Elk jaar opnieuw voel ik weerstand tegen de materialistische kant van de maand december
Elk jaar opnieuw voel ik dezelfde weerstand in mijn buik opkomen zodra de eerste sinterklaasliedjes in de supermarkt weerklinken. Niet omdat ik geen magie wil voor mijn kinderen – integendeel. Ik ben dol op die grote oogjes vol verwondering, de spanning bij het zetten van het schoentje en de blijdschap als de Sint dan écht langs is geweest. Maar ergens tussen dat pure kinderplezier en de realiteit van onze decembermaand, raak ik mezelf een beetje kwijt.
De speelgoedtsunami
Met Sinterklaas begint het. De berg cadeaus. Felix en Marie krijgen van ons iets kleins – iets waar ze echt mee spelen of dat ze nodig hebben. Maar dan is er ook nog oma hier en oma daar. Peter hier en meter daar. Iedereen vraagt:
“Heb je nog inspiratie voor hun verlanglijstje?”
En ik denk dan: moet er echt wéér een lijstje komen?
Natuurlijk bedoelt niemand het slecht. Het is een uiting van liefde, dus ik wil allesbehalve ondankbaar overkomen. Maar zoveel van dat speelgoed belandt na drie dagen werkloos in een hoekje, te wachten tot iemand zich er nog eens over ontfermt. Soms lijkt het alsof we verplicht worden om elk jaar een volledige speelkamer te vernieuwen.
Ik voel weerstand over al die "verplichte cadeautjes". Omdat ik weet dat het gewoon te veel is. Omdat ik het zo jammer vind dat onze maatschappij zo materialistisch is geworden. Omdat het allemaal rond hebben, hebben, hebben lijkt te draaien.
En eerlijk gezegd ook omdat het heel veel energie van mijzelf vraagt. Ik moet bij wijze van spreken bijna een Excel-file bijhouden met wat ze graag zouden willen en wie wat dan eventueel kan geven. En als ik er dan in geslaagd ben om dat huzarenstukje tot een goed einde te brengen en die puzzel gelegd is, loert kerst alweer om de hoek. Ik krijg niet eens de tijd om de lege dozen van Sinterklaas naar het containterpark te brengen, of daar worden de vólgende vragen om wat inspiratie alweer op mij afgevuurd. Het is om doodmoe van te worden en ik krijg het er eerlijk gezegd benauwd van.
Het gevoel dat het ergens fout loopt
Hoe meer dozen en pakketjes zich opstapelen, hoe misselijker ik word van het idee dat december zó materialistisch is geworden. Alsof we vergeten zijn waar het eigenlijk om draait: samenzijn. Rust. Warmte. Tijd voor elkaar.
Ik kijk soms rond op zo’n familiefeest en denk: Is dit het? Gigantische stapels geschenken, stress omdat we op tijd op het volgende adres moeten zijn, kinderen die van prikkel naar prikkel hollen… En aan het einde van de dag zitten we allemaal uitgeput in de auto naar huis.
Waar ik eigenlijk naar verlang
Als het aan mij lag, zouden we het helemaal anders doen.
Ik zie mezelf al zitten: in mijn pyjama, thuis, rustig ontbijten terwijl de kinderen nog half slaperig in hun onesie de living binnen sloffen. Een paar kleine, betekenisvolle dingen. Iets dat ze écht willen of nodig hebben. Een boek misschien. Een puzzel. Iets om samen te doen.
Geen volle agenda. Geen toertjes van hier naar daar. Geen dwingende verwachting dat iedereen weer met een groot pakket moet aankomen. Gewoon… ons. Zonder druk, zonder strik eromheen.
Misschien wil ik gewoon minder, om meer te kunnen voelen
Ik denk dat ik soms verlang naar eenvoud omdat ik voel dat die overvloed me afleidt van wat ik écht belangrijk vind: genieten van mijn kinderen. Van hun enthousiasme, hun onschuld, hun kleine gelukjes die helemaal niet afhankelijk zijn van de zoveelste doos speelgoed.
Misschien ben ik ouderwets. Misschien romantiseer ik het te veel. Maar ergens weet ik: als we de druk van december een beetje kunnen temperen, blijft er veel meer ruimte over voor waar deze maand rond zou moeten draaien: warmte, gezelligheid en in essentie: samen zijn

