20 dingen die je kan zeggen of doen als je kind een driftbui heeft

  • door Mamabaas

Elke ouder heeft het weleens meegemaakt: zoon- of dochterlief is niet tevreden met de gang van zaken en krijgt een gigantische driftbui. Liefst op een moment waarop je gehaast bent, en liefst op een plek waarbij er een hele horde publiek op staat te kijken. Ook al hoop je iedere keer dat je miraculeus door de grond kan verdwijnen, dat is voorlopig toch niet echt de oplossing gebleken. Maar wat kan je wel zeggen of doen om je kind te helpen?

Driftbuien zijn het gevolg van een kinderbrein dat overbelast is. Een kind kan zijn overweldigende gevoelens niet beheersen of duidelijk communiceren. De aanleiding kan iets triviaals zijn in onze ogen, maar het is meestal niet zo dat een kind met opzet een driftbui krijgt  om ons te manipuleren.

Een driftbui negeren of bestraffen is geen goed idee. Het helpt een kind namelijk niet om te leren hoe hij moet omgaan met die overweldigende emoties, en het leert een kind niet om op gepaste wijze te vragen wat het wil of nodig heeft.

In de perfecte wereld kunnen we driftbuien voorkomen, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat een kind niet hongerig of oververmoeid raakt of door voldoende aandacht te schenken.

Maar de perfecte wereld bestaat natuurlijk niet, en je kan niet alle mogelijke triggers uitschakelen, hoezeer je dat ook zou willen.  Hoe kan je dus best reageren als je kind een driftbui krijgt?

Het ene kind is het andere kind niet, dus gebruik de tips die je het meest gepast lijken voor jouw kind.

Voordat de boel helemaal ontploft …

Als je merkt dat het begint fout te lopen en kan tussenkomen voordat het helemaal uit de hand loopt, dan heb je een grotere kans om een impact te hebben op de situatie.

  1. Blijf kalm (ha!). Ik weet het, het is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar probeer echt een manier te vinden om kalm te blijven. Kinderen nemen instinctief jouw emoties over. Door kalm te blijven kan je voorkomen dat de boel escaleert. Bovendien toon je op die manier dat je rustig kan blijven in moeilijke omstandigheden.
  2. Zet je op hetzelfde niveau als je kind. Kijk niet neer op je kind, maar ga op de grond zitten en praat vanop ooghoogte tegen je kind.
  3. Praat traag en met lage stem. Door traag en met lage stem te spreken, klink je alsof je rustig bent en alles onder controle hebt. Ook als dat niet zo is.
  4. Zeg wat je ziet. Hou het simpel en blijf bij de feiten. “Je weent en je bent boos en je wil schoppen. Je wil niet vertrekken.”
  5. Breng de gevoelens onder woorden. “Je zou graag willen blijven, maar dat is niet mogelijk en dus word je boos”.
  6. Leef mee. Laat je kind weten dat je hem/haar begrijpt. “Het is moeilijk om die boosheid te beheersen”.
  7. Probeer een paar fysieke technieken om je kind tot rust te brengen. Zo kan je een paar ademoefeningen uitproberen, of je kind knuffelen of heel dicht vasthouden. Als je kind het toelaat kan je het ook over de rug strelen.
  8. Geef je kind iets te eten of te drinken. Als je kind ‘hangry’ is, zal de situatie er niet op verbeteren. Door iets te eten of te drinken te geven kan je bovendien even de negatieve spiraal onderbreken, waardoor je kind opnieuw vat krijgt op de situatie.
  9. Speel wat rustige muziek.
  10. Bied je kind een andere manier om de frustraties te uiten. Stel voor om op een kussen te slaan, de vuisten te ballen of een rondje heel snel te lopen.
  11. Maak gebruik van een ‘kalmeerruimte’.  Als je thuis bent kan je een kalmeerruimte inrichten waar je kind even tot rust kan komen.

Wanneer je kind alle controle kwijt is…

Soms kan je alles proberen, maar zijn die overweldigende gevoelens gewoon té groot en is er geen houden aan.

  1. Doe al het nodige om kalm te blijven. Adem diep in, verlaat even de kamer tot je weer rustig bent, herhaal in jezelf dat ook dit voorbij gaat, herinner jezelf eraan dat het niet persoonlijk is.
  2. Geef je kind wat ruimte, maar blijf in de buurt. Zorg dat je niet geraakt kan worden door rondzwierende armen of schoppende voeten, maar probeer dichtbij te blijven als dat mogelijk is.
  3. Herinner je kind eraan dat je het graag ziet. Zeg dat je hem/haar graag ziet, onvoorwaardelijk, en dat je in de buurt bent als hij/zij je nodig heeft.
  4. Creëer een veilige ruimte en geef je kind de tijd. Dat kan betekenen dat je even weggaat uit een openbare ruimte (door bijvoorbeeld de winkel te verlaten). Of als je thuis bent kan het betekenen dat je aan de broers/zussen vraagt om je kind wat ruimte te geven tot de driftbui overgaat.
  5. Wacht tot het overgaat. Soms zit er niets anders op dan te wachten tot het overgaat.

En na de driftbui?

  1. Praat nog even met je kind. Breng de gevoelens van je kind onder woorden en troost je kind.
  2. Moedig je kind aan om frustraties en gevoelens te uiten.
  3. Herinner je kind nogmaals aan het feit dat je het graag ziet, wat er ook gebeurt.
  4. Eet een stukje chocolade. Dit heb je ook weer doorstaan, oef!

 

Bron: Picklebums