5 redenen waarom een doordeweekse ochtend een beetje uitdagend kan zijn

Je hebt van die ochtenden waarop alles vlotjes gaat. Nu ja, toch ongeveer zo. En dan zijn er bij waarop je denkt: aaaaargghhhh, kunnen we niet allemaal gewoon beter in bed kruipen en zo lang mogelijk niet meer bewegen? Een klein overzicht…

Van nachtelijke escapades tot ruzie: een overzicht

  1. Nachtelijke escapades. Midden in de nacht. Het licht is ineens aan in de badkamer. Dat zal dus de jongste geweest zijn. Mompel mompel.
  2. Ochtendlijke klimpartijen. Een beetje later. Ik lig heerlijk diep in slaap. Tot ik gestommel hoor. De wederhelft is verdwenen naar één van de kinderkamers. Hij komt terug, sakkerend en mompelend: ‘Nu zat die toch wel niet op die kast zeker?’ Ik geloof dat hij de jongste bedoelde. Ik tuimel terug in mijn – o zo zeldzame en daarom extra welkome – diepe slaap.
  3. Veel te zware onderwerpen op een veel te vroeg uur. De jongste hoest. We staan dan maar op. Nu ja, ik loop eigenlijk nog wat te slapen. De wederhelft komt binnen in de badkamer. Of ik toch zeker nooit de ramen helemaal ga laten openstaan als de kindjes thuis zijn en of ik ze wil kantelen in de toekomst, want veel kinderen verongelukken door voor hun hor te gaan zitten en er door te vallen… Euh, slik… ‘Ja ja, natuurlijk!’, zeg ik terwijl ik de shampoo uit mijn oren en het beeld van één van de kinderen die naar beneden valt van mijn netvlies probeer te krijgen.
  4. Knutselpartijen op een veel te vroeg uur. In een veel te onhandige positie. Ik sta namelijk kletsnat in de badkamer. De jongste komt binnen. Ik moet NU iets knippen. NU. Wat zeg ik: het had natuurlijk al làng gebeurd moeten zijn. Jezus moedre! Ik sta daar met een plastieken schaartje iets te knippen, waarom, dat weet ik niet. Ik krijg het koud, maar het kind verhit, want: het gebeurt niet snel genoeg. Help.
  5. Ruzie. Het wordt stilletjes aan duidelijk dat de jongste niet genoeg heeft geslapen. Na het ontbijt is het oorlog tussen de twee kleine vrouwen in huis. Want: de oudste zegt dat dat knipboekje van haar is, en niet van haar zus… Die daar dus al dingetjes uit heeft geknipt. En ik ook, op haar bevel.
    Denk na, moeder, denk na. Bewaar je kalmte, ken je eigen krachten. Weet: je hebt nog maar 1 koffie binnen. Dan kun je nog niet wat je kunt als je 2 koffies hebt gedronken.
    Ik kom tussen en probeer even de situatie wat te ontmijnen. ‘Oké oké, waar heb je dit boekje gevonden’, vraag ik op rechercheurstoon aan de jongste. ‘Beneneeeu (lees: beneden).’ Juist, op neutraal terrein dus. Damnit. ‘Maarrrr ik zie hier dat de letter ‘r’ wordt geoefend. Dat wil zeggen dat dat materiaal is van het eerste leerjaar. Heb jij al in het eerste leerjaar gezeten kindeken? Nee, ik dacht het niet… Dus het zal toch wel van je zus zijn…’ ‘Ja maarrrrrr!’ De jongste barst uit in een weeklacht van formaat… Dat ze toch een boekje moet hebben… Snif snif… Hoest hoest… Ik denk bij mezelf: jawadde, wanneer is het nu alweer tijd om te gaan slapen?

Olé, dat het winter is

Uiteindelijk zijn ze deze ochtend op tijd de deur uit geraakt. Maar ik kan nu al dit voorspellen:

  • kindje 2 zit op het randje van ziek worden.
  • En heeft te weinig geslapen.
  • En ik ga vanavond nog naar de kapper met die twee. Om 17 uur.

Dat wil zeggen dat we rond 18 uur ongeveer alle drie zullen liggen huilen in ons zeteltje van de vermoeidheid. En dat er boterhammekes met choco zullen worden gegeten om ons te troosten. Dat het putteke winter is, olé olé!

Ik denk dat ik nog een koffietje ga drinken... :-)