Hoe ontwikkelt de spraak bij mijn kleuter?

Taal is een complex fenomeen en toch leren de meeste kinderen vrijwel zonder al te veel problemen op een paar jaar tijd hun moedertaal spreken. Hoe ontwikkelt spraak zich bij een kleuter? Logopediste Nele legt uit.

Hij/zij heeft al de eerste en tweede fase achter de rug (lees meer in dit artikel over taalontwikkeling bij baby en peuter), nu volgt de derde en vierde fase. Logopediste Nele legt uit.

Fase 3: kleutertijd

Je kind leert nu de meeste klanken correct uitspreken. Hier en daar kunnen lastige medeklinkers zoals de r en en de s, of medeklinkercombinaties zoals gr of sch nog wat voor moeilijkheden zorgen, en sommige moeilijke woorden worden vereenvoudigd, maar over het algemeen is een kind vlot verstaanbaar tegen de leeftijd van 4,5 jaar. Bovendien breidt de woordenschat enorm uit en je kleuter leert heel wat nieuwe woordsoorten zoals voorzetsels, voornaamwoorden ... 

  • Rond 3 jaar: In deze fase zegt je kleine babbelaar ook vaarwel aan de telegramstijl. Welkom echte volzinnen, met een correcte woordvolgorde! Werkwoorden worden vervoegd, in verschillende tijden, en naamwoorden verbuigd (meervouden, verkleinwoorden). Tweejarigen hebben een gemiddelde uitingslengte van twee woorden, terwijl dit voor driejarigen gemiddeld drie tot vijf woorden is. Rond hun 3 jaar proberen kinderen ook hun eerste samengestelde zinnen te maken, al gaat het vooral om nevenschikkingen: twee korte zinnen die ze aan elkaar rijgen met het voegwoord en.  
  • Rond 4 jaar: Vierjarigen gebruiken gemiddeld vier tot vijf woorden per zin, maar na de leeftijd van 4, kan de gemiddelde lengte van de uiting sterk verschillen van kind tot kind. Vanaf dan is vooral de complexiteit van de zin een maatstaf voor de verdere ontwikkeling. Rond die leeftijd vormen kinderen ook ondergeschikte zinnen, waarbij de ene zin (bijzin) een onderdeel is van de andere zin (hoofdzin). Het werkwoord zetten ze wel nog vaak op de verkeerde plaats en de voegwoorden staan ook niet altijd waar ze horen – ach, dat overkomt ons ook al eens … zo wanneer de vermoeidheid toeslaat bijvoorbeeld.
  • Ten slotte begint je kind te praten buiten het hier en nu en de verhalen en conversaties krijgen een duidelijkere structuur. Je kind zal rond de leeftijd van 4 ook beginnen nadenken over taal: het ‘speelt’ met taal door te rijmen, mopjes te vertellen ... Deze fase wordt de differentiatiefase genoemd. 

Fase 4: einde van de kleuterschool

Je kind bereikt stilaan de voltooiingsfase. Voor de mondelinge taal komen er geen nieuwe aspecten meer aan bod komen. Wel zal je kind zijn mondelinge taalvaardigheden nog bijschaven en er komt weer iets anders aan: de schriftelijke taalontwikkeling. Je zoon of dochter leert lezen, waardoor zijn mondelinge taalgebruik verder evolueert.

  • Op de leeftijd van 6 jaar begrijpt een kind zo’n 6000 tot 8000 woorden en kan het zo’n 3000 tot 4000 woorden zelf actief gebruiken. Wist je trouwens dat de passieve woordenschat naar schatting met 3000 woorden per jaar aangroeit? En de actieve woordenschat met 1000 woorden per jaar. Je kind leert zich ook alsmaar beter verplaatsen in andere personen. Daardoor wordt het beter in het vertellen van verhalen en het kan zijn taal ook aanpassen aan de luisteraar.
  • Op de leeftijd van 7 jaar begrijpen kinderen al wat beeldspraak, maar het duurt tot de leeftijd van ongeveer 10 jaar voordat ze dit zelf gaan toepassen. Rond die leeftijd stelt men dat kinderen hun moedertaal volledig beheersen, al  blijft de taalinhoud levenslang evolueren (en kan dit sterk verschillen van persoon tot persoon).