6 woorden die een einde maken aan de strijd om eten

  • door Mamabaas

Kinderen heb je in soorten, maar degene die ‘slecht’ eten zijn bij degene die hun ouders het meest zot krijgen. Te weinig (in volume) eten, bijna niets lusten of best veel lusten maar vlakaf weigeren om te eten behalve als het x of y is… frustrerend! 

De manieren om ermee om te gaan variëren: belonen, bestraffen, stickers plakken, omkopen, dreigen… maar niets werkt écht, op lange termijn. En geen enkele van deze methodes verandert het probleem van proeven of vreemd voedsel.

Wat doe je dan wel? Deze zes woorden uiten:

“Je hoeft het niet te eten”

Voorwaarden

Is het werkelijk zo simpel? Well… ja en nee. Om dit te doen werken, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: de controle over wat en wanneer er wordt gegeten ligt bij de ouders, het kind bepaalt enkel of en hoeveel het eet. Je eet samen, als gezin, zo kan het kind zien hoe de ouders wel van de maaltijd eten.

Het is ook de bedoeling dat je als ouder zorgt dat er altijd iéts op tafel staat dat het kind lust en zal eten, en dat je dat combineert met ‘experimentjes’. Dessert of een snoepje wordt losgekoppeld van het eten op zich.

Geen druk om te proeven, geen aantal happen die ze moeten halen en vooral: geen stress, strijd of drama rond eten. Of toch minder... want je kind zal natuurlijk niet meteen of niet altijd kalm reageren. Zo zijn ze dan wel weer. ;-)

Een getuigenis

“Hier heeft het heel goed gewerkt. Het heeft mij geleerd dat mijn kind ‘s avonds eigenlijk sowieso niet zoveel eet, wat ik ook serveer. Ik maak de andere maaltijden gezond en gevarieerd genoeg en maak me geen zorgen over het avondeten. Hij hoeft zich niet te forceren om iets door de keel te wurmen dat hij niet wil, en hij kan het signaal van zijn lichaam respecteren”, getuigt Leigh Anderson op Scarymommy.

“Er is geen drama meer, en ik kan wél van mijn eten genieten, ook als hij het afwijst. Niet dat het altijd perfect verloopt: niet elke maaltijd is even aantrekkelijk, groenten lekker presenteren is een uitdaging en er wordt ook niet altijd als gezin gegeten. Maar over het algemeen loopt het heel goed.”

Theorie

Waar komt dit idee vandaan? Nieuw is het zeker niet, het komt uit een (Amerikaans) boek uit 2000: ‘Child of mone: feeding with care and good sense.” De schrijfster, Ellyn Satter, is een diëtiste en familietherapeute. Meer en meer raakt dit idee ook wel ingeburgerd bij diëtisten of in algemene richtlijnen. Bijvoorbeeld Kind & gezin vermeldt dit principe ook op de website.

Natuurlijk is het in theorie nog altijd gemakkelijker dan in de praktijk. Voor kinderen die bij elke maaltijd dwars liggen, of amper iets eten, moet wellicht een andere tactiek worden gezocht. Een diëtist kan hierbij altijd helpen. Bedenk ook dat de overstap naar zo’n systeem vraagt wel wat tijd (en vasthoudendheid…) vraagt: oude gewoontes schrap je niet zomaar (en zeker niet als ze leuk zijn).