Wat als je een miskraam hebt?

'Ik vrees dat ik geen goed nieuws heb.' Ik denk dat zo ongeveer de woorden van de gynaecologe waren nadat ze het kleverige goedje op mijn buik had gewreven en een paar minuten te lang het echografiescherm bestudeerd had. Dolenthousiast hadden mijn echtgenoot en ik naar deze tweede echo uitgekeken.

De eerste drie maanden bijna voorbij

Ik was ongeveer 12 à 13 weken ver van mijn eerste kindje en verkeerde in de veronderstelling dat alles prima verliep. Na de eerste 8 weken-echo hadden we het hartje van ons kindje gehoord en ons gestort op de literatuur... We wisten perfect hoeveel ons ‘scampitje’ elke week gemiddeld groeide en welke belangrijke ontwikkelingen er plaatsvonden. 

Mijn afspraken bij de gynaecologe stonden met stip genoteerd voor de komende maanden en we hadden zelfs al een crèche vastgelegd (want daar moest je toch vroeg aan beginnen?). We lazen er wekelijks de geboortesectie in de zondagskrant op na en wikten en wogen de meest zotte namen. Als het een jongen werd, dan hadden we al een paar hele goede kanshebbers; werd het een meisje, dan zaten we voorlopig nog met een probleem.

Mijn werkgever was ook al ingelicht, want ik reisde toen regelmatig voor mijn werk en mijn baas moest voldoende tijd krijgen om me te kunnen vervangen. 

Sakkeren op dat kleine buikje

Mijn buikje begon stilaan zichtbaar te worden en ik herinner me nog precies hoe ik er diezelfde ochtend op gesakkerd had, want het was toch wel een beetje vervelend dat het er ‘noch vis noch vlees’ uitzag; alsof ik gewoon een paar stevige kilo’s was aangekomen. Intussen vond ik niets leuks meer om aan te doen… Ik voel me nog bijna schuldig als ik aan dat moment terugdenk.

Ik weet nog dat ik het maar een beetje griezelig had gevonden dat de dokter bij de eerste afspraak had gezegd: ‘Alles ziet er heel goed uit, maar je weet dat het de eerste weken nog wat afwachten is.’ Haar woorden drongen toen amper tot ons door: we barstten van blijdschap en de hele wereld mocht het weten. Dat kindje maakte gewoon al heel snel deel uit van ons leven. Het is zoals Yevgueni het zo mooi zingt: ‘Onze kroost is onzichtbaar, maar ze rijden al mee.’

zeepbellen in de lucht

En toen kwam het verdriet

Maar op de dag van de tweede echo leek de grond van onder onze voeten weg te zakken. Het was misschien wel de eerste keer in mijn leven dat ik géén behoefte had om met iemand te spreken. Ik kon alleen maar voélen. Verdriet. En het verdriet van mijn man zien en voelen maakte het zo mogelijk nog erger, want dat wou ik helemaal kunnen wegnemen en dat kon ik niet.

Die grote leegte achteraf

Ik moest de volgende dag naar het ziekenhuis terugkeren voor een geplande curettage om zeker te zijn dat alles goed en gecontroleerd zou verlopen. Ik kan me nog altijd herinneren dat ik dat woord aan de balie moest uitspreken en dat de receptioniste me eerst niet verstond; ze herhaalde het woord veel te luid in de stille zaal. Vreemd hoe je je zoiets stoms herinnert. Maar wat ik me vooral nog herinner van die dag, is dat ik achteraf een hele grote leegte voelde. Ook al was ik de dag voordien erg opgelucht geweest dat het snel ‘achter de rug’ zou zijn: eens we wisten dat ons kindje er niet meer was, kon ik niet al te lang meer zo blijven rondlopen.

Opnieuw zwanger, maar niet zorgeloos

Blijkbaar gebeurt het niet zo vaak dat een lichaam de signalen van een miskraam niet herkend. Je kindje is er eigenlijk niet meer en toch lijkt alles oké. Of, tenminste, merk je niet meteen dat er iets aan de hand is. 

