Zijn alle mama’s bang?

Ergens in alle verhalen die ik mijn hele leven lang gehoord heb over ‘mama worden’ en ‘mama zijn’ is mij iets cruciaals ontgaan. Er was mij gezegd dat het verrijkend zou zijn, vermoeiend, uitdagend, onthullend, confronterend en bevredigend. Dat is het ook allemaal. Maar dat het ook zo beangstigend zou zijn, dat had ik niet voorzien.

Dus vraag ik mij al geruime tijd af of dat enkel aan mij ligt. Tot voor drie jaar zou ik mijzelf nooit als ‘angstig’ of ‘ongerust’ hebben omschreven. Integendeel. Roekeloos soms. Impulsief zeker. Maar ‘angstig’? Neen.

Mama zijn = bang zijn?

Nu ben ik mama  en lijkt het alsof dat synoniemen zijn. Is ‘mama zijn’ gelijk aan ‘bang zijn’? Ik zeg bewust ‘mama-zijn’ omdat ik het gevoel heb dat mannen van nature zorgelozer en beheerster zijn. Of is dat seksistisch? Verander in dat geval hier iedere ‘mama’ gerust door ‘papa’. Maar ik wil dus weten of alle mama’s bang zijn, of het tijd is voor mij om in therapie te gaan.

Angsten in elke fase

Het begon al bij de babyfase. De dochter kon nog niet rollen, of ik was al ongerust dat haar eerste draai ’s nachts zou gebeuren en ze met haar neusje in de matras zou komen te liggen, waarna ze zou ontdekken dat ze nog niet genoeg nekspieren had om haar hoofd opzij te draaien. (Ik heb niet gezegd dat mijn angsten rationeel zijn). De dochter heeft dan ook lang bij ons op de kamer gelegen en ik heb lang slecht geslapen. 

Vervolgens begint de papjesfase. Baby’s die brokken leren eten zijn pure horror. Ze kokhalzen, lijken te stikken en lopen rood aan om dan doodkalm de brok uit te spuwen en gewoon weer van voor af aan te beginnen. Laat ik maar niet uitweiden over het ontdekken van de trap, het fornuis en de paddenstoelen in de tuin.

Twee jaar en veel angsten later was ik dus bang om haar naar school te sturen. De dochter is ondertussen een half jaar ouder, de moeder tien. Het dagelijkse gekrijs en paars aangelopen peutergezicht bewijzen dat mijn angst niet ongegrond was. Want de kandidaat-etterbakjes waar ik schrik voor had bestaan écht. Als je kind iedere dag thuiskomt met het (niet altijd fictieve verhaal) dat *Ewout haar weeral eens heeft geslaan, dan wil je Ewout zelf ook graag eens slaan. Ook al is hij dertig jaar jonger.

Mijn zogezegd ‘doodbraaf kind’ is in de klas écht doodbraaf. ‘Rustig’ en ‘teruggetrokken’ zelfs, volgens de juf. Daarvan breekt het angstzweet mij pas echt uit. Ik ken haar enkel als ‘losgeslagen’ en ‘extreem dominant’.

Dat sluimerend gevoel van onrust gaat nooit meer weg

Ja, ik weet ook wel dat dit allemaal van voorbijgaande aard is. Dra dartelt ze vrolijk over de speelplaats en zal ik heimwee hebben naar de tijd dat de juf haar van mijn been moest trekken. Maar ook al wordt ze ouder, ik vrees dat het sluimerende gevoel van onrust nooit meer weggaat. En daar was ik niet op voorbereid. Overal zie ik glurende kinderdieven, onoplettende bestuurders, levensgevaarlijke speeltuigen en potentiële pestkoppen.

Dus zeg mij, mama’s: is het echt zo dat je bij de bevalling voorgoed afscheid neemt van je zorgeloosheid?