‘Tante Lies woont in de grootste stad van de hele wereld’

  • door Mama

Terwijl we Rotterdam binnenrijden zegt de één:
'Tante Lies woont in de grootste stad van de hele wereld'
en de ander:
‘Wat een rare kerk mama’
Dat is een moskee jongen.
‘En wat heeft die vrouw op haar hoofd?’
Dat is een hoofddoek.

Vanaf dan valt vooral dat hem op,
meer hoofddoeken dan hij 
in zijn korte en kleine
Brugse leventje ooit zag.
‘Ik zie er nog één, en nóg eentje!’
Soms fluisterend, 
soms net iets te hard en 
met een begeleidend vingertje
in de richting van de draagster: ‘Daar mama!’
Of ik ook graag zo’n doek wil?
en of jongens dat dan ook hebben?
Even later, 
als een puber op zijn fiets voorbijrijdt
met een muts tot ver over zijn oren getrokken:
‘Zie je wel mama, jongens mogen ook zo’n doek.’

Aangekomen bij het huis van tante Lies,
elk met een koffertje in hun hand,
gaan we met de lift naar boven.
Een belangrijk moment voor duidelijke afspraken 
over wie wanneer op welke knop mag duwen
en wie wanneer op het stoeltje mag zitten.
‘Klap-stoel’, ik spring eraf en klap’

En als ik in een onoplettend,
handen en hoofd vol met planning en koffers,
moment
de onvergeeflijke fout maak
zelf op de knop te duwen,
kijken ze me beiden vol ongeloof 
en ontzet aan.
En duurt het een paar seconden
(net als die korte verbaasde stilte als ze zich pijn doen)
voor ze het op een brullen zetten.
Zodat er niks anders op zit
dan via 0 
weer naar verdieping 8 en
zo naar begane grond te gaan.
Eenmaal de fout hersteld
pakken ze hun koffertje weer op
en stappen met een diepe zucht
de wereld in.

En ik,
ik stap bedeesd 
achter deze twee kleine
leidertjes aan.
En neem me voor
bij de volgende
kleine of
grote fout die ik maak
te overwegen om even terug te gaan
en het nog eens te doen.
Hopend
op dezelfde zucht
van juistheid
en voldoening
voor ik verder ga.