Kinderpsychiater Peter Adriaenssens: “Dat preken… ga dan maar zelf efkes in den hoek staan.”
28/01/2026
Door Mamabaas
Je kent het wel. Je kind doet iets dat niet kan. Jij grijpt in. Je zet je kind even apart. En zodra het stil wordt, begint het… Of beter gezegd: jij begint. Niet één zin. Maar een uitleg. Een hele uitleg. Met argumenten. Met “ik heb dat al gezegd”. Met “hoe zou jij dat vinden”. Kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens is er geen fan van.
Het glijdt er toch vanaf
Maar: hij begrijpt wel waarom je het doet. “Na dagen hetzelfde gedoe denk je: heeft die het nu nog niet door? En dan voel je jezelf bitter worden, en ga je, na de interventie, nog eens beginnen.” Maar, zegt hij: hou dat vooral voor jezelf. “Ga zelf efkes in den hoek staan.”
Aha, juist, ja :-).
Die lange preek is meestal niet voor je kind. Je kind heeft er op dat moment gewoon weinig aan. Wat wel blijft hangen? Niet jouw betoog. Wel alles errond.
Adriaenssens is ervan overtuigd: kinderen voelen hun ouders meteen aan. “Ieder kind dat thuiskomt bij zijn ouders, die weet onmiddellijk wat de temperatuur is.”
Temperatuur dus. Toon. Gezicht. Dat komt binnen. De rest glijdt er vaak af.
Minder woorden, meer intonatie
Zijn advies is eenvoudig: Hou. Het. kort.
“Het belangrijkst is om heel eenvoudige taal te gebruiken. Korte taal.”
En hij bedoelt dat ook letterlijk. Zinnen zoals: “Nee, dat doen we niet. Niet bijten. … Kom nu hier. Nu gaan we slapen.” Korte zinnen. Duidelijke zinnen.
Zelfs bij iets als bijten draait het niet om uitleg, maar om het verschil dat je laat horen:
“Je moet wel duidelijk in je stem laten horen: ‘Wat is dat hier? Dat doen we niet hoor.’ Dat verschil in intonatie.” Kort. Duidelijk. Toon en gezicht. De rest is vaak vooral voor de volwassene.
Dus, je weet het, als je toch weer voelt dat je een monoloog gaat starten? Dan heb je je geheugensteun al: “Ga zelf efkes in den hoek staan.”