Wat als je autopech hebt: 10 dingen die je moet weten

Alle automobilisten krijgen vroeg of laat weleens een lekke band of autopech, en dan is hij of zij maar beter voorbereid. Tenminste, dat ondervond ik toen het mij overkwam in het midden van een drukke autostrade op weg naar een leuke lunchafspraak met een vriendin. Voor de niet zo handige Harry's onder ons: 10 tips van een ervaringsdeskundige.

Alle automobilisten krijgen vroeg of laat weleens een lekke band of autopech, en dan is hij of zij maar beter voorbereid. Tenminste, dat ondervond ik toen het mij overkwam in het midden van een drukke autostrade op weg naar een leuke lunchafspraak met een vriendin. Voor de niet zo handige Harry's onder ons: 10 tips van een ervaringsdeskundige.

 

10 dingen die je moet weten bij autopech

  1. De pechverhelper in kwestie kan je moeilijke vragen stellen. Wat bijvoorbeeld je chassisnummer is. Ja hallo. Bij mij ging dat als volgt:

- ‘Ja mevrouw, en wat is uw chassisnummer?’

‘Aha, euhm, waar zou ik dat kunnen terugvinden, mijnheer?’

- 'Op uw inschrijvingsbewijs natuurlijk, mevrouw.'

(Ik hoorde de lichtjes geïrriteerde man nét niet denken: ‘Wéér een vrouwmens dat niet weet wat een chassisnummer is of waar dat staat!’). Met andere woorden: het is een aanrader om dat nummerding eens op voorhand op te zoeken op het roze inschrijvingsformulier. O ja, en je nummerplaat ken je ook maar best uit het hoofd.    

  1. Geduld is een schone deugd, zéker als je op de pechverhelping wacht. ‘Er komt zo snel mogelijk iemand om u te helpen, hoor, maar u mag toch rekenen op een wachttijd van 30 tot 45 minuten.’ Yeah right. Vermenigvuldig dat met twee, en dan zit je nog safe. 
     
  2. Het fluovestje en de gevarendriehoek zijn geen lelijke accessoires die je gewoon verplicht in je wagen moet hebben liggen, ze dienen in noodgevallen dus ook wel tot iets. ‘Je hebt je fluojasje toch al aan?’, aldus mijn lucide echtgenoot. ‘Jaha, no worries!’, antwoordde ik vlug, terwijl ik koortsachtig naar dat ding zocht. Ik, een vrouw van de wereld? Maar natuurlijk!
     
  3. In geval van nood zet je misschien ook het best eens je vier waarschuwingslichten aan. Ook dat is dus geen blingbling die je alleen aan het begin van een file eens moet aanzetten.
     
  4. Wachten op een autostrade kan een beetje dodelijk zijn, naar het schijnt, dus als het even kan, klauter je het best achter de vangrails. O ja, ter info: die dingen zijn echt hoger dan je denkt, dus als je een kort kleedje aan hebt, kan dat tot gênante situaties leiden (weet ik dus ook weer uit ondervinding).
     
  5. Voor reservewielen van bedenkelijke oorsprong die je worden aangeboden door overigens erg vriendelijke Oost-Europeanen bedank je het best gewoon vriendelijk maar kordaat. Eén uur en 301 voorbijrijdende auto’s later was de vriendelijke man trouwens de enige die de moeite deed om te stoppen en te vragen of alles goed was, dus mijn oprechte respect daarvoor.
     
  6. Je kunt je maar beter een beetje flexibel opstellen als de pechverlening je komt, euh, helpen. Om een lang verhaal kort te houden: de takelfirma van de pechverhelping die ik had opgebeld mocht niet takelen op het stuk van de weg waar ik stond, omdat dat toebehoorde tot het werkdomein van een andere takelfirma. Dus takelde die andere firma mijn auto naar het deel waar die ene firma weer mocht takelen. En daar kreeg ik te horen dat we nog een halfuur moesten rijden naar de garage om de reserveband op te leggen.
     
  7. Met andere woorden: zorg dat je altijd en overal een reserveband bij je hebt. Het kan je alleen al veel tijd uitsparen, want de pechverhelper in kwestie kan dan sneller aan de slag. En misschien kun je dan toch nog op tijd op je afspraak geraken... (Wat mij dus niet meer is gelukt...)  
     
  8. O ja, en het weetje van de dag: met een reserveband mag je maximaal 80 à 85 kilometer per uur rijden. Dat is angstaanjagend traag op een autostrade. Want werkelijk IEDEREEN steekt je dan voorbij, ook de vrachtwagens. Eén goede raad: héél luid vals zingen helpt om de zenuwen te verjagen en te doen alsof er niets aan de hand is.
     
  9. Kortom: je leert dus maar beter zelf een autoband vervangen. Op het einde van de dag bespaart je dat veel ellende.