6 tips om niet gek te worden als werkende mama

  • door Mamabaas

Mijn taken als mama combineren met een carrière, dat gaat niet (altijd) van een leien dakje. Soms ben ik compleet buiten adem: achter de kinderen lopen in een poging ze klaar te maken en op tijd naar school te brengen ’s morgens, rondhollen op het werk, boodschappen doen en me terug naar huis haasten om ’s avonds voor de kinderen te zorgen en het huishouden draaiende te houden. Je zou voor minder naar adem happen.

Het lijkt wel alsof ik me constant loop op te jagen in de hoop ooit 'klaar' te raken. Maar eigenlijk loop ik op een loopband en geraak ik nergens. Laat staan dat ik ooit alle taken 'klaar' zou hebben. Om niet helemaal te beginnen hyperventileren en panikeren, heb ik ondertussen een aantal strategieën uitgewerkt die me toch een beetje ademruimte geven. Overlevingsstrategieën zou je ze zelfs kunnen noemen.

1. Ik bepaal zelf wat absoluut noodzakelijk is

Over bepaalde taken in huis valt er niet te onderhandelen, ik weet dat ik ze MOET doen. Rekeningen betalen bijvoorbeeld, of zorgen dat mijn kinderen te eten hebben. Die taken zijn noodzakelijk (en anders zou de deurwaarder of de kinderbescherming me ook wel weten te vinden, wat niet de bedoeling kan zijn ).

Maar andere activiteiten zijn eigenlijk niet levensnoodzakelijk. Dat de kleren van de kinderen perfect opgevouwen in de kast liggen, dat is alleen omdat ik lichtjes neurotisch ben en het zo wil. Maar écht broodnodig is dat niet.

Zodra ik dat verschil doorhad, ben ik me beginnen focussen op wat echt belangrijk is. Ik kan nu eenmaal niet dagelijks álle taken uitvoeren, en dus bekijk ik elke dag wat ik op dat moment het dringendst vind. De rest kan wachten.  Pas op, het is niet dat ik het niet leuk vind als alles perfect, schoon en opgeruimd is. Maar het gevoel dat ik dat allemaal dagelijks MOET doen geeft me alleen maar meer stress, vermoeidheid en teleurstelling omdat het alweer niet gelukt is.

En dus bekijk ik elke dag of er ook tijd en ruimte is voor een niet-noodzakelijke taak en wissel ik die af. De ene keer is dat stofzuigen, de andere keer is dat de was opplooien, en nog een andere dag ben ik al heel tevreden als ik alle broodnodige taken heb kunnen doen.
En ook al zou ik eigenlijk willen dat de vloer elke dag proper ligt en dat de wasmanden niet uitpuilen, toch geeft het me meer ademruimte om soms ook eens de boel de boel te laten.

2. Ik plan tijd om dingen te doen die me gelukkig maken

Dit is mijn leven, toch? En ik heb er, voor zover ik weet, maar eentje. Als ouder moet ik uiteraard opofferingen maken, maar dat betekent niet dat ik afscheid moet nemen van alles wat ik leuk vind. Het is toegelaten om blij te worden omwille van iets anders dan mijn kinderen. En zij verdienen het ook om te zien dat ik dat kan.

Als werkende mama wil ik mijn vrije momenten niet verspillen aan NIET doen wat ik leuk vind. Ik lig niet wakker van wat hip en cool is (alsof ik daar tijd voor heb!). Mijn hobby’s maken me gelukkig en houden me mentaal gezond (zo ongeveer toch). Soms heb ik het gevoel dat ik er helemaal geen tijd voor heb, maar dat is net de reden waarom ik die momenten zorgvuldig inplan. En dus wordt er in mijn agenda al eens een halfuurtje uitgetrokken om een glas wijn te drinken en een ontspannend boek te lezen. Of om te gaan sporten, of bij te praten met een vriendin. En dat allemaal onder de noemer “zorg voor jezelf”.

3. Ik bekijk wat ik kan schrappen

Om de zoveel tijd bekijk ik mijn productiviteit en mijn stressniveau. Als ik voel dat ik op de toppen van mijn tenen aan het lopen ben, dan bekijk ik alles wat er op mijn to do staat. Is er een vereniging waar ik kan uitstappen, of een taak die ik minder vaak kan uitvoeren? Een activiteit die ik kan schrappen? Het is niet omdat ik ooit in de ouderraad zat, dat ik dat daarom eeuwig moet blijven doen.

Ik heb ook geleerd om daarbij geen uitleg te moeten geven. Ik kan nu makkelijk zeggen “ik vond x, y en z best leuk, maar ik wil mijn tijd en energie nu in andere zaken steken”. Klaar. Niet iedereen hoeft te weten dat ik meer tijd wil voor dat glas wijn en dat boek!

4. Ik doe minder bullshit

Ik heb geleerd om minder dingen te doen ‘uit verplichting’. Ik doe de dingen die ik écht wil doen, en bedankt vriendelijk voor de rest. Is er één of andere evenement? Dan denk ik eerst goed na of ik daar effectief zin in heb.

Soms ben ik echt aan het einde van mijn Latijn, en dan plan ik een weekend waarbij ik gewoon thuis zit, in mijn pyjama. Het lijkt dan alsof ik niets doe, maar niets is minder waar: ik geniet van quality time met mijn gezin, en ondertussen kan ik mijn batterijtjes opladen. En dat is broodnodig!

Als je het zo bekijkt, dan is ‘niets doen’ ongelooflijk belangrijk. En datzelfde geldt voor mijn kinderen. Ik schrijf hen niet in voor 50 verschillende buitenschoolse activiteiten. Het lijkt me goed dat ze ook leren om zichzelf te entertainen. (Al beklaag ik mij die beslissing als ze zichzelf entertainen door met alcoholstift op de muren te tekenen …).

5. Ik plan vooruit

Na het werk nog moeten koken kan voor stress zorgen. Zeker als ik nog geen idee hebt wat ik moet klaarmaken, en als ik daarover moet nadenken terwijl er een krijsende peuter aan mijn been hangt. Dan kan mijn potje al eens overkoken ;-). En dus maak ik elk weekend een weekmenu op. Niets zo handig: thuiskomen met de kinderen, een blik op de planning en beginnen maar. En op drukke avonden plan ik dan een simpele maaltijd die snel klaar is.

6. Ik zeg wat ik nodig heb, voordat ik gek word

Als ik een pauze nodig heb, dan heb ik geleerd dat ik dat moet communiceren. Ik kan niet verwachten dat mijn man dat intuïtief aanvoelt. Als ik een zinkend schip ben dat een SOS-signaal uitzend, dan ziet hij alleen een miserabel wrak. Dus maak ik hem nu duidelijk hoe ik me voel (Ik word gek!!) en wat ik nodig heb (30 minuten voor mezelf!).  Ik probeer mijn ogen open te houden voor zijn signalen, en ik probeer me niet te ergeren als hij zijn eigen broodnodige pauzes neemt. Want ook hij heeft af en toe die pauzes nodig, net zozeer als ik die nodig heb. Een relatie betekent ook dat de ene de boel draaiende houdt terwijl de andere even rust neemt.
 

Het voelt nog steeds alsof ik 10 ballen tegelijk in de lucht moet zien te houden en alsof ik continu achter de feiten aanloop. Maar mijn overlevingsstrategieën zorgen wel voor iets meer ademruimte en iets meer mentale rust. En zo vind ik toch telkens weer de energie om er tegenaan te gaan.

 

Bron: The Huffington Post