Al drie jaar draait het bij ons rond hetzelfde: school vraagt om onze dochter te laten onderzoeken, en mijn man weigert. Hij is bang voor labels. Bang dat één woord op papier haar vastzet en dat mensen voortaan anders naar haar kijken. En eerlijk: ik snap die reflex. Je wil niet dat je kind in een hokje belandt omdat het even moeilijk loopt. Maar bij mij knaagt het.
Want het is niet “even” moeilijk.
School bracht het al aan in het eerste leerjaar: voorzichtig, als suggestie. In het tweede opnieuw. Nu zit ze in het derde, en het is al drie jaar een terugkerende vraag. Niet omdat ze lastig is, maar omdat ze blijft vastlopen.
Thuis zien we dat ook. Ze heeft concentratieproblemen. Ze is snel afgeleid, verstrooid, en bij toetsen lijkt het alsof de leerstof elke keer nieuw is. We studeren en herhalen, maar de dag erna kijkt ze naar de vragen alsof ze het nog nooit gezien heeft. En dan volgen de slechte punten.
Daar zit mijn angst: niet in een mogelijk label, maar in wat dit met haar doet. Want kinderen noemen dat geen “aandacht” of “verwerking”. Ze noemen het “ik ben dom” of “ik kan dit niet”. En als dat gevoel blijft terugkomen, verdwijnt zelfvertrouwen. Dan wordt school iets waar je bang van wordt.
Het wrange is: ook zonder test krijgt ze labels
Ik geloof dat mijn man haar wil beschermen, echt. Maar niet testen is ook een keuze: het houdt alles vaag. Voor school, voor ons, en vooral voor haar. En intussen staan wij als ouders steeds vaker tegenover elkaar, terwijl we eigenlijk hetzelfde willen: dat het beter gaat met ons kind.
Het wrange is: ook zonder test krijgt ze labels — alleen zijn het dan geen helpende. Dan wordt het “verstrooid”, “traag”, “lui”. Of erger: het label dat ze zichzelf geeft.
Ik weet niet wat een onderzoek oplevert. Misschien niets. Misschien eindelijk duidelijkheid. Maar ik weet wel dat het al lang geen theoretische discussie meer is. Het speelt elke dag mee. En waar mijn man bang is dat een test haar zal vastzetten, ben ik bang dat het uitstellen haar stilletjes breekt.
En als ik eerlijk ben: dat laatste zie ik al gebeuren.