kanten te durven inschatten. Ben je perfectionistisch van aard, dan is het belangrijk om te beseffen dat je met een baby in huis niet meer de controle over alles zult kunnen hebben; kinderen worden wel eens ziek en hebben een eigen willetje. Ben je eerder chaotisch van aard, dan kun je al eens gaan nadenken hoe je dat praktisch gaat aanpakken, met zo’n kindje erbij.

Veel hangt ook af van je copingstijl. Coping is de combinatie van hoe je verstand en emoties op een probleem of stress (een nieuwe situatie, een grote verandering, zoals het krijgen van een kind) reageren en hoe je je daardoor zult gedragen. In grote lijnen zijn er twee soorten copingstijlen: probleemgerichte of actieve coping en emotiegerichte of defensieve coping.

  1. Bij een actieve copingstijl pak je het probleem meteen aan of zoek je snel hulp. Als je baby huilt en je weet niet zeker wat er scheelt, dan zul je bijvoorbeeld snel geneigd zijn een oplossing te zoeken en naar de arts stappen. Het kan je dus in veel situaties helpen, maar in het kader van het moederschap kan het je soms ook blokkeren. Je hebt nu eenmaal geen vat op alles wat er gebeurt en leert met vallen en opstaan dat je soms iets moet loslaten. 
  2. Bij een passieve copinstijl zul je eerder de situatie ontkennen, vermijden, je emoties onderdrukken. Op korte termijn kan je dat soms wel weer helpen om negatieve emoties buiten de deur te houden, vooral als er niets aan het probleem te doen is. Op lange termijn kan het dan weer problemen veroorzaken. 

Het is bewezen dat mensen met een actieve coping zich zelfzekerder voelen en minder stress hebben, maar het positieve is dat het nooit te laat is om te leren je copingstrategie te veranderen!

Mama worden leer je met vallen en opstaan en de perfecte mama, die bestaat niet.
 

 

Mama Worden

Over ons boek Mama worden

Het eerste naslagwerk van eigen bodem over zwanger worden, zwangerschap, geboorte en kraamtijd, samengesteld door een team van specialisten onder leiding van prof. dr. Bernard Spitz (UZ Leuven) en Sofie Vanherpe (Mama Baas). Meer info op deze link.