Misschien zou ik vandaag wél de signalen beter herkennen, nu ik al één keer het ongelooflijke geluk heb gehad om een gezond kindje op de wereld te hebben gezet. Maar toch zit de schrik er in, nu ik vandaag 9 weken zwanger ben. Ik geloof niet dat er veel vrouwen nog zorgeloos zwanger kunnen zijn na een miskraam. 

vrouw met handen op buik

Waarom kon ik mijn lichaam niet meer vertrouwen?

Bij mij veroorzaakte de miskraam een grote shock. Ik heb, denk ik, tot dan altijd het geluk gehad om niets ergs mee te maken. En nu had mijn vertrouwen in mijn eigen lichaam ineens een flinke deuk gekregen. Ik was er altijd rotsvast van overtuigd dat mijn lijf gemaakt was om te baren: ik had stevige heupen en een rubensiaanse boezem. Ik was nooit eens echt ziek, had altijd een gezonde blos… Dan kon ik toch alleen maar vruchtbaar zijn en een stevige kroost op de wereld zetten? Waarom overkwam dit me dan?

Ik was niet alleen

De dagen en weken nadien kreeg ik regelmatig verhalen te horen van vrouwen die ook een miskraam hadden gehad. Alsof ons verhaal andere verhalen losweekte. Ik was me er niet van bewust dat zo veel vrouwen en koppels ook dat verdriet moesten meemaken. 

Op de één of andere manier denk je dat je gewoon iemand ontmoet (dat loopt al niet noodzakelijk van een leien dakje!), je meteen zwanger wordt en een kindje krijgt. Maar zo eenvoudig is het niet, althans voor meer mensen dan je zou denken… En toen moest plots een heel dierbare vriendin afscheid nemen van haar kindje op 20 weken. Mijn hart brak voor haar. 

Gradaties van verdriet bestaan niet

Ik geloof dat het erg moeilijk is om te spreken over gradaties van verdriet. Ik had het bijvoorbeeld heel moeilijk om met de reacties van sommigen om te gaan en te aanhoren dat ‘het toch nog erg pril was’ en dat ‘ik toch nog zo veel kans had om opnieuw zwanger te worden.’

Veel uitspraken waren ongetwijfeld erg goed bedoeld, maar voor ons was het simpelweg heel zwaar om ze te plaatsen. Toch geloof ik dat het belangrijk is om te beseffen dat er nog andere mensen in je omgeving zijn die ook hartverscheurende dingen meemaken. Het helpt om je eigen verdriet een beetje te relativeren. Zelfs al slaagden we er pas een dikke twee jaar later in om zwanger te geraken van ons zoontje. Het was zwaar om zo lang te moeten wachten en te blijven hopen, om elke maand de moed opnieuw te verzamelen, telkens met altijd maar een beetje meer angst dat er misschien toch een ergens een probleem was. 

En toch kwam het voor ons goed, méér dan goed.

rug van vrouw

Zwanger van mijn tweede kindje

Ik zal deze ervaring nooit vergeten, maar ik kan ze nu wel plaatsen. Ik weet dat ons zoontje er alleen maar is omdat we zo lang hebben moeten wachten. Zo gaat dat nu eenmaal met alles in het leven, niet? A leidt tot B, elke kleine gebeurtenis heeft een gevolg. En mijn ‘kleine gebeurtenis’ maakt van mij de gelukkigste mama van de wereld. 

Nu ik zwanger ben van mijn tweede kindje sla ik af en toe wel volledig door. Dan zit ik me als een gekkin af te vragen of mijn borsten vandaag nog wel even gespannen staan als gisteren en of mijn buik wel degelijk opgezwollen is tegen het einde van de dag. Of dan moet ik mezelf bedwingen om niet online te gaan opzoeken met hoeveel percentage de kans op een miskraam daalt in de negende week. 

Ik ga zo blij zijn als ik ruim voorbij die eerste 12 weken zal geraken en, vooral, als ik ons kindje voel stampen. Vanaf dat moment ben ik pas écht beginnen genieten bij mijn vorige zwangerschap. En genieten was het! Het kon me geen bal schelen dat ik bijna 25 kg verdikte: ik was rond, gezond en blij. En genieten van dit kleine nieuwe wonder zal ik zeker opnieuw doen. Maar tot dan moet ik nog even geduld uitoefenen